Sharon van Rouwendaal fenomeen in open water

Openwaterzwemmen Redactie

Drie gouden medailles, terwijl het er eigenlijk vier hadden moeten zijn. De Europese kampioenschappen zwemmen mondden voor Sharon van Rouwendaal uit in een ware triomftocht. De 24-jarige Baarnse was in het open water de beste op drie onderdelen: de 5 kilometer, de 10 kilometer en bij het gemengd estafette team. Zilver was er op de 25 km na een bizarre race, die ze bijna nog met goud bekroonde.

Er stond geen maat op Sharon van Rouwendaal in Glasgow. Bij haar eerste optreden op de 5 kilometer gaf de Baarnse in Loch Lomond meteen haar visitekaartje af. De concurrentie zag haar alleen bij de start. Van Rouwendaal nam vanaf het begin de leiding en stond die niet meer af. Met de finish in zicht zwom de Nederlandse weg bij haar Duitse concurrente Leonie Beck. ‘Bij de laatste tweehonderd meter ging ik gewoon lachen. Ik heb me nog nooit zo goed gevoel in de slotfase van een race,’ grijnsde Van Rouwendaal bij de NOS. ‘Normaal is mijn eerste race op een toernooi teleurstellend en daarna zwem ik goed. Nu sta ik er meteen,’ ging de olympisch kampioene verder. ‘Ik geniet nu van elke medaille, want je weet nooit wanneer het stopt.’
In 2016 won Van Rouwendaal nog brons op deze afstand tijdens het EK in Hoorn. Op de EK in 2014 in Berlijn werd de Baarnse tweede.

 

Revanche

Daags na de winst op de 5 kilometer pakte Van Rouwendaal ook de titel op de 10 kilometer, een afstand die belangrijk voor haar is omdat het een Olympisch onderdeel is. Halverwege zaten olympisch kampioen Van Rouwendaal en trainingsmaatje Esmee Vermeulen nog in een kopgroep van negen zwemsters. Daarvan bleven uiteindelijk alleen Van Rouwendaal en Gabbrielleschi over. Een kilometer voor het einde moest de Italiaanse buigen voor het hoge tempo van Van Rouwendaal.

Met deze overwinning nam de Nederlandse troef op de lange afstanden revanche voor de misgelopen EK-titel in 2016 toen ze aan kop lag, maar met de finish in zicht de verkeerde kant op zwom en vierde werd.

Goud was er ook voor het Nederlandse openwater estafetteteam bestaande uit Sharon van Rouwendaal, Esmee Vermeulen, Pepijn Smits en Ferry Weertman. Bij dit onderdeel in het open water moeten vier zwemmers samen vijf kilometer afleggen. Na de vrouwen ging Smits als eerste man te water. Hij wist vijf plekken te winnen en gaf als nummer twee het stokje over gaf aan Europees kampioen Weertman. Net als op zijn tien kilometer maakte Weertman er een spannende finish van. Hij tikte een fractie eerder aan dan de Duitser Florian Wellbrock. Het brons was voor Frankrijk.

 

Boei gemist

En dan de langste afstand van Van Rouwendaal, de 25 kilometer. Na ruim vijf uur en een kwartier tikte ze een tiende van een seconde langzamer aan dan Arianne Bridi uit Italië. Zilver dus, dat opnieuw goud had moeten zijn.

Want Van Rouwendaal lag op kop toen ze een boei miste. Ze leek vervolgens kansloos toen ze 200 meter terug moest zwemmen. Dat kostte haar meer dan een minuut. Dankzij een fenomenale inhaalrace kwam ze nog in de positie te strijden om het goud.

Voor de camera van de NOS deed ze haar verhaal. ‘Naar omstandigheden ben ik nog heel erg goed gefinisht, ik had kramp en was duizelig.’ Ze had ervoor gekozen zo hard mogelijk bij de anderen weg te zwemmen. ‘Je hoofd gaat alle kanten op en ik zag het niet meer zo goed,’ verklaarde ze het missen van de boei. ‘Wel merkte ik dat het ondiep werd.’

Ondanks het ‘smetje’ van de 25 km bewees Sharon van Rouwendaal dat ze een fenomeen is in het open water. Ze was ook tevreden over haar EK. ‘Ik kwam hier voor één gouden medaille, het zijn er drie geworden.’