Puin

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Rare jongens, die Britten. Zelden een volk zo in verwarring gezien, zo verdeeld. Westminster staat al bekend als het meest theatrale parlement ter wereld, maar dit slaat alles. Geschreeuw, hoongelach, ja, gewoon uitschelden. En boven op die politieke puinhoop roept speaker John Bercow om het hardst. 'Order, order!' 

Afgelopen zomer werd al duidelijk dat ze in de war zijn. Lyrisch waren ze na zeges op Tunesië en Panama tijdens het WK in Rusland. Football is coming home, zongen ze. Geen idee waar dat op sloeg, maar vooruit. Columbia (na penalty’s) en Zweden werden ook verslagen en ze werden bijkans gék van vreugde. Daarna was er verlies tegen Kroatië en (opnieuw) België. Alle reden een toontje lager te zingen. Zo niet de Britten, ze waren uitzinnig, krankjorum.

Overigens, dat was Engeland. Dat moet even worden vermeld, want als de Britten komen weet je nooit hoe. Dan weer met z’n allen, dan weer apart als Ieren uit het noorden, Engelsen, Welshmen of als die malloten die hun geruite rokje steeds optillen. En tegenwoordig mag ook Gibraltar meedoen. Want die rots in Spanje is dus ook een Brits ding.

Malle jongens, die Britten. We voelen natuurlijk al eeuwen nattigheid, want wie noemt hun koninkrijk nu verenigd en hun land great? Dat is heel raar. Maar raar is Brits en misschien houden we daarom zo veel van ze. Om hun humor, popmuziek, getut op Wimbledon, hun krankzinnig behang en hoogpolig tapijt in de badkamer. Ach, wat zou het saai zijn op een zuidelijk strand zonder George, Mildred of Onslow en Hyacinth? Met hun volslagen absurde hoedjes en vijftig tinten rood op hun huid?

John Gleese (van het ministerie van silly walks) zei in 2016 dat Brussel hem vooral deed denken aan het ministerie van silly laws. En ja, Brussel doet soms wel aan Monty Python’s Flying Circus denken. Maar hoe silly zijn de Britten niet zelf? Met die puntentelling in het tennis, laat staan die van cricket.

Al weken kletsen ze de blaren op de tong over the backstop en je zou werkelijk denken dat het gaat om een wijziging in de opstelling voor hun volgende voetbalinterland. Maar hard of zacht, ze zullen de trossen losgooien en zich losweken van het continent. En dan? Over een paar jaar vragen ze of ze er weer bij mogen komen, please. ‘Gekkies,’ zeggen we dan, ‘natuurlijk mag dat. Vertel, ging het een beetje de afgelopen jaren? Beetje bijgekomen? Kom, we gaan een lekker potje croquet spelen? Of bowls, mag ook.’