Puck Pieterse moet laveren tussen studie en topsport

Veldrijden Hans van Ommeren

Zaterdag 1 februari doet Puck Pieterse een gooi naar de allereerste wereldtitel veldrijden voor junior-vrouwen (onder 19). De Utrechtse Sportkrant brengt op weg naar de mondiale titelstrijd in het Zwitserse Dübendorf een 3-delig portret van de 17-jarige Amersfoortse. In aflevering 1 de eerste jaren op de fiets met Marianne Vos als inspirerend voorbeeld. 

Naast het huis staat een camper. Voorzien van alle gemakken en in topconditie. Dat is nodig want de familie Pieterse moet vaak op pad. Naar Silvelle in Italië bijvoorbeeld, waar dochter Puck in november de eerste Europees kampioen veldrijden bij de junior-vrouwen werd.

Eerdaags wacht de camper een nieuwe klus, al hoeven ditmaal de Alpen niet bedwongen te worden. In het Zwitserse Dübendorf mag de 17-jarige Amersfoortse zaterdag 1 februari de hoofdrol spelen in een meisjesboek. Mits zij net als de kampeerbus in topconditie verkeert.

Een belangrijk jaar belooft 2020 voor Puck Pieterse te worden. Van talentvolle junior groeit ze door naar ontluikende belofte, zeker wanneer ze vanaf 1 maart gaat rijden voor Alpecin-Fenix, het voormalige Corendon. Het is de ploeg waar ook Mathieu van der Poel (25) en Ceylin del Carmen Alvarado (21) voor uitkomen, mondiaal momenteel de twee beste veldrijders. Dat Pieterse zich bij het keurkorps van de Belgische gebroeders Roodhooft mag voegen is illustratief voor de gouden toekomst die haar wordt toegedicht.

 

Medewerking van school

Maar niet alleen in sportief opzicht zal de Amersfoortse zich moeten focussen. Ze zit in de eindexamenklas van het Stedelijk Gymnasium en wikt waar ze haar studie zal vervolgen. Het zal een soort deeltijdopleiding worden. ‘Er zijn universiteiten die vrij coulant zijn als het gaat om een combinatie van topsport en studeren. Er ben er nog niet uit wat, iets met biologie of je lichaam, wel iets dat aansluit op sport.’

Om straks het Johan van Oldenbarnevelt met een prettig gevoel vaarwel te kunnen zeggen heeft ze de afgelopen maanden wat minder kunnen trainen en soms een wereldbekercross moeten laten schieten. ‘Ik heb wel altijd veel medewerking gekregen van school. Steeds vaker ook komen docenten naar me toe: hé wat leuk dat je kampioen bent geworden.’ Ze grijnst: ‘Of ze zeggen, nu weten we waarom je huiswerk niet af is…’

Pieterse is net als Van der Poel een multitalent. Fietsen op de weg, in het veld of op de moutainbike, in alle disciplines drukt ze in haar leeftijdscategorie haar neus aan het venster. Vooralsnog lijkt ze zich het best te ontwikkelen in het veldrijden, al is daar de concurrentie moordend. De Nederlandse vrouwen domineren van start tot finish, vaak is er zelfs sprake van een clean sweep, een compleet oranje podium. Ze wil echter nog niet kiezen. Dat hoeft ook niet want het veldrijden in de winter sluit naadloos aan op het mountainbiken, een zomersport. De weg komt daarbij enigszins in de verdrukking.

 

Marianne Vos

Waar komt haar talent vandaan? Net als heel veel meisjes had Pieterse als kind een idool dat altijd leek te winnen: Marianne Vos. Wereldkampioen, Olympisch kampioen, een betere inspiratiebron was er niet. De kleine Puck fietste net als haar drie jaar oudere zus Isa al op heel jonge leeftijd door de bossen, met pa – een mountainbiker, maar in prestatief opzicht geen hoogvlieger – als aanjager. Met gevoel voor understatement: ‘Het was bedoeld als een beetje ontspanning, het is een beetje uit de hand gelopen.’

Ze werden lid van wielervereniging Eemland en Puck viel bij elk kampioenschap wel in de prijzen. Om nu dan op de drempel van een professionele carrière te staan. Zou ze dat willen? ‘Natuurlijk zou ik dat willen. Maar ik ben pas 17, er kan nog zoveel gebeuren.’

Dat geldt ook voor een andere droom die ze ongetwijfeld stilletjes koestert, ook al oogt ze de nuchterheid zelve. Over vier jaar zijn de Olympische Spelen in Parijs met net als in Tokio een mountainbike-wedstrijd. Dan is Puck Pieterse 22 en alleen maar sterker geworden. ‘Het zit hem niet eens zozeer in kracht als wel in uithoudingsvermogen. Als je wat ouder bent kun je het langer volhouden. Ik zou in een veldrit best in het eerste deel mee kunnen vooraan, maar dan val ik in het tweede deel helemaal terug.’

Bovendien is een twintigste plaats voor een junior helemaal niet slecht wanneer er 85 deelneemsters – bij de vrouwen is er in de wereldbeker maar 1 categorie voor elite, beloften en junioren – aan de start staan. Toch? ‘Nee, dat is zo, maar…’ Ze begint te lachen. ‘Er zitten er nog wel 19 voor je…’


Donderdag in deel twee: Op de mountainbike over smal pad naar beneden denderen