Puck Pieterse heeft ’veel zin’ in eerste mountainbikekoers

Wielrennen Hans van Ommeren

Geen eindexamenfeestje en ook niet (live) kunnen chillen met vrienden en vriendinnen. Zoals iedereen ontkwam ook Puck Pieterse niet aan de gevolgen van het coronavirus. Maar ziek is de 18-jarige Amersfoortse, in de cyclocross de nummer twee van de wereld bij de junior-vrouwen, niet geweest. En aan de horizon gloort de hoop snel weer te kunnen koersen. Komend weekeinde al. Op een voor Nederland legendarische berg in de Franse Alpen, de Alpe d’Huez.

Europees kampioen veldrijden werd Puck Pieterse eind vorig jaar bij de junior-vrouwen ten koste van haar landgenote Shirin van Anrooij. Begin dit jaar waren de rollen omgedraaid op het WK. Voorlopig laat ze die discipline, het is ook nog geen winter, voor wat het is. De focus ligt op het mountainbiken. Af en toe afgewisseld met een koers op de weg (‘een NK zou heel leuk zijn’ ) mits daar ruimte voor is binnen het programma. Een programma dat nog veel hiaten kent maar geleidelijk ingevuld kan worden.

 

Trainen met pa

Al dagen bevindt het multitalent met de rode krullen zich in de regio rond de Alpe d’Huez waar ze een eerste echte wedstrijd zal rijden. Getraind heeft ze de afgelopen maanden wel, maar het was wat improviseren. ‘Ik heb veel met mijn vader getraind. Dat deed ik in het verleden ook, daar kon ik dus gewoon mee doorgaan. Lekker kunnen trainen is belangrijk voor de motivatie, die kun je dan makkelijker vasthouden. Van anderen weet ik dat zij het lastig vonden vanwege de beperkingen. Wel was de training wat aangepast. Geen interval omdat er toch geen wedstrijden waren. Dan heeft het geen zin om je een uur lang kapot te fietsen in je eentje. Liever trek ik er dan wat langer met vrienden op uit. De afgelopen tijd heb ik misschien juist wel meer uren op de fiets doorgebracht dan normaal.’

View this post on Instagram

Sunny rides🌞

A post shared by Puck Pieterse🚴🏻 (@puckpieterse) on

Sinds 1 maart rijdt Pieterse bij Alpecin-Fenix van de Belgische broers Philip en Christoph Roodhooft. Een ambitieuze ploeg waar Mathieu van der Poel – afgelopen zaterdag wat tegenvallend in de Strade Bianche – en Ceylin Carmen del Alvarado de blikvangers zijn. Vooral met Alvarado, nog zo’n multitalent maar dan een paar jaar ouder, zal Pieterse de komende maanden veel contact hebben. Want ook de wereldkampioene veldrijden bij de elitevrouwen wil haar mogelijkheden op de mountainbike gaan ontdekken.

 

Geslaagd

Nu ze 18 is mag Puck Pieterse zelf met de auto naar wedstrijden. ‘Alleen heb ik nog geen rijbewijs. De bedoeling was om me daar na het eindexamen op te richten, maar de rijlessen gingen vanwege het corona niet door. En het eindexamen ook niet. Maar ik ben wel geslaagd hoor (het gymnasium in Amersfoort, red.), op grond van cijfers van de toetsweken daarvoor.’

Een vervolgstudie waar ze in de winterperiode mee wil beginnen, zal hoe dan ook op het tweede plan komen. De fiets staat in de nabije toekomst centraal. Met name in oktober zijn er prijzen (lees titels) te winnen. Begin die maand is het WK mountainbike in Oostenrijk, twee weken later het EK in Zwitserland. Op voorwaarde dat het aantal besmettingen beperkt blijft, een gegeven waar de hele wielerwereld mee te maken heeft.

Pieterse is van plan om na het mountainbiken geen pauze in te lassen en direct over te stappen op de veldritfiets. ‘In november staan de eerste wereldbekers gepland, als het allemaal doorgaat want in België laait het nu weer op. Na het mountainbiken wil ik meteen doorstomen. Maar eerst de Alpe d’Huez. Belangrijk om te kijken waar je staat en om ritme op te doen voor de wedstrijden eind augustus en daarna. Ik heb er in elk geval heel veel zin in.’