Regio Utrecht speelt prominente rol in topbridge

Bridge Hans van Ommeren

Wubbo de Boer uit Groenekan schreef een kwart eeuw geleden geschiedenis. Met het Nederlands team – officieel het open team – werd hij in Chili wereldkampioen. Nog een bridger uit Midden Nederland tekende in 1993 voor het grootste succes ooit, Enri Leufkens. Verwonderlijk is dat niet: het district Utrecht heeft altijd sterke bridgers voortgebracht.

Bijna twintig jaar later kreeg de mijlpaal in de vorige eeuw een vervolg. In 2011 veroverde Oranje voor een enthousiast publiek in Veldhoven de tweede Bermuda Bowl, de wereldtitel voor landenteams. Met in de gelederen Simon de Wijs uit Doorn. Hij speelde met Bauke Muller, de enige van het gouden team van 1993 die ambities bleef houden in de nationale ploeg.

Nederland heeft meer hoofdprijzen binnen geharkt – in 2016 bedroeg de oogst bij de World Bridge Games zelfs tweemaal goud – maar de Bermuda Bowl is de meest prestigieuze. Zoals dat bij de vrouwen de Venice Cup is. En ook daar heeft Utrecht zijn wereldkampioene. Marijke van der Pas won in 2000 goud na een adembenemende finale tegen de Verenigde Staten. Uiteindelijk bedroeg het verschil minder een half punt, zeg maar de paar duizendsten van een seconde tussen Michel Mulder en Jan Smeekens op de Winterspelen in Sotsji.

 

Landskampioen

Utrecht heeft altijd een prominente rol gespeeld in topbridge. De twee sterkste clubs in Utrecht, BC Star en BC Oog in Al (BCO), zijn beide een keer landskampioen geweest. Een prestatie waar tegenwoordig nog slechts van gedroomd kan worden.

Door de professionalisering van het topbridge steken er twee clubs in Nederland met kop en schouders bovenuit: BC ’t Onstein in Vorden en Het Witte Huis in Amsterdam. Zij beschikken over een suikeroom die behoorlijk in de buidel wil tasten, waardoor de twee clubs een concentratie vormen van de beste spelers van Nederland. De Meesterklasse, de hoogste afdeling in Nederland, wordt de laatste jaren steevast gedomineerd door teams van Het Witte Huis en ’t Onstein, de huidige landskampioen. En het krachtsverschil tussen professionele teams en teams van de traditionele verenigingen wordt almaar groter. Om de top te halen moet je investeren. In je eigen ontwikkeling – in bridge ben je nooit uitgeleerd – maar ook in het partnership en en het biedsysteem opdat je aan tafel zo min mogelijk verrast wordt. Dat kost tijd.

Wat topspelers onderscheidt van het gewone bridgevolk is, naast natuurlijk aanleg, dat ze over een zekere wedstrijdhardheid beschikken. Ze hoeven niet bij elk spel alle mogelijke varianten af te gaan en kunnen zodoende hun krachten doseren. Dat is nodig ook, want een internationaal kampioenschap van anderhalf tot twee weken is bijzonder slopend. Na uren wil de concentratie best even verslappen en dat kan erg duur zijn. Letterlijk. Zo nam Simon de Wijs met een Nederlands team enkele weken geleden deel aan de Yeh Brothers Cup in China. Hoofdprijs 150.000 euro. Voor een weekje bridgen.

Het Nederlandse kwartet sneuvelde voortijdig tegen de latere winnaar Monaco, maar had zeker uitzicht op de winst.

Nu is een lucratief evenement als in China wel een uitzondering. Kunnen voetballers na een wereldtitel een nieuwe bankrekening openen, een bridger die het allerhoogste ereschavot bestijgt moet meestal met een handdruk van de wethouder – soms de burgemeester – genoegen nemen. Hij heeft geen bodyguards nodig om zich te beschermen tegen opdringerige fans en wordt in de supermarkt niet belaagd door handtekeningenjagers.

Maar in financieel opzicht heeft de bridgewereld wel flinke sprongen gemaakt.

 

Beroep

Nederland telt een stuk of vijftien beroepsspelers. Die leven van het salaris van de clubsponsor plus inkomsten uit toernooien in Amerika, waarvoor ze worden ingehuurd door gefortuneerde zakenlui. Die shoppen graag in Europa om een eigen team samen te stellen en Nederlanders zijn dankzij de reeks goede prestaties geliefd. Het was dan ook van groot belang dat het Nederlands team – met debutant Tim Verbeek uit Driebergen – zich onlangs op het EK kwalificeerde voor de Bermuda Bowl volgend jaar.

Komend seizoen valt er opnieuw vaak van topbridge te genieten in Utrecht. In nationaal denksportcentrum Den Hommel aan de Kennedylaan vindt vrijwel elk weekend wel een groot evenement plaats of wordt er competitie gespeeld in de Meesterklasse of de klasse er onder, de Eerste Divisie. BCO werd overtuigend kampioen in de Eerste Divisie en beproeft zijn geluk weer in de Meesterklasse. Met onder meer Wubbo de Boer die, ook al is hij dan al lang geen international meer, met zijn levenspartner Agnes Snellers behoorlijk aan de weg timmert in buitenlandse toernooien. In de Eerste Divisie spelen BC Star en de Vriendenkring uit Amersfoort.

Aanstormend talent is er zeker ook. Momenteel doen scholieren uit Houten en Utrecht mee aan het open EK paren voor de jeugd. En over enkele weken gaan ze naar het jeugd WK voor teams in China, waar Nederland tot de favorieten behoort.

 

Dit artikel maakt onderdeel uit van een reeks artikelen over Bridge, tevens terug te lezen in de papieren Utrechtse Sportkrant van 13 juli 2018.