Plannen van VVD, PvdA en CDA het meest concreet

Beleid Marnix Quee

Wat moet u stemmen op 15 maart, als je de plannen van de politieke partijen voor de sport als uitgangspunt neemt? Met die vraag in het achterhoofd doorspitten wij de verkiezingsprogramma’s van de belangrijkste partijen op hun ideeën over sport en bewegen.

We beperkten ons daarbij tot de acht partijen die in de week van 19 februari het best scoorden in de gecombineerde Peilingwijzer, die het gemiddelde berekent van alle opiniepeilingen. Een cijfermatige onderbouwing van de sportplannen ontbreekt overigens in alle door ons bekeken programma’s.

Wanneer je louter afgaat op de verkiezingsprogramma’s, is de sport – en dan vooral de breedtesport – in de beste handen bij de traditionele grote drie van Den Haag: VVD, PvdA en CDA. Deze partijen besteden in aantal woorden gemeten tenminste de meeste ruimte aan sport in hun programma’s. Alle komen ze met een vrij uitgebreide afzonderlijke paragraaf over hun beoogde sportbeleid.

 

PvdA: Breedtesport, ook voor ouderen en armen

pvda

Toon en inhoud van deze paragrafen komen sterk overeen, al zijn er enkele subtiele verschillen aan te wijzen. De PvdA komt met enkele concrete plannen om de inzet van vrijwilligers bij sportclubs te stimuleren. Zo wil de partij het mogelijk maken dat verenigingen een professionele kracht aanstellen ‘om de continuïteit en kwaliteit van de vereniging te vergroten en zo bij te dragen aan meer binding in de samenleving.’ De partij wil daarnaast extra ondersteuning geven aan sportclubs die ‘actief werk maken van diversiteit en integratie.’ Ook de oudere sporter wordt in het partijprogramma van de PvdA niet vergeten. Sporten op gevorderde leeftijd levert volgens de partij ‘een grote bijdrage aan het versterken van de gezondheid en het draagt bij aan het versterken van sociale netwerken en zelfredzaamheid.’ In concrete plannen wordt die constatering verder niet vertaald.

 

CDA: Waarden en vaardigheden

cda

Het CDA ziet sport vooral als een bindmiddel. Het brengt mensen samen en maakt ze weerbaar, schrijft de partij. En sport ‘speelt een belangrijke rol in het overbrengen van waarden en vaardigheden die in het gewone leven onmisbaar zijn, zoals teambelang en respect.’ Het CDA belooft in te zetten op ‘toegankelijke sportfaciliteiten, zoals open clubs en sportcoaches die zich richten op de behoeften van de buurt, en geven prioriteit aan de (amateur-)verenigingen overal in het land. Voor het verder stimuleren moeten de gemeenten gefaciliteerd worden.’

Zowel het CDA als de PvdA pleit voor instelling van gemeentelijke jeugdsportfondsen, die bijdragen aan de deelname van (de kinderen van) minder daadkrachtige burgers aan sport. ‘Hierdoor voorkomen we dat kinderen als gevolg van een armoede-situatie buitengesloten worden van allerlei activiteiten’, schrijft het CDA. De PvdA stelt dat het daarbij gaat om ‘400.000 kinderen van wie de ouders de sportdeelname niet zelf kunnen betalen.’

 

VVD: Topsporter laten excelleren en evenementen binnenhalen

vvd

Ook de VVD geeft hoog op over het belang van sport en beweging: ‘Door te sporten komen we elkaar tegen, ontstaan er nieuwe vriendschappen en dagen we elkaar uit.’ De VVD wil in de breedtesport ‘de basis op orde brengen.’ Dat moet volgens de partij gebeuren middels een zogenoemd sportakkoord tussen de overheid, sportbonden, het onderwijs en maatschappelijke partners om clubs ‘organisatorisch en financieel toekomstbestendig’ te maken.

Maar de liberalen hechten naast breedtesport ook veel belang aan topsport: ‘Toptalenten die studie en topsport combineren, verdienen ten opzichte van andere leerlingen en studenten een uitzonderingspositie, zodat zij het allerbeste uit zichzelf kunnen halen. Dat betekent ook flexibeler omgaan met de indeling van lesuren.’ De VVD steekt verder zijn nek uit voor het binnenhalen van grote sportevenementen door Nederland. Prominente toernooien en kampioenschappen ‘kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de motivatie van mensen om zelf te gaan sporten en bewegen en kunnen de samenleving verbroederen.’ De ambitie om evenementen naar Nederland te halen mag van de VVD worden opgenomen in het eerder genoemde sportakkoord.

 

Overige partijen

Zo’n uitgebreide sportparagraaf als bij de (afgaande op de Peilingwijzer niet meer zo heel) Grote Drie komt bij geen enkele van de door ons onderzochte partijen voor. Sport gerelateerde plannen hebben de andere partijen wel, maar die ‘verstoppen’ ze in de paragrafen over andere onderwerpen .

 

SP en D66: meer gymleraren, minder matchfixing

d66

D66 heeft vooral aandacht voor de rol die sport in het onderwijs moet spelen: ‘Wij willen brede buurtscholen (kindcentra), waar ieder kind vanaf twee jaar gelijke kansen krijgt door uitstekend onderwijs met aandacht voor cultuur, sport, digitale vaardigheden en een gezond leven.’ In concreto zet de partij van Pechtold in op minstens drie uur bewegingsonderwijs op de basisschool, gegeven door een vakdocent. Met daarbij nog een geruststelling voor sportclubs met veel jeugdleden: ‘Dat wil niet zeggen dat scholen al deze activiteiten overnemen van de verenigingen die ze nu aanbieden. Maar wel dat we via scholen zorgen dat alle kinderen deel kunnen nemen aan dergelijke activiteiten.’

sp

De SP zit ongeveer op dezelfde lijn: ‘Ook kinderen uit gezinnen met een lager inkomen moeten volop kunnen deelnemen. Ieder kind op de basisschool krijgt in ieder geval drie uur per week gymles van een vakdocent. Ieder kind moet na de basisschool kunnen zwemmen, onder meer door schoolzwemmen aan te bieden.’ Maar de socialisten hebben ook oog voor de meer duistere kanten van sport. In de justitieparagraaf staat bijvoorbeeld: ‘Sport moet integer zijn. Fraude, corruptie, doping, matchfixing en agressie in de sport zullen daarom krachtig worden bestreden.’ En bij kunst en cultuur: ‘We nemen wettelijke maatregelen tegen de woekerwinsten die worden gemaakt op de doorverkoop van tickets voor culturele- en sportevenementen.’

Overigens noemen de PvdA en de VVD de aanpak van matchfixing en andere dubieuze praktijken in de sportwereld ook in hun verkiezingsprogramma’s. Voor de PvdA en het CDA geldt dat ze beide ook pleiten voor het verhogen van het aantal vakleerkrachten voor de gymles, maar een specifieke ondergrens voor het aantal lesuren noemen deze partijen niet.

 

50+: sportende jongeren, fitte ouderen

50+

Opvallend genoeg worden de drie uur gymnastiek van D66 en de SP nog overtroffen door 50+. De partij van Henk Krol wil dat er minstens vijf uur per week aan sport wordt besteed op school. 50+ pleit verder voor een programma om ouderen meer en langer te laten bewegen, uitgevoerd ‘door huisartsen die daartoe ook meer budget ontvangen.’

 

GroenLinks: met een lantaarntje zoeken

groen links

Bij GroenLinks ontbreekt niet alleen een afzonderlijke sportparagraaf; ook bij de overige programmapunten is het hard werken om iets te vinden wat specifiek met sport en bewegen te maken heeft. Op school hoeven de gymspullen bij de partij van Jesse Klaver zo te zien niet al te vaak mee, al  pleit de partij wel voor ‘brede basisscholen, waar kinderen niet alleen les krijgen, maar waar ook ruimte is voor spelen, sport, natuur en cultuur.’ Verder kun je met enige goede wil nog een opsteker voor buitenrecreanten uit het programma halen: ‘De toegankelijkheid van natuurgebieden voor wandelaars, fietsers en ruiters wordt gewaarborgd, daar waar en wanneer dat ecologisch verantwoord is. Rond steden ontwikkelen we meer groene recreatiegebieden.’

 

PVV: volslagen onduidelijk

pvv

Maar dat is tenminste nog iets, want wat de grootste partij in de peilingen van plan is met sportend Nederland, blijft helemaal in het ongewisse. De PVV heeft een programma van welgeteld één A4-tje gepresenteerd, waarin vooral plannen worden gelanceerd om de zichtbaarheid van de islam in Nederland terug te dringen. Wat dat dan precies zou betekenen voor de sport blijft gissen: een verbod op hoofddoekjes in de sportschool, een subsidiestop voor clubs met te veel allochtone leden? Het is volstrekt onduidelijk.


Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie!