Populariteit polsstokverspringen neemt nog altijd toe

Polsstokverspringen Roberto Cancian

In de regio Utrecht is het aantal verengingen de laatste jaren flink toegenomen. Waar er vijftien jaar geleden nog maar drie verenigingen waren (Jaarsveld, Linschoten en Polsbroekerdam), zijn er met De Vlist, Zegveld en vorig jaar Kockengen drie bijgekomen. De provincie kent dus vijf locaties waar de sport beoefend kan worden, De Vlist ligt net over de grens in Zuid-Holland.

‘Met de komst van nieuwe verenigingen groet de populariteit van de sport ook in die omgeving. In Friesland zijn er momenteel zes verenigingen, daar is sprake van een kleine krimp aangezien het er tien jaar terug nog acht waren’ stelt Liesbeth de Groot – de With, voorzitter van de polsstokvereniging uit Polsbroekerdam. Ze heeft ruim 1.500 sprongen op haar naam staan en mocht ze zich al meerdere malen laten kronen tot Nederlands kampioene. Haar activiteiten in de sport blijven anno 2019 beperkt tot het voorzitterschap van de vereniging in Polsbroekerdam. ‘De bouw van de polsstokschansen in Nederland komen vaak voort uit de ideeënbus van enthousiaste leden van een andere club die de vraag naar nieuwe schansen opmerken. Op een nieuwe locatie zetten ze dan de schouders er onder om een nieuwe club op te richten. Ook renovaties worden meestal door de bestuurders en vrijwilligers van de clubs opgezet. De overkoepelende bond heeft richtlijnen waar een accommodatie aan moet voldoen. Deze regels zijn dezelfde als in Friesland’, legt ze uit.

 

Snelgroeiend

Gelukkig springen sponsoren ook bij om alle nodige aanpassingen door te voeren. ‘Het sponsorgeld is nodig om de materialen te kunnen kopen en geeft natuurlijk meer mogelijkheden, maar wij zijn er niet van afhankelijk. Sowieso worden de polsstokverspringers niet betaald en vrijwilligers krijgen geen vergoeding, dus die kosten zijn er niet.’ Liesbeth de Groot – de With maakt onderscheid in het aantal beoefenaars van de sport door naar de aantallen in Friesland en Holland te kijken. ‘In Holland zijn er tussen de 400 en 500 actieve polsstokverspringers, in Friesland is dit aantal ongeveer hetzelfde. Er zijn twee wedstrijdklassen, de eerste klasse kunnen we wel competitief noemen, in de tweede klasse zijn veelal jeugd en ook recreatieve springers actief. Maar ook die zijn fanatiek en verknocht aan de sport. Dat zijn we allemaal’, lacht ze.

 

Uniek

‘De sport is natuurlijk iets unieks, je ziet het niet zo vaak. Dat maakt het ook voor bedrijven en organisaties attractief. Het is typisch Nederlands waardoor zowel de binnenlandse als de buitenlandse media ons altijd goed weet te vinden. Maar het aantrekkelijkste is dat de sport nog puur is’, geven Rian en Liesbeth afzonderlijk aan. ‘Niemand krijgt betaald maar vele springers beleven het bijna als topsport. Er wordt iedere dag getraind en de springers leven ook echt voor deze sport. Daarnaast is het goed om te zien dat het verbroedert. De grootste concurrenten zijn ook allemaal vrienden van elkaar en trainen met elkaar. Dat maakt de sfeer ook zo bijzonder’, zegt Liesbeth.

Het tweetal geeft aan ook hoe de polsstokbond de nabije toekomst ziet en wat er allemaal te gebeuren staat. ‘Het is zaak om de groei goed te begeleiden. Dat doen we via het beleidsplan ‘De veilige landing’. Het is aan ons de taak om die enorme groep goed neer te blijven zetten en de sport op die manier houdbaar te laten blijven voor de toekomst. Het is zo een mooie en pure sport.’

De nieuwe polsstokschansen van Polsbroekerdam worden op 30 mei 2020 officieel geopend. Uiteraard zullen er dan ook direct pogingen ondernomen worden om nieuwe Nederlandse records te springen.