Seizoen zonder competitie voor Utrecht Disaster

Inline hockey Robert Jan van der Horst

Een nieuw seizoen, maar dan zonder competitie. Dat staat de inlinehockeyers van Utrecht Disaster te wachten. Trainen en toernooien spelen, dat is hetgeen de leden van de club uit Overvecht-Noord de komende maanden gaan doen. Iets anders zit er niet op. ‘Jammer, maar dat is nu eenmaal een gegeven’, aldus penningmeester en vrijwilligster van het eerste uur Heleen van Dijk. ‘Inlinehockey is in Nederland nu eenmaal een recreatieve sport die ook nog eens vrij onbekend is.’

Maar wanhopen is er niet bij. Hoewel Van Dijk ook beseft dat de hoogtijdagen van de sport, die voortkomt uit het ijshockey en gespeeld wordt op ‘rolschaatsen’ waarvan de vier wieltjes achter elkaar zijn geplaatst, voorbij zijn. ‘De tijd dat we 130 leden hadden, ligt alweer enige tijd achter ons.’

Denk echter niet dat Utrecht Disaster gedoemd is ten onder te gaan. ‘We hebben een eigen hal en daar maken meer sporten en sporters gebruik van: rollerderby, zaalhockey, kunstrolschaatsen, indoor-lacrosse, boks-lacrosse en ook de Koninklijke Nederlandse Schaats Bond huurt onze accommodatie nog wel eens een middagje. Ook worden bij ons ook zo af en toe examens afgenomen.’

En er viel onlangs nog een meevaller te noteren, weet Van Dijk. ‘Vanuit Dordrecht maakte een U19-jeugdteam de overstap naar ons. Dat betekende ineens zestien leden erbij. Ook bij de senioren gaat het niet onaardig waar het het ledental betreft. In totaal hebben we nu zo’n zeventig leden en daar kunnen we het dus heel behoorlijk mee redden.’

 

Onrustig verleden

De vrij jonge club – opgericht in 1996 – kent een wat onrustig verleden. Aanvankelijk gehuisvest op Sportpark Verthoren – met onder de meer de voetbalclubs UVV en PVC als bespelers – brandde het dak van de hal in 2009 af. Na een hele strijd met de verzekeringsmaatschappij werd de schade uiteindelijk vergoed en verhuisde Utrecht Disaster medio 2010 naar de Manitobadreef, op het deel waar ooit HMS (voetbal, cricket en in vroeger jaren honkbal en handbal) was gehuisvest. IJshockeyer Stephan Collard was één van de initiatiefnemers en – met Van Dijk – jarenlang een drijvende kracht van de club.

De sport zelf is wat minder vuurgevaarlijk en wordt, naar schatting, vanaf 1940 gespeeld. Vooral voor ijshockeyers was het een prima activiteit om de ‘ijsloze’ zomer te overbruggen. Inlinehockey lijkt namelijk in technisch opzicht veel op ijshockey.

Toch zijn niet alleen de schaatsen anders, ook het speeltuig verschilt. Waar bij ijshockey wordt gespeeld met een puck, is dat bij inlinehockey met een balletje.

Vandaar dat het overgrote deel van de leden voortkomt uit het ijshockey, maar ontwikkelingen in die wintersport zijn er juist debet aan dat inlinehockey in populariteit is gedaald. Van Dijk: ‘Tot vier jaar geleden lag er ’s zomers geen ijs in de hal van de Vechtsebanen. Dus veel ijshockeyers kwamen bij Utrecht Disaster spelen om hun conditie en hun techniek op peil te houden. Sinds er een paar jaar wél ijs ligt op de Vechtsebanen in de zomer, zie je bij ons het aantal jeugdleden sterk afnemen. De jeugd geeft dan toch de voorkeur aan het ijshockey. Inline is nu eenmaal een zomervariant van ijshockey.’

 

Onbegrip

Elders in het land raakte inlinehockey echter ook uit de gratie, zodat er nu nog slechts een handvol clubs over is gebleven. ‘Maar er is hoop’, zo weet Van Dijk, die tevens bestuurslid is van de nationale bond: Inline Skaterhockey Nederland ISHN. ‘Juist in provincies als Friesland en Groningen schijnt er weer aanwas te zijn. Zelf proberen we ook wel leden te werven. Maar als dan de overeenkomst tussen inlinehockey en ijshockey ter sprake komt, dan is steevast de reactie; oh, dat is die sport waarbij zoveel gevochten wordt. Tegen zoveel onbegrip is bijna niet op te boksen.’

Utrecht Disaster weet vooralsnog van geen ophouden en trapte het seizoen af op 24 maart met een succes verlopen seniorentoernooi. Daaraan deden Zwolle, Amsterdam, Tilburg en Utrecht Disaster mee.

 

Toernooi

Timo Janse. Foto: Mauricelle Schnider

Een toernooi? Welk toernooi? Twijfel en verbazing strijden om voorrang aan de andere kant van de lijn. Tot Timo Janse (35) een lichtje opgaat. ‘Ah, het toernooi om de Disastercup. Nee, dat wordt dit jaar niet georganiseerd.’

Spijt klinkt door in de woorden van Janse, inlinehockeyer van Utrecht Disaster. ‘We hebben het wel geprobeerd, maar na verloop van tijd hadden we nog maar één aanmelding binnen en hebben we het moeten cancellen.’ Zo ergens tussen midden en eind februari hakte de club de knoop door, schat penningmeester Heleen van Dijk in. ‘Dat bespaarde ons een hoop gedoe. Maar jammer is het wel. Door zo’n internationaal toernooi komt de sport weer even in de belangstelling en dat kunnen we eigenlijk best gebruiken.’

Geen ploegen dus uit Denemarken, Duitsland, België en Nederland in de hal van Utrecht Disaster aan de Manitobadreef in Utrecht-noord voor een aansprekend internationaal evenement dat zowel in 2017 als in 2018 werd georganiseerd. En dat is welhaast symptomatisch voor de staat van het nationale inlinehockey, denkt Janse. ‘Clubs vallen weg, de jeugd kan nu ook in de zomer kiezen voor ijshockey. Ik heb nu 29 jaar inlinehockey gespeeld en zag het in die tijd alleen maar minder worden. Er waren clubs in Culemborg, Boxtel, Den Haag, Winschoten, noem maar op. Die zijn nu allemaal weg.’

 

Dynamisch

Janse woont in Den Bosch, maar komt oorspronkelijk uit Culemborg. ‘Ik heb altijd in Utrecht geijshockeyd; in de jeugd en bij de Padres, maar was geen hoogvlieger. Inlinehockey trok me veel meer. Ik ben er mee groot gebracht. Een fantastische sport, heel dynamisch. Je speelt vier tegen vier op een kleinere baan dan een ijshockeyveld en op een ondergrond van asfalt. Doordat je met een balletje speelt in plaats van met een puck, kun je veel meer capriolen uithalen en moet je veel behendiger zijn. Het gaat razendsnel.’

Drie jaar speelde Janse, vrachtwagenchauffeur van beroep, zelfs in het Mekka van het Europese inlinehockey: Duitsland. ‘Bij Krefeld. In mooie sporthallen met tribunes. Daar leeft de sport en daardoor hebben sponsoren belangstelling. In Zwitserland ook overigens. En in Nederland heeft Utrecht Disaster één van de mooiste accommodaties.’

Er waren tijden dat inlinehockey in Utrecht groter was dan het ijshockey bij IJCU Dragons, mijmert Janse. Maar dat is nu niet meer zo.’ Zelf verheugt hij zich dit seizoen op enkele internationale toernooien, zoals in bij Spaichingen om de Badgers Cup. ‘Een toernooi op hoog niveau, maar eigenlijk is het een stoute jongens-weekeinde.’

Janse speelt in een gemixed team bestaande uit jong talent en oudere spelers. Kwalitatief staat er een ploeg die in de Eredivisie zou moeten spelen, maar er zijn geen competities. ‘Bij ons spelen jeugdige talenten als Justin Evers (speelt ijshockey voor Nijmegen) en Jerrey Kinnegin en Stef Overweg (beiden Amsterdam). Met mijn vriendin Denise en Ramon Rhijnen heb ik jaren het eerste team van Utrecht Disaster begeleid, tegelijkertijd was ik speler. De competitie is er helaas niet meer, dus speel ik nu nog uitsluitend toernooien voor de fun.’