Plannen te over voor De Vechtsebanen

Schaatsen Robert Jan van der Horst

Het voormalige ijscomplex in de Utrechtse wijk Overvecht is na de koop van Nedstede in 2010, de eenvoudige benaming 'Vechtsebanen' ontgroeid. De Vechtsebanen Sports & Businesscampus, heet het nu officieel. IJsbaandirecteur Peter Smit (60): ‘Ik ben begonnen in 1988. Ik had economie gestudeerd in Tilburg, mijn specialisatie was exploitatie. Met een vriend runde ik daar een tennishal die binnen de kortste keren een bezettingsgraad had van 98%. Dat drong blijkbaar door in Utrecht waar geprobeerd werd om het in 1983 gerealiseerde racketcentrum winstgevend te maken.’

Zeven miljoen gulden kostte de bouw van sporthal, een tweede sportaccommodatie, begin tachtiger jaren aan de Mississippidreef, geïnitieerd door Van der Leegte. Waarmee de continuïteit geborgd moest worden en de exploitatie van de – toen nog – Kunstijsbaan Utrecht zo min mogelijk verlieslatend. Dat lukte ook niet de soms overmoedige Smit, hoewel hij met veel enthousiasme en vindingrijkheid aan de slag ging. ‘In Tilburg waren heel snel 800 huisvrouwen aan het tennissen. Dat moet hier ook lukken, dacht ik.’

En die opzet slaagde. Tenminste, aanvankelijk. De acht tennisbanen, die binnen de ovaal van de buitenbaan werden aangelegd, en de sporthal die plaats bood aan nog eens acht tennisvelden, vier squashbanen, twaalf bowlingbanen, badmintonbanen en twee horecagelegenheden hielpen mee om het subsidiebedrag fors omlaag te krijgen. Smit: ‘Op een gegeven moment was het 150.00 gulden, het laagste ooit. Later hebben we de binnenruimtes verhuurd voor examens. Voor een tientje huurden we een tafel en een stoeltje bij Frans Bakker. We begonnen met 6000 examinandi en konden dat uitbouwen naar 91.000. In mijn tijd was de Jaap Eden in Amsterdam tweemaal zo duur.’

Omdat er op De Vechtsebanen niet geïnvesteerd mocht worden, was er regelmatig sprake van achterstallig onderhoud. Even leek de gemeente aan te sturen op een ‘sterfhuisconstructie’, aldus Smit. ‘De stad Utrecht kampte zelf met grote tekorten en weigerde alléén op te draaien  voor de subsidies. Ook omdat zeventien van negentien schaatsverenigingen die gebruik maakten van De Vechtsebanen van buiten de stad kwamen en het complex een sterke regionale functie had. Uiteindelijk keerde zich dat ten goede.’

Plannen en ideeën te over had Smit. Sommige werden gerealiseerd, andere niet. Succesvol waren onder meer de concerten van Golden Earring, Dolly Dots en BLØF. Motoren met spikes in de banden denderden rondjes op de buitenbaan, er waren beroemde en beruchte houseparty’s, Embassy Darts kwam naar Utrecht, er werd voor 3200 man spaghetti gekookt op een sportdag van Justitiepersoneel, twee keer per jaar kwam Rings Holland, een Free Fightgala, langs en ook de topijshockeyers van Dinamo Moskou lieten zich in Utrecht zien en de IJshockey Club Utrecht werd in 1991 en 1992 landskampioen. De aanleg van een skischans, waarvoor Smit naar Engeland toog, redde het echter niet.

‘Met De Vechtsebanen staat er een complex waarop de stad Utrecht trots mag zijn.’

Wel werd onder Smit de overkapping van de buitenbaan gerealiseerd, een investering van 9,2 miljoen gulden. Het geld kwam uit de afkoop door de gemeente van het te verwachten exploitatietekort over dertien jaar, gemeten over de voorgaande dertien jaar. ‘Gemiddeld zo’n 700.000 gulden per jaar’, becijfert Smit. ‘Daar kwam nog een bijdrage van een half miljoen van de provincie bij.’

 

Tweede collecte

De plannen voor de overkapping dateerden al uit 1995, bij het 25-jarig bestaan van de baan. Onder het motto ‘Een flap voor de ijskap’ werd voor de tweede keer, na de collecte in 1969, een beroep gedaan op de vrijgevigheid en betrokkenheid van de Utrechtse bevolking. Honderdduizend loten à tien gulden – hoofdprijs een Toyota Celica – moesten de ijsbaan aan de nodige financiën helpen. In oktober 1997 werd de vernieuwde buitenbaan in gebruik genomen. Smit: ‘Wat het aantal verkochte loten betreft, was de actie niet zo’n succes, maar door alle aandacht rond de loterij was alles snel rond. Ook door de steun van alle schaatsverenigingen en een snelle vergunning van de gemeente.’

Burgemeester Ivo Opstelten, zittend in de arrenslee, bij de opening van de gedeeltelijk overkapte buitenbaan in 1997. Foto: De Vechtsebanen.

Rond de eeuwwisseling vindt nieuwbouw plaats aan de bestaande bouw van de ijshal. Het Centraal Bureau Rijvaardigheid blijft, de bowlingbanen komen van de ‘overkant’ – waar Cannons Health Club en later Lloyds een sportschool beginnen – en er verrijst een zalencentrum. Ook schaatsshop Collard blijft, er komt een heuse parkeergarage.

Het zijn de laatste wapenfeiten van Peter Smit in Utrecht. Hij wordt gevraagd in 2008 om directeur te worden van de Grote Clubactie. In 2014 gaat hij in de politiek en wordt wethouder in zijn geboorteplaats Oisterwijk met onder meer de portefeuilles sport, economie en onderwijs. Sinds mei dit jaar is hij namens Forum Voor Democratie één van de twee gedeputeerden (‘zeg maar de wethouders’) in het provinciebestuur van Noord-Brabant. ‘Verrassend, ja. Ik heb de portefeuille Water en Bodem.’

Investeringsmaatschappij Nedstede breidt na 2010 de nieuwbouw verder uit. En zo staat er anno 2020 een multifunctioneel sportcomplex in Overvecht-Noord waarin tientallen miljoenen euro’s zijn geïnvesteerd. En het verdienmodel voor een ijscomplex? ‘Dat blijft moeilijk’, weet Smit. ‘Ik denk dat de privatisering een goede zaak is geweest. Geen ijsbaan kan draaien zonder subsidie. Als je een accommodatie hebt die bestaat uit een ijshal en een buitenbaan moet daar jaarlijks 1,5 tot 2,5 miljoen euro bij. In mijn tijd bleven we daar ver onder. Maar met De Vechtsebanen staat er een complex waarop de stad Utrecht trots mag zijn.’