‘Sander was als klein jongetje al zo fanatiek’

Hockey Roberto Cancian

In een speciale serie laten we anderen eens over de Utrechtse olympiërs praten. We laten de mensen aan het woord die de eerste trainers of begeleiders waren. Dat kan een vader of moeder zijn, een clubtrainer, maar ook een trainingsmaatje of iemand die zich over de pupil ontfermde. We vragen aan hen of de atleten hun talent al vroeg lieten zien, of juist helemaal niet. En verklaart het karakter misschien een latere gang naar het hoogst haalbare sportpodium, de Olympische Spelen? In deel 3: Sander de Wijn.

Eind 2020 scheurde hockeyspeler Sander de Wijn, tijdens een training van het Nederlands team, een pees bij zijn lies volledig af. Voor de revalidatie van de speler, die al jaren voor het Utrechtse Kampong uit komt, stond zeker vier tot zes maanden. Het doel was om fit te geraken voor de Olympische Spelen. De 30-jarige De Wijn stond echter tijdens het gewonnen Europees Kampioenschap begin juni ‘gewoon’ binnen de lijnen. ‘Hij heeft er alles voor over, als klein jongetje wist hij al niet van ophouden’, lacht Gerco Homburg die hem meemaakte bij hockeyclub MHC Civicum. Bij die club in Cuijk begon Sander de Wijn met hockey. ‘Hij is nooit lid geweest maar was er altijd. Ik heb met zijn vader in het veteranenteam gespeeld en Sander was er steevast bij’, geeft de inmiddels 63-jarige Homburg aan. ‘Sander heeft nog steeds binding met de club, want wanneer hij gevraagd wordt om een clinic te verzorgen, dan doet hij dat gewoon.’

Het talent was al snel zichtbaar bij de Oranje speler die inmiddels de 150 interlands heeft aangetikt. Tijdens het Europees Kampioenschap was daar de gebalde vuist in het duel met Duitsland na een splijtende pass vanuit de achterhoede die op maat aankwam bij ploeggenoot Mirco Pruyser die vervolgens Thierry Brinkman in staat stelde om 2-0 te scoren. ‘Super dat ze de Europese titel hebben gepakt. Winnen bij de Olympische Spelen zal een enorme dobber worden maar voor dat laatste stukje van zijn carriere zal hij er vol voor gaan.’ Heel Civicum zal hem volgen, net zoals dat al jaren gebeurt.

‘Hij was denk ik zes jaar toen hij al meeging met de wedstrijden van ons. Hij mocht altijd onze keeper Theo Beker inslaan. Die wist wat hij kon en vroeg af en toe of het iets minder hard kon. Toen kon hij al zo hard meppen. Iedereen zag zijn talent. Sander is meegegaan tot hij een jaar of tien was. Iedereen zei dat hij naar een andere club moest gaan omdat hij gewoon te goed was voor Civicum. Daar had hij op zijn twaalfde jaar al in het eerste team gestaan’, vertelt Gerco Homburg, aan die zelf tot voor kort nog steeds te vinden was op het veld bij Civicum als actief hockeyspeler. ‘Sander is een jongen die alles voor de sport over heeft. Dat fanatieke daar sta je achteraf pas bij stil. Hij wist niet van ophouden met trainen en met sporten. Dat heeft hem gebracht tot waar hij nu staat.’

Als goede vriend van de familie kwam Homburg vaak bij De Wijn thuis. ‘Ik ken Sander al vanaf zijn eerste levensjaar. Het maakte eigenlijk niet veel uit wat je bij Sander in zijn handen stopte. Of het nou een hockeystick of een tennisracket was, hij was bloedfanatiek en ook goed. Bij hem in de tuin stond zowel een voetbaldoel als een hockeydoel en wanneer hij daar bezig was, ook met mijn kinderen erbij, dan merkte je dat hij altijd wilde winnen.’

Gerco Homburg gunt hem een mooi olympisch toernooi in Tokio. ‘Als het kan gaan we het met z’n allen volgen.’