Regionale cyclocrossers kennen redelijk coronaseizoen

Veldrijden Redactie

Ondanks de coronabeperkingen waren er afgelopen winter nog altijd een kleine dertig, internationale cyclocrossen. Van de regionale veldrijders kwam alleen Lars van der Haar in de buurt van dat aantal. Puck Pieterse en Kyle Agterberg reden er beduidend minder. En de prestaties? Over het algemeen best redelijk, maar niet uitzonderlijk. Al was de Europese titel van kersverse beloftevrouw Pieterse uiteraard een glanzende uitschieter.

Daarom viel die zesde plaats van de Amersfoortse op het WK ook wat tegen, temeer daar een leeftijdsgenootje, Fem van Empel, er met de titel vandoor ging. Die was op het EK nog ruimschoots verslagen door de 18-jarige Pieterse. Met een zesde en zevende plaats in wereldbekercrossen maakte de renster van Alpecin-Fenix duidelijk dat ze met goede, frisse benen en verschoond van materiaalpech echt mee kan strijden om de topklasseringen bij de vrouwen. Zou ze met dergelijke resultaten in andere landen op een voetstuk geplaatst worden, in Nederland – met een lawine aan toppers – is ze een van de velen.

Van der Haar kende een heel stabiel seizoen en toonde zich na afloop van de Sluitingsprijs in Oostmalle, ook best tevreden. Steevast knokte de 29-jarige Woudenberger naar een plaats ergens tussen de vijf en de tien, met verschillende podiumplaatsen als kers op de taart. Maar echt dominant meedoen achter de twee tenoren van de cyclocross, Mathieu van der Poel en Wout van Aert, lukte hem niet.

Voor belofte Kyle Agterberg waren er nauwelijks wedstrijden in zijn leeftijdscategorie. Op het EK werd de renner uit Maartensdijk knap vierde, op het WK vloeiden zijn krachten weg na een schuiver in het zand en eindigde hij als zeventiende.

 

Aardige stuiver

In tegenstelling tot collega’s in andere sporten viel er voor de cyclocrossers nog best een aardige stuiver te verdienen. De X2O-trofee, over acht wedstrijden, leverde de winnaar 30.000 euro op, het Superprestigeklassement, over eveneens acht wedstrijden, 25.000 euro. De wereldbeker, over vijf wedstrijden, was goed voor 22.500 euro, nog afgezien van het prijzengeld per wedstrijd. Vooruitstrevend in de cyclocross is dat de mannen en vrouwen over het algemeen gelijk beloond worden, waarmee de prachtige gevechten bij de vrouwen – ook al betreft het dan vaak een Nederlands onderonsje – een terechte waardering krijgen. Frappant was dat het WK voor vrouwen betere kijkcijfers bij de NOS kende dan het WK voor mannen, al had die laatste wedstrijd wel veel concurrentie van bijvoorbeeld eredivisievoetbal.

Lars van der Haar sluit het seizoen af met een zesde plaats op de UCI-ranking, in de wereldbeker werd hij negende. De Belgen Toon Aerts, Eli Iserbyt en Michael Vanthourenhout voeren de wereldranglijst aan. Van der Poel (vierde) en Van Aert (zevende) reden veel minder wedstrijden.

Puck Pieterse bezet plaats 24 bij de elitevrouwen, Ceylin del Carmen Alvarado is de nummer 1, voor Lucinda Brand, Annemarie Worst en Denise Betsema. Pieterse eindigde als negende in de wereldbeker, in het klassement van de beloftevrouwen werd ze derde achter de Hongaarse Kata Blanka Vas en Manon Bakker.

Kyle Agterberg bezet plaats 139 bij de elitemannen.