Sport in gedrang door stijging kosten levensonderhoud

Beleid Robert Jan van der Horst

Een noodkreet. Dat was het bericht dat het NOC*NSF ruim een maand geleden uit deed gaan. Door de stijgende energieprijzen dreigen, zo stelde de sportkoepel, vooral zwembaden (geschat 200 van de 637) en kunstijsbanen dit jaar kopje onder te gaan. Het zijn de accommodaties die energie slurpen zowel voor warmte (watertemperatuur) als koeling (ijs). Het gaat dan vooral om de sportvoorzieningen waarvan het energiecontract eind dit jaar afloopt.

Wat ijsbaan De Vechtsebanen in Utrecht betreft, hoeven de sporters voor hun ‘winterseizoen’ niet te vrezen, hoewel de ijshuur toch nog met liefst acht procent stijgt. Dat was het resultaat van de gesprekken de afgelopen zomer tussen de Baan Vereniging Utrecht (BVU) en het schaatsmekka in Overvecht-Noord.

De partijen moesten om de tafel omdat het vorige tienjarige contract afliep. De Vechtsebanen en BVU sloten per 1 september een nieuwe overeenkomst voor een jaar. De BVU vertegenwoordigde de schaatsers, shorttrackers, kunstrijders (vereniging KVM on ice) en de schoonrijders, in totaal zo’n 25 verenigingen uit stad en regio. Curling en ijshockey zijn overigens niet aangesloten bij BVU en zouden zelf met de baan moeten onderhandelen, maar lopen in deze automatisch mee in de jaarlijkse prijsstijgingen.

 

Doorrekenen

Blij met deze verhoging is Femi van Halen uiteraard niet, zeker omdat de jaarlijkse indexering normaal gesproken tussen de twee en drie procent ligt.  ‘Maar ik zie wat er momenteel aan de hand is in de wereld en ik zie dat alles fors in prijs stijgt’, aldus het bestuurslid van KVM on ice. ‘Het gaat over niets anders dan over de inflatie. We zagen deze verhoging wel aankomen, maar deze staat los van de fors gestegen energielasten. Het is de jaarlijkse aanpassing, zeg maar de indexatie. Ik heb begrepen dat De Vechtsebanen (sinds 2010 een geprivatiseerde ijsbaan, red.) nog een energiecontract met de leverancier heeft tot juni 2023, dus voor dit seizoen zitten we wat dat betreft goed. Maar het is afwachten wat er daarna gebeurt.’

KVM on ice heeft de luxe deze prijsverhoging (nog) niet te hoeven door te berekenen aan de leden om de begroting sluitend te krijgen. ‘Wij kunnen het opvangen door meer kunstrijders tegelijkertijd op het ijs te zetten en dat vertellen we onze nieuwe leden dan ook. Dat kunnen ijshockeyers dan weer niet, dat is te gevaarlijk. Ik kan me voorstellen dat zij niet blij zijn met deze prijsverhoging. Die sport is toch al zo duur.’

Wel wachten alle partijen die op De Vechtsebanen zijn gehuisvest nog steeds op de verdeling van 200.000 euro extra subsidie, naast een eerder verstrekte ondersteuning van 300.000 euro, die de gemeente aan De Vechtsebanen heeft toegekend. Daarvan zou de helft ten goede komen aan het schaatscomplex en 100.00 euro (de andere helft) zou worden verdeeld onder de clubs. Van Halen: ‘Maar daar zijn ze nog mee bezig.’

 

Leden

Lijkt de pijn van de torenhoge inflatie en de energieprijzen die door het plafond gaan, dan wel mee te vallen voor de Utrechtse sportclubs en de sporters afgaande de ontwikkelingen op De Vechtsebanen? Allerminst. Of liever: integendeel. Naast zorgen over de energienota, maken de Utrechtse sportverenigingen zich zorgen over hun leden. Om met de energieprijzen te beginnen: begin september trok omnivereniging Kampong, 7.000 leden, bij monde van Diederik Kersten al aan de bel.

‘En dan hebben we het toch over een  vereniging die het goed voor elkaar heeft’, aldus Casper Coldenhoff van belangenvereniging SportUtrecht. ‘Als er geen steun vanuit de gemeente komt, verwacht ik wel dat verenigingen zullen omvallen.’ Maar de Manager Gebiedsteam Utrecht Zuidwest-West, kijkt vooral naar de gevolgen die de inflatie en de stijgende energiekosten hebben voor de leden van de sportclubs.

Dan gaat het over de leden, de sporters. Coldenhoff, wiens werkterrein vooral de wijken Ondiep, Kanaleneiland, Transwijk, Rivieren- en Dichterswijk, Lombok en Oog in Al omvat, prijst de initiatieven van de voetbalclubs DHSC en PVC. Zo organiseert het in Ondiep gevestigde DHSC op 29 oktober een benefietavond. De club van boegbeeld Wesley Sneijder ziet dat steeds meer leden hun contributie niet (meer) kunnen betalen, dat leden zonder ontbijt naar de club komen en steeds vaker en langer douchen om zo thuis energiekosten te kunnen besparen. Deze opbrengsten van de benefietavond zullen zowel voor de leden van DHSC als de inwoners van Ondiep ten goede komen.

PVC, gelegen op de grens van de wijken Lombok en Oog in Al, trekt samen op met de ING Bank – sponsor van het Nederlandse voetbal – en introduceert een financieel contactpersoon voor de leden die niet of, steeds vaker, slecht rond kunnen komen.

 

Armoede

De landelijke cijfers liegen er niet om. Eén op de elf kinderen (zie kader) groeit op in armoede. Als gezinnen minder te besteden hebben wordt bezuinigd op uitgaven. Op sport bijvoorbeeld en de vrees is dat het aantal de komende tijd toeneemt. SportUtrecht en Coldenhoff zetten dan ook alles op alles om kinderen aan het sporten te zetten of te houden. ‘We hebben als visie dat sport en bewegen bijdraagt aan een gezond en gelukkig leven of een belangrijke sleutel is tot gezond en gelukkig leven. Maar we zien ook dat we niet iedereen kunnen bereiken. Nog steeds niet, ondanks de inzet van buurtcoaches waarmee we de drempel om te gaan sporten willen verlagen.’

Met die buurtcoaches probeert Coldenhoff tot in de haarvaten van de samenleving te komen en bewoners van Utrecht te wijzen op de regelingen die er bestaan voor sportdeelname. Dat lukt soms wel, middels het organiseren van speciale evenementen, en soms niet. ‘Hetzelfde zie je nu met de Aanvraag Energiekosten, zeg maar de energiesubsidie. Landelijk gezien doen tienduizenden gezinnen geen aanvraag. Of omdat ze denken dat ze er niet voor in aanmerking komen, of omdat ze niet weten hoe ze het moeten doen. Het is overigens niet aan SportUtrecht om in de Aanvraag Energiekosten een rol te spelen.’

 

Ondersteuning

In de gemeente Utrecht zijn er twee mogelijkheden voor sporters om financiële ondersteuning aan te vragen, zodat ze niet hoeven te stoppen of om de drempel om lid te worden van een sportclub te verlagen. Dat kan middels de U-pas (eveneens beschikbaar in IJsselstein, De Bilt, Houten en Stichtse Vecht) en het Paul Verweel Sportfonds.

Bij de U-pas krijgen gezinnen die van een minimum inkomen moeten leven – bijvoorbeeld de bijstand – een jaarlijks budget (ouders plus kinderen). Per kind is een bedrag beschikbaar, afhankelijk van de leeftijd alsook voor de ouders. Het tijdvak is steeds van 1 juli tot en met 30 juni te besteden aan sport, cultuur, fietsen, computers of studiekosten. Geld dat aan het eind van die periode overblijft, kan niet worden overgeheld naar het volgende boekjaar. Vanuit de gemeenten krijgen gezinnen in de bijstand daarover automatisch bericht. Coldenhoff. ‘Dat kan een aanzienlijke besparing op de contributie of schoolbenodigdheden opleveren.

Het Paul Verweel Sportfonds, voor kinderen van 4-17 jaar, wordt uitgevoerd door SportUtrecht. Coldenhoff: ‘Jaarlijks kunnen we beschikken over een budget van 100.000 euro. Het Fonds is uitsluitend voor de aanvraag van sportattributen en alleen toegankelijk voor de houders van een U-pas.’

En daar gaat het knijpen. Want door de hogere energiekosten en de gierende inflatie komen niet alleen minima, maar ook steeds meer middeninkomens in de problemen. Een logische stap zou zijn om de inkomensgrens bij te stellen zodat meer gezinnen gebruik kunnen maken van deze regelingen. ‘Maar daar gaat de politiek over’, aldus Casper Coldenhoff. ‘SportUtrecht signaleert wel maar probeert vooral te focussen op hoe we de mensen die dat het hardst nodig hebben, kunnen laten sporten en bewegen.’

 

Hoeveel kinderen groeien in Nederland op in armoede? Hoe zit het met hun sport- en beweegdeelname?
Uit onderzoek naar het sport- en beweeggedrag van kinderen en jongeren naar sociaaleconomisch milieu uit 2021 blijkt:
• 1 op de 11 kinderen (4-12 jaar) en 1 op de 17 jongeren (12-18 jaar) groeit op in armoede, met onvoldoende geld voor kleding, vervoer en sociale activiteiten als sport en cultuur. Voor kinderen is dat 9%; voor jongeren bijna 6%.
• Zij sporten wekelijks minder en zijn minder vaak lid van sportverenigingen. Minder dan de helft van deze kinderen en 56% van de jongeren doet wekelijks aan sport ten opzichte van 76% van de kinderen en ruim 80% van jongeren uit gezinnen met een hoog gezinsinkomen.
In 2020 bedroeg volgens cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut het aantal kinderen (naar schatting 220.000) dat onder de armoedegrens leefde 7%; in 2019 was dat nog 7,4 %.
Weinig geld en kennis over gezonde leefstijl zijn twee obstakels om te sporten en te bewegen voor kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen. Gevreesd wordt dat dat gezien de huidige schrale economische ontwikkelingen alleen nog maar minder wordt.

Bron: Kenniscentrum Sport en Bewegen, publicatie van 5 oktober 2022.