Puck Pieterse en Lars van der Haar pakken koffer voor Tábor

Veldrijden Redactie

De cyclocrossers Lars van der Haar en Puck Pieterse moeten dit weekend naar het buitenland. In Tsjechië (Tábor) wordt zondag de allereerste veldrit voor de Wereldbeker gehouden, een circuit op het allerhoogste niveau. De ambitieuze plannen die een jaar geleden gelanceerd werden voor een nieuwe opzet van de Wereldbeker hebben evenwel door het corona een flinke deuk opgelopen. Veel crossen gaan niet door, zoals Hoogerheide.

De GP Adrie van der Poel in het zuid-Brabantse dorp is dikwijls ‘de finale’ van de Wereldbeker waarin dubbele punten te verdienen zijn. De cross is niet alleen uit sportief oogpunt populair maar trekt ook tienduizenden toeschouwers – veel Belgen wippen ieder jaar de grens over. Door de coronabeperkingen is publiek echter niet toegestaan en Hoogerheide heeft de handdoek in de ring gegooid. Nederland heeft nog wel een veldrit om de Wereldbeker, op 3 januari in Hulst.

Volgens de oorspronkelijke plannen zouden ongeveer 15 crossen meetellen voor de Wereldbeker. Dat aantal is teruggebracht tot vijf manches: Tábor (Tsjechië), Hulst (Nederland) en Namen, Dendermonde en Overijse in België. Op het prijzengeld is eveneens gekort, zodat het geesteskindje van de Flanders Classics – samen met de UCIU verantwoordelijk voor de Wereldbeker nieuwe stijl –  een moeizame start kent.

 

Alleen elite

In Tábor komen alleen de elitemannen en elitevrouwen in actie. Door de wedstrijden voor junioren en beloften is een streep gezet. Bondscoach Gerben de Knegt: ‘De gezondheidssituatie in Tsjechië laat pas sinds kort weer wedstrijdsport toe en wij raden de sporters aan hun bewegingen buiten het wedstrijdterrein daarom zoveel mogelijk te beperken. Op dit moment mogen alleen profs hun sport beoefenen in ons land, daarom vaardigen we alleen veldrijders voor de elite categorieën af.’

In principe krijgt elke crosser die tot de top-50 van de wereld behoort een startbewijs, maar daar zit wel een maximum aan. De afvaardiging kan worden aangevuld door de bondscoach die jonge talenten een kans wil geven. Bij de elitemannen (profs) behoort Lars van der Haar al jaren tot de wereldtop. De 29-jarige Woudenberger moet wel vaak een of meerdere Belgen voor zich dulden, maar als hij een goede dag heeft is hij nog altijd in staat te zegevieren. Met Corné van Kessel voert hij het Nederlandse bataljon aan. De Knegt heeft verder David van der Poel, Stan Godrie, Maik van der Heijden en Gosse van der Meer opgeroepen. Wereldkampioen Mathieu van der Poel ontbreekt, hij duikt pas op 12 december het veld in. Aartsrivaal Wout van Aert rijdt in Tábor zijn eerste cross.

 

Dominant

Bij de vrouwen is de Nederlandse afvaardiging liefst negen rensters sterk. En sterk zijn ze, Nederland domineert binnen het vrouwencrossen zoals de Belgen bij de mannen domineren. Puck Pieterse is met haar 18 jaar nog een broekie die wel de Europese titel greep bij de beloften. De Amersfoortse moet opboksen tegen de moordende concurrentie uit eigen land. Wereldkampioen Ceylin del Carmen Alvarado, Annemarie Worst, Lucinda Brand en Denise Betsema zijn nog een maatje te groot en mogelijk ook Yara Kastelijn. Maar met Shirin van Anrooij, Inge van der Heijden en Sophie de Boer kan Pieterse zeker duelleren.

De eerste wereldbekercross komt op verschillende tv-zenders, maar onduidelijk is nog of dat een rechtstreekse uitzending betreft.