Sharon van Rouwendaal moest de hoogste golven trotseren

Openwaterzwemmen Sportboek en -film recensie Hans van Ommeren

Er zijn niet zoveel tieners die wekelijks 90 kilometer fietsen, laat staan hardlopen. Zwemmen is al helemaal niet aan de orde. Tenzij je een allesoverheersende drang bezit om de top te halen. En die heeft Sharon van Rouwendaal, opgegroeid in Soest, zo blijkt in de biografie die vorige week is verschenen over de regerend olympische kampioene op de 10 kilometer.

Sharon van Rouwendaal behoort tot het selecte gezelschap dat niet terugdeinst voor ontberingen, sterker, er bij gedijt. Een gewone sterveling had het bijltje er al lang bij neergegooid. Niet de waterrat uit midden Nederland. Terwijl zich steeds weer nieuwe obstakels aandienen lijkt ze alleen maar sterker te worden. Met als ultieme beloning in 2016 olympisch goud. Na een race waar je je bij waant zoals zoals die door de hoofdrolspeelster zelf beschreven wordt. Ze gaat er na 6 kilometer vandoor, schrikt wanneer ze spetters achter zich voelt op haar benen. Totdat ze er achter komt dat ‘die spetters, die veroorzaak ik zelf.’

In de biografie van Natasja Weber, sportjournalist bij het Eindhovens Dagblad, valt vooral op hoezeer de trainingscultuur verschilt in Nederland en Frankrijk. In dat laatste land verblijft Sharon van haar zevende tot en met haar vijftiende levensjaar. In Frankrijk komt haar talent als zwemster, en aanvankelijk ook als hardloopster, tot wasdom.

 

‘Je stinkt naar chloor’

De kleine Sharon, in Soest al fanatiek bij atletiekvereniging Pijnenburg en zwemclub De Duikridders, zwemt bij ASPTT Perigueux het ene na het andere jeugdrecord aan flarden. In een regionale krant verwerft ze de bijnaam ‘la cannibale des bassins’. Niet iedereen kan dat waarderen in het chauvinistische Frankrijk. ‘Je stinkt naar chloor’, zeggen jaloerse klasgenootjes.

Maar Sharon volgt haar eigen weg, typerend voor de geboren topsporter. Op haar dertiende gaat ze intern bij zwemcoach Alexis Pannier waar meer jong talent vertoeft. Hij zou later veroordeeld worden voor seksueel misbruik van een (minderjarige) andere zwemster, al neemt Van Rouwendaal het op voor de coach.

Wanneer het gezin terugkeert in Nederland gaat Sharon trainen bij onder meer kampioenenmaker Jacco Verhaeren (Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn) en Marcel Wouda. Er is geen sprake van een autoritaire aanpak, de beminnelijkheid regeert. Toch mist ze iets. Sharon is gewend aan zware trainingsarbeid, nog wat extra baantjes trekken wanneer de rest uithijgt aan de rand van het bad.

 

Horrorcoach

Ze gaat terug naar Frankrijk en komt onder de vleugels van de excentrieke Philippe Lucas. Diens spijkerharde regime (‘een horrorcoach’) en onvoorspelbaarheid leidden tot verschillende aanvaringen. In de zomer van 2019 bereiken die hun kookpunt. Van Rouwendaal eist excuses voor zijn gedrag en krijgt die, min of meer tot haar eigen verbazing, ook, zij het schoorvoetend. Ze is dan al jaren van een talentvolle zwemster op de rugslag getransformeerd in een diehard die geniet van de klotsende golven in zee of rivier.

Haar liefde voor het open water ontluikt in 2013 wanneer ze haar toenmalige vriend Ferry Weertman, die nu een relatie heeft met Ranomi Kromowidjojo, gadeslaat in de haven van Barcelona. Al een jaar later pakt Van Rouwendaal goud op de 10 kilometer op het EK. Nederland heeft er een zwemkampioene bij op de marathon.

Wat de biografie zo fascinerend maakt is het meedogenloze kijkje in de ontwikkeling van een topsporter. De beste vriend van Van Rouwendaal is een eend, Duck.

Pijn kunnen lijden. Op het juiste moment pieken. Je niet door een (hatelijke) omgeving van de wijs laten brengen. Sharon van Rouwendaal kan het als de beste. Onbewust denk je, jammer dat we nog een jaar moeten wachten op de volgende Spelen.

 

BRUUT, biografie van Sharon van Rouwendaal
Auteur: Natasja Weber
Uitgeverij: Edicola Publishing
Paperback, 256 pagina’s. 21,95 euro