Talent is niet meer dan een aangeboren eigenschap

Overig nieuws Redactie

Talent hebben betekent feitelijk niet meer dan een aantal erfelijke, aangeboren eigenschappen bezitten. Dat kan lengte, motoriek of intelligentie zijn. Aanleg hebben betekent niet dat kinderen aan de top zullen komen. Daarvoor zijn vele trainingsuren vereist. De Zweedse psycholoog Erikson berekende dat er 10.000 trainingsuren voor nodig zijn om van een talent een topper te maken.

En volgens hem moest dit ook nog ‘gerichte training’ zijn, in één tak van sport moet geconcentreerd getraind worden op techniek en tactiek. Daar is een grote dosis motivatie voor nodig en die zal uit het kind zelf moeten komen. Ook is het van belang dat bonden het talent erkennen omdat het aantal trainingen en de kwaliteit daarvan dan zullen toenemen.

Ook de ouders en verzorgers spelen een essentiële rol in de talentontwikkeling van het sportende kind. Volgens een artikel in The Telegraph uit 2017 gaat het zelfs zo ver dat 4 op de 10 kinderen wil stoppen met sporten door te fanatieke ouders aan de lijn. Als ouders helemaal niets doen zal het talent echter niet verder ontwikkeld worden. Jacco Eltingh liet in het boek Langs de lijn of er over een interessante stelling optekenen: ‘talenten van nu hebben het minder makkelijk om de top te halen, omdat het met twee werkende ouders verrekte moeilijk is om aan topsport te (blijven) doen. Of je moet supergrootouders hebben, dan wel vlakbij de sporthal of het voetbalveld wonen.’

 

Wat niet te doen

Ouders doen er dus geen goed aan te vaak negatief gedrag langs de lijn te vertonen, commentaar op coaches en kinderen te geven en te fanatiek gericht op winnen zijn. De volgende punten kunnen ook ongewenst resultaat opleveren:

Grote druk op de schouders van het kind leggen. Als van jouw kind gezegd wordt dat het ‘de nieuwe Johan Cruijff, Joop Zoetemelk of Sjoukje Dijkstra is’, dan krijgt hij of zij een zware belasting op de schouders gelegd, waar slechts weinigen tegen bestand zijn. Hooggespannen verwachtingen worden zelden waargemaakt.

Kritiek op slechte prestaties kan hun zelfbeeld en hun zelfvertrouwen aantasten of vernietigen, zegt sportpsycholoog Schuijers. ‘Stress rond de wedstrijd kan tot slapeloosheid of eetstoornissen leiden. En succes kan van het jonge talent een snob maken, die zijn ouders zijn sporttas laat dragen.’

 

Wat wel te doen

Schuijers memoreert een Amerikaans onderzoek naar de omgeving van tien winnaars van een gouden Olympische medaille. Ze stimuleerden en ondersteunden hun kinderen, maar maakten niet teveel ophef over hun prestaties. Ze waren zelf een voorbeeld van werklust en inzet en benadrukten tegenover hun kinderen dat je er honderd procent voor moet gaan als je iets wilt bereiken. Ook broers en zussen waren vaak een rolmodel voor de succesvolle sporters. Maar die ouders zorgden er ook voor dat er ruimte bleef voor andere hobby’s.

Tom de Groen, coördinator bij Stichting LOOT, stelt dat het belangrijk is dat ouders realistisch blijven en ervoor zorgen dat kinderen altijd een alternatief achter de hand hebben. ‘Zorg ervoor dat je kind gewoon meedoet aan het onderwijs, maar drie procent van de talenten gaat uiteindelijk ook echt iets met sport doen. Die andere 97 procent moet iets achter de hand hebben om gewoon mee te kunnen doen in de maatschappij. Ook talenten moeten dus hun opleiding afmaken.’

Hij voegt de laatste tip toe: ‘Wees bereid om heel veel te investeren als ouder. Als je kind aan topsport doet, moet je echt wel meer doen dan alleen brengen en halen naar de club. Je bent ook heel veel geld kwijt aan de sport, en waarschijnlijk al je vrije tijd. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat er een balans blijft in je gezin. Je moet dus echt bereid zijn om alles te geven wat nodig is en je eigen belang terug te schroeven, je moet een bevlogen ouder zijn.’

We eindigen met wederom een quote van Cor van der Geest, gewoon omdat hij er zo goed in is: ‘Mik als ouder niet op de top, maar ondersteun je kinderen en zorg ervoor dat de sport leuk blijft. Als je je kind alleen maar pusht om te winnen en dat lukt niet, dan zorgt dat voor heel veel teleurstelling binnen een gezin. Zorg er dus voor dat je de sport koestert, en dat je in de eerste plaats een ouder bent in plaats van een trainer.’ En hij kan het weten.


Dit artikel maakt onderdeel uit van een reeks artikelen over (het begeleiden van) sporttalent, uit de Utrechtse Sportkrant van 1 november 2019.