Rapport Mulier Instituut: kwart sportclubs is ‘vitaal’

Beleid

Een kwart van de sportverenigingen in Nederland is ‘vitaal’. Een ‘vitale vereniging’ heeft zijn eigen organisatie op orde, zorgt voor regulier sportaanbod en vervult daarnaast een bredere maatschappelijke functie. Tegenover deze ’vitale verenigingen’ staan evenzoveel verenigingen met een minder krachtige organisatie en die nauwelijks oog hebben voor een bredere maatschappelijke functie.

Dit concludeert het Mulier Instituut in Utrecht in het Jaarbericht Verenigingsmonitor 2016 waarin de resultaten van de verschillende peilingen beknopt zijn weergegeven. Het belangrijkste thema van 2016 was de vitaliteit van sportverenigingen en daarmee de twee dimensies van vitaliteit: organisatiekracht  (mate waarin verenigingen nu en in de toekomst in staat zijn om hun sport aan te bieden aan de huidige en potentiële leden) en maatschappelijke oriëntatie (mate waarin verenigingen zich richten op maatschappelijke activiteiten of taken).

 

Enkele andere opvallende resultaten uit het Jaarbericht Verenigingsmonitor 2016 van het Mulier Instituut zijn:

– Bij een vijfde van de verenigingen groeide het aantal leden. Dit was voornamelijk bij teamsporten, de grotere verenigingen (meer dan 100 leden) en de verenigingen met een eigen accommodatie het geval.

– De meeste verenigingen (86%) beschikken over voldoende vrijwilligers. Vooral kleine verenigingen beschikken over voldoende vrijwilligers en zijn niet op zoek naar vrijwilligers.

– Drie kwart van de sportverenigingen beschrijft de financiële positie als (zeer) gezond.

– Drie kwart van de sportverenigingen kan met de huidige accommodatie/sportvoorziening nog jaren vooruit.

– Twee derde van de verenigingsbestuurders besteedt veel tijd aan het bestuurswerk. Deze bestuurders krijgen ook veel energie van hun bestuurswerk.

– 16 procent van de verenigingen kan grotendeels als Open club worden beschouwd.

 

Het Jaarbericht Verenigingsmonitor 2016 is de eerste van het Mulier Instituut in een reeks die jaarlijks verschijnt.