Roeier Kaj Hendriks verruilde zijn boot voor een doktersjas

Roeien Pim van Esschoten

Roeier Kaj Hendriks was in maart 2020 vol in de voorbereiding op de Olympische Spelen. Toen nog gepland in de zomer van 2020. Tijdens een training besefte Kaj echter dat hij als afgestudeerd arts tijdens de coronacrisis zich in wilde zetten voor de maatschappij. Tuurlijk volgde geneeskunde student het coronanieuws op de voet maar bleef nog volop in training. ‘Tot het moment dat ik tijdens een lange saaie training op de ergometer de dag na de toespraak van Mark Rutte merkte dat het niet meer goed voelde wat ik aan het doen was.'

‘Ik vond mezelf egocentrisch. Te veel op mezelf en mijn eigen sportieve doel gericht. Wat was ik eigenlijk aan het doen?’

Met toegenomen verantwoordelijkheidsgevoel in combinatie met onzekerheid over deelname aan de Spelen kwam ‘Kaj de topsporter’ in conflict met ‘Kaj de arts’. ‘Ik heb bij mijn afstuderen, zoals iedere arts, een eed afgelegd. En daarom wilde ik mijn collega’s in de zorg helpen. Dat had voorrang op de Spelen. Eerst proberen mijn steentje bij te dragen in het ziekenhuis. Het sporten kwam daardoor op een tweede plek te staan.’

 

Afgebroken competities, lege tribunes, talenten die stagneerden in hun ontwikkeling en nauwelijks kampioenschappen om te vieren of stralende sterren die op het speelveld konden worden bewonderd. En toch. Hoe schraal het sportjaar 2020 ook was, veel ging wel door. Anders, aangepast. Namens de gemeente Utrecht zet SportUtrecht deze sporters, vrijwilligers en initiatiefnemers in een feestelijke online bijeenkomst op 10 februari in het zonnetje.

Deze week presenteren we een vijftal voorbeelden; Sporten voor een Toekomst (SveT) van het Leger des Heils, Beter Bewegen met Yael, Karate kit van Floris Sujecki, topsporter Kaj Hendriks en sportcoach Pim Scherpenzeel. Over wat nog wél in 2020 kon en nu ook nog kan. En hoe.

 

En dus vertelde Hendriks aan zijn teamgenoten en coach dat zijn prioriteiten waren veranderd. ‘Gelukkig positieve reacties, ook Jacob van de Kerkhof, met wie ik in de ‘twee zonder’ zit. Daarna heb ik het ziekenhuis gebeld waar ik al eerder diensten had gedraaid en kon ik vrij snel aan de slag. Uiteindelijk heb ik tijdens de eerste golf een drietal weken bijgesprongen op de spoedeisende hulp, met name om zieke collega’s te vervangen. Toen de stroom van patiënten in de regio Utrecht weer afnam, bleek mijn aanwezigheid niet meer direct nodig en kon ik me weer gaan richten op het roeien en de Spelen van dit jaar.’

Tijdens zijn kortstondige switch zag hij duidelijke parallellen tussen het bedrijven van topsport en zijn werk als arts. ‘Net als in boot maak ik in de zorg deel uit van een team waarbij je op elkaar moet vertrouwen. Samen heb je een doel. In de sport wil je een wedstrijd winnen, in de zorg iemand beter maken.’