Ouders en jeugdtrainers positief over verenigingen

Gym Turnen Redactie

Over het algemeen beoordelen ouders en jeugdtrainers het pedagogisch sportklimaat op de gymsportvereniging als goed. Toch is er nog ruimte voor verbetering, vooral bij het beleid van de verenigingen. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder ouders, trainer-coaches en jeugdsporters.

Uit de gymsport, en met name het vrouwentopturnen, klinken al jaren signalen van de aanwezigheid van grensoverschrijdend gedrag en een onveilig sportklimaat. In de zomer van 2020 nam de (media-) aandacht hiervoor verder toe, onder andere door herhaalde en nieuwe onthullingen vanuit oud-turnsters en voormalig topcoaches. Op basis hiervan liet de KNGU een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar grensoverschrijdend gedrag in de gymsport. Het onderzoek van het Mulier Instituut richt zich niet op grensoverschrijdend gedrag, maar op het inzichtelijk maken van de ervaringen met en perspectieven op een pedagogisch sportklimaat van trainers, sporters en hun ouders. Toch raakt het onderzoek ook aan de thematiek van grensoverschrijdend gedrag, omdat een sociaal veilig sportklimaat een primaire randvoorwaarde en onderdeel is van een pedagogisch sportklimaat, aldus het onderzoeksbureau.

 

Positief

Bijna 700 trainer/coaches en ruim 5000 ouders/verzorgers hebben medewerking verleend aan het onderzoek. Vrijwel alle ouders geven aan dat hun kind veel plezier heeft in de sportgroep en niet gepest wordt.

In de gymsport vinden de meeste ouders (74%) de trainer van hun kind pedagogisch bekwaam. Toch maakt een op de zes ouders zich wel eens zorgen over de begeleiding die hun kind krijgt bij de vereniging. Bijvoorbeeld over of hun kind wel genoeg aandacht krijgt, vooral als de groep groot is.

Veel trainer-coaches voelen zich ook verantwoordelijk voor het creëren van een veilige omgeving door: duidelijke regels en afspraken te maken; sociaal-emotionele vaardigheden aan te leren; normen en waarden bij te brengen in de sportcontext. Uit het onderzoek blijkt dat zowel trainers als ouders vinden dat een sportvereniging een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in de opvoeding van jeugdsporters. Over het algemeen zien trainers zelfs een grotere opvoedende taak en verantwoordelijkheid voor de vereniging en de trainer dan ouders. Veel trainer-coaches voelen zich verantwoordelijk voor het creëren van een veilige omgeving door duidelijke regels en afspraken te maken, sociaal-emotionele vaardigheden aan te leren en normen en waarden bij te brengen in de sportcontext.

Ruim de helft van de trainers heeft een pedagogische opleiding (als pabo of ALO) gevolgd. Ouders vinden het met name belangrijk dat de trainer-coach ongewenst gedrag van kinderen corrigeert, sociale vaardigheden bijbrengt en een klimaat creëert waarin spelplezier voorop staat en kinderen leren hoe ze met elkaar om moeten gaan.

 

Aandachtspunten

Toch komen er ook aandachtspunten naar voren. Ongeveer één op de tien ouders en trainerscoaches beoordeelt het pedagogisch sportklimaat op de vereniging als onvoldoende. Aangezien de gymsport een grote sportbond met veel leden (300.000) is, gaat het bij elkaar toch om veel ouders en trainers die het pedagogisch klimaat op de vereniging als onvoldoende zien. Daarnaast vinden ouders dat de zichtbaarheid van aanspreekpunten bij de verenigingen beter kan. Minder dan de helft van de ouders weet waar zij terecht kunnen bij vermoedens van grensoverschrijdend gedrag. De helft van de ouders weet niet of de vereniging een vertrouwenscontact-persoon heeft.

Circa een kwart van de trainer-coaches ziet onsportief gedrag van andere sporters en ouders. Ouders signaleren dit negatieve gedrag veel minder vaak, maar geven aan hier geen zicht op te hebben. Hoe het pedagogisch sportklimaat wordt ervaren, hangt nauw samen met het pedagogisch handelen van de trainer. Het gedrag van de trainer kan de plezierbeleving van kinderen sterk beïnvloeden.