Aanleg voor tafeltennis van historicus Ad van Liempt ontkiemde in Utrechtse speeltuin

Passie voor sport nooit verdwenen

Tafeltennis Ted Vermeulen

In de Rivieren- en Dichterswijk, verscholen achter de Merwedekade, ligt sinds 1950 één van de mooiste speeltuinen van Utrecht: Wijkspeeltuin De Boog. Met een flinke glijbaan, een grote zandbak en – op warme dagen – een verfrissend pierenbad voor de allerkleinsten. Een plek waar naar hartenlust wordt gespeeld en buurtbewoners elkaar ontmoeten. Speeltuin De Boog had zichzelf in de jaren 1950-1970 al een prominente positie verworven tussen de speeltuinen in de stad.

Beheerder Siem Wever was zijn tijd ver vooruit en zorgde er niet alleen voor dat de allerkleinsten zich konden vermaken. Wever ontwikkelde de speeltuin zodanig, dat ook jongeren tot 16-17 jaar zich er volledig thuis voelden. Zij gingen niet naar de speeltuin, maar naar de sporttuin.

Ogenschijnlijk niet productieve stukken grond werden onder handen genomen. Zo werd er een tennisbaan met officiële afmetingen aangelegd met als ondergrond stoeptegels; belijnd voor enkel- en dubbelspel en met een verstelbaar net, zodat er ook volleybal kon worden gespeeld. Verder werd het ‘overgangsgebied’ tussen de zandbak en het huttendorp omgetoverd tot voetbalveld met echte doelen. Over het mede daardoor ontstane straatvoetbal deed de Utrechtse Sportkrant in de editie van 18 november al uitvoerig verslag.

Vele jonge voetballers uit de gehele stad vonden hun weg naar speeltuin De Boog. Enkelen bereikten de top, van wie Leo van Veen, Marco Cabo en Gert-Jan Vader de meest bekende spelers zijn.

Speeltuin De Boog was niet alleen een speeltuin, waar moeders met de kinderwagen hun peuters in de zandbak of het pierenbadje lieten krioelen, maar ook waar pubers onder leiding van Wever hun lichamelijke en sportieve mogelijkheden onderzochten.

Eén van die pubers was Ad van Liempt (67), programmamaker, mede-oprichter van de nieuwsrubriek NOVA, het bekende actualiteitenprogramma van de NOS/VARA, maar ook befaamd als journalist en historicus met als specialiteit de Tweede Wereldoorlog.

‘Ja’, zegt Van Liempt 55 jaar later bij zijn rentree in speeltuin De Boog, ‘hier ben ik als tafeltennisser ontdekt. Ik wilde eigenlijk voetballer worden en was lid bij KDS aan de Bokstraat. Maar in Nederland is het niet altijd droog en werden trainingen of wedstrijden wel eens afgelast en moest de lichamelijke ontwikkeling elders worden gezocht.’

Dat werd dan tafeltennis of toepen. Dat tafeltennis vond Van Liempt eigenlijk best leuk en hij begon die sport steeds beter onder de knie te krijgen, helemaal toen in De Boog een tafeltennistafel werd geplaatst in de muziektent. ‘Ik wil niet zeggen dag en nacht, maar er was toch wel een dagelijkse oefensessie. Op een gegeven moment werd ik tijdens zo’n oefensessie op de schouder getikt door Jan Poot, van de toenmalige tafeltennisvereniging Wilskracht, die later is opgegaan in Iduna: jij moet op een club, joh, jij moet bij ons komen spelen.’

Van Liempt kreeg een batje van drie gulden en begaf zich naar de gymzaal van zijn eigen school aan de

Tafeltennis in speeltuin De Boog

Amaliadwarsstraat, het speellokaal van Wilskracht. Hij was nog niet eens lid van de club toen hem al werd gevraagd mee te gaan naar een toernooi bij JVC in Vught. Dat beviel zo goed dat Van Liempt alsnog lid werd van Wilskracht en bij aanvang van de competitie tot zijn stomme verbazing het eerste jeugdteam mocht vormen met Peter Blokdijk.

Van Liempt besteedde op een gegeven moment wel 25 uur per week aan zijn sport en werd in het eerste seizoen met zijn team al kampioen van de Afdeling Utrecht. Ook bij de daarop volgende landskampioenschappen bleek dat hij aardig met de top van Nederland mee kon.

In 1963 werd Van Liempt, alweer tot zijn niet geringe verbazing, uitgenodigd om de trainingen van de Afdeling Utrecht bij te wonen. Die werden onder leiding van Bert Onnes, zijn tafeltennisheld in die tijd, gehouden in een ruimte onder de tribune van draf- en renbaan Hilversum. Op die trainingen leerde hij de ‘loopingdrive’, later beter bekend als ‘topspin’. Die slag kreeg hij dusdanig goed onder de knie dat Van Liempt voor iedereen een geduchte tegenstander was.

Het jaar 1964 werd een topjaar. Van Liempt, inmiddels leerling aan het Sint Bonifatiuslyceum, was 15 jaar en werd met zijn teamgenoten Peter Blokdijk en Gerard Veerkamp in Tilburg clubkampioen van Nederland. Een bus vol supporters steunde het team van Wilskracht in de finale tegen Belcrum uit Breda. Ook werd Van Liempt in dat jaar uitgenodigd door bondstrainer Cor du Buy om als proefspeler deel te nemen aan de Centrale Bondstraining.

Van Liempt speelde daar de sterren van de hemel en klopte onder meer veelvoudig landskampioen Bert van der Helm. ‘Het leek of de hemelpoort voor me open ging. Ik werd uitgenodigd om tweemaal per week in Haarlem de Centrale Trainingen van de NTTB te volgen. Ik had hele lieve ouders en die stemden in. Probeer het maar een half jaartje, zeiden ze. Maar die hemelpoort viel als een deur in het slot toen mijn school geen toestemming gaf.’

De motivatie van het Sint Bonifatiuslyceum was dat je een jochie van vijftien jaar oud niet tweemaal per week om vijf uur ’s middags naar Haarlem stuurde om hem na middernacht weer thuis te laten komen. ‘Dat was een enorme teleurstelling voor me’, zegt Van Liempt, die de weg naar de absolute top daarmee afgesloten zag. Een jaar later werd hij nog wel scholierenkampioen van Nederland en speelde nog tien jaar bij Wilskracht.

In 1975 maakte Van Liempt de overstap naar VTV in Nieuwegein, waar hij onder meer voorzitter was en nu nog steeds zijn partijtje meeblaast in het vijfde. ‘Ik scoor nog steeds zo’n 60% ‘ zegt de veteraan, doelend op het aantal winstpartijen in de competitie.

Van Liempt denkt nog niet aan stoppen en heeft daarvoor een aantal redenen. ‘Ten eerste vind ik het nog steeds leuk om me na een partij te laten feliciteren door een jeugdige speler. Ten tweede geniet ik van de rituelen van de sport: met zijn drietjes in de auto naar een uitwedstrijd, om je vervolgens in een stinkende gymzaal een avondje in het zweet te slaan, daarna een drankje te drinken en voldaan thuis komen. Ten derde vind ik de psychologie bij een individuele sport nog steeds heel interessant.

En….ik wil nog steeds mijn partijtje winnen, maar altijd binnen de normen van de sportiviteit. Een eigenschap, die ik ook van de heer Wever in speeltuin De Boog heb meegekregen.’

 


Gaat dit artikel over jouw club of bekende of wil je meer lezen over de boeken die journalist en historicus Ad van Liempt schreef? Of wil je het artikel voor jezelf bewaren of geven aan familie, vrienden, kennissen en buren? Bestel deze editie!