Prachtig internationaal podium, toch kan wielerevenement niet rusten

Wielrennen Hans van Ommeren

Een Pool, een Australiër en een Brit vormden het podium van de 61ste Ronde van Midden-Nederland. Daarmee werd het internationale karakter van de meerdaagse Utrechtse wielerkoers eens te meer onderstreept. Kamil Gradek van One Pro Cycling, de winnaar van de ploegentijdrit een dag eerder, ontving het tricot van de winnaar. Alfdan de Decker van Lotto Soudal was zondag de snelste in de wegwedstrijd.

De renners nemen de De Prins Clausbrug vlak na de start van de wegwedstrijd in Papendorp. Foto: Geert Lommers / Utrechtse Sportkrant.

De Belg bleef in een massasprint de Deen Michael Svendgaard een halve fietslengte voor. De Duitser Max Kanter werd na zo’n 200 kilometer waarin een openstaande brug in Utrecht nog tijdens de neutralisatie voor een gniffelend oponthoud zorgde, derde. Beste Nederlander was Arvid de Kleijn op een vierde stek. Drievoudig winnaar Wim Stroetinga moest zich tevredenstellen met de zevende plaats, Johim Ariesen (Metec) uit Rhenen werd elfde.

Zaterdag had One Pro Cycling aardig huisgehouden in de ploegentijdrit, het eerste deel van de Ronde van Midden-Nederland. Dat van de Engelse tijdrit-machine ook een renner winnaar werd van het eindklassement was niet zo verwonderlijk. En zoals de laatste jaren gebruikelijk is, pakte de winnaar van de ploegentijdrit vrijwel alle prijzen. Achter Gradek werd zijn Australische ploeggenoot Steele von Hoff tweede en Thomas Baylis uit Engeland derde. De laatste won ook het jongerenklassement.

Een prachtig podium met ijzersterke coureurs, constateerde ook Wim Sluis. De architect van De Volharding uit Utrecht, dat het als clubteam lastig had temidden van de internationale beloften, was niet ontevreden. ‘Mathew Overste van ons was meen ik wel de beste clubrenner (twintigeste, red.). Heel knap van die jongen.’

Zeker, gezien het geweld van de door treintjes gelanceerde, explosieve krachtpatsers waarin de razendrappe winnaar van vorig jaar Chris Opie ‘slechts’ vijfde werd. De goedlachse Brit reed overigens niet meer voor de ploeg die alle ereplaatsen opeiste, maar voor Bike Channel.

 

Weinig publiek

De publieke belangstelling viel zondag 27 augustus tegen. Waar dat nou aan lag kon niemand duidelijk aangeven. Natuurlijk, er was een hockeyfinale waar een flinke Rabo-gemeenschap, normaliter aanwezig bij de RvMN, de voorkeur aangaf. Maar meppen met een stick is nog geen stampen op pedalen. Sportwethouder Paulus Jansen van de gemeente Utrechter arriveerde als radart(je) van een bedrijfsteam bezweet aan de finish. Hij stalde bijna stilletjes zijn fiets en haalde een drankje. Daar waren verder geen woorden voor nodig: de wethouder had genoten.

Toch zal de organisatie, onder leiding van de nieuwe voorzitter Jasper den Hartog, zich de vraag moeten stellen, werkt het op Papendorp? ‘De finish was toch op de Maliebaan, waarom zijn ze daar nou weg,’ viel van diverse kanten te horen.

Die finish in hartje Utrecht is overigens al weer een aantal jaren geleden, maar de opmerking dat het businesspark nu eenmaal geen woonwijken heeft, sneed wel degelijk hout. Een start en finish in het centrum van Utrecht, en niet op een in het weekend verlaten bedrijfsterrein, heeft uiteraard bij iedere wielerliefhebber de voorkeur. Maar kan dat nog wel in het hedendaagse wielrennen, waar steeds meer wielerrondes – rondjes om de kerk, zo u wilt – uit de bebouwde kom worden verbannen?

De Ronde van Midden-Nederland staat qua organisatie en wordt door de wielerteams omarmd. Maar de noodzaak tot vernieuwing is bijna tastbaar. De scheidende voorzitter Rob de Moor, die veel credits verdient voor de nieuwe koers die onder zijn leiding werd ingezet, vertelde trots dat er zaterdag complimenten waren geweest van de UCI, de internationale wielrenunie. Electrische auto’s waren betrokken bij de organisatie, een unicum.

Kortom, de Ronde van Midden-Nederland gaat zeker mee met zijn tijd, met ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, vernieuwingen omtrent het karakter van de wedstrijd. Is een derde etappe een optie om de koers nog aantrekkelijker te maken? Er zullen maar weinigen ontkennend antwoorden. Veel internationale koersen omvatten drie, vier, vijf dagen, zelden twee.

Maar een oprisping vanaf de zijlijn, vanachter het dranghek, is tamelijk gemakkelijk gemaakt. De Ronde van Midden-Nederland wordt gewaardeerd door de kenners. Goed georganiseerd, met een prachtige discipline als de ploegentijdrit (alleen, ga nou eens een dag later wat meer bonificatie geven in de wegwedstrijd zodat niet het hele podium bestaat uit dezelfde ploeg).

Toch, hoe kun je nu nog meer het etiket van ‘onmisbaar’ verwerven in het licht van die moordende concurrentie. Want die is er, en zal er ook volgend jaar zijn. Zoals, de Tour de l’Avenir die dit jaar ook eindigde op 27 augustus. De toekomstronde, ruim een week lang, wordt nog altijd beschouwd als de kleine Tour de France, als de speeltuin voor de allergrootste beloften. Al biedt zij niet altijd de garantie voor een glanzende profcarrière (zie Fedor den Hertog, voor de kenners).

 

Reacties zijn welkom, suggesties ook.