Tarieven sportaccommodaties in Utrecht worden aangepast

Beleid Redactie Utrechtse Sportkrant

Voor de sportverenigingen in Utrecht is het bijna zover: de tarieven voor het gebruik van de accommodatie worden per 1 augustus aangepast. Zoals eerder gemeld in de Utrechtse Sportkrant kreeg het voorstel van sportwethouder Paulus Jansen na twee jaar klankborden op 6 juli voldoende steun in de gemeenteraad. De veldsporten gaan hogere tarieven betalen en de zaalsporten iets lagere.

Reden voor de aanpassing is dat de ‘verhoudingen scheef waren’. Voor het gebruik van een buitensportaccommodatie wordt in verhouding tot nu toe een stuk minder betaald dan voor een binnensportaccommodatie. In de loop van de jaren zijn er steeds meer verschillen ontstaan, niet alleen tussen de sporten maar ook tussen de prijzen voor dezelfde sport.

In het nieuwe systeem wil de gemeente dat recht zetten door de prijzen voor veldsport te laten stijgen en voor de andere sportlocaties in de meeste gevallen te laten dalen. Op die manier zouden de kosten voor het gebruik van sportlocaties meer in evenwicht moeten komen.

 

Stimuleren

De gemeente zegt er belang bij te hebben dat zoveel mogelijk mensen aan sport doen en dat de sportlocaties goed bezet zijn. Met het nieuwe tarievenbeleid wil de gemeente Utrecht het efficiënt gebruik van de sportaccommodaties stimuleren. Bij de binnensport gebeurt dit door het invoeren van een lager tarief voor de daluren en het verruimen van de uren die als daluur worden aangemerkt. Ook worden de sportzalen goedkoper ten opzichte van de sporthallen.

Bij de veldsport komt in tegenstelling tot het oude tarievensysteem de maximering van het aantal trainingsuren per veld te vervallen en worden alle trainingsuren in rekening gebracht.

Voor de wedstrijddagen komt er voor voetbal en hockey, de sporten met de grootste wachtlijsten, een verschillend tarief voor de weekenddag waarop de meeste wedstrijden gespeeld worden, en een eventuele tweede dag. Gebruik van de velden buiten het sportseizoen kan op uurbasis tegen een daluren tarief.

 

Binnensport

De binnensportaccommodaties worden gedurende de week door veel verschillende partijen gebruikt. Daarom wordt voor de binnensport gewerkt met een uurtarief. Dit uurtarief geldt zowel voor seizoengebruik (trainings- en wedstrijduren) en voor het gebruik van losse uren. Voor de binnensport zijn de wijzigingen als volgt:

– daling huur binnensportlocaties in daluren tot 27.5% (daluren: maandag tot en met vrijdag vóór 18.00 uur, gymzalen het hele weekend)

– goedkopere prijs sportzalen

– gelijke prijzen voor alle sporthallen

 

Buitensport

De maatvoering en het type ondergrond van de velden verschilt per sport. Daardoor verschillen ook de kosten per jaar die nodig zijn voor het onderhoud en de reservering voor vervanging.

Bij de veldsport wordt voor de tarieven onderscheid gemaakt tussen de sporten met grote ledenaantallen waarbij regelmatig potentiële leden afgewezen moeten worden vanwege een tekort aan velden, te weten voetbal en hockey, en sporten met minder hoge ledenaantallen.

Voor de veldsport zijn de wijzigingen als volgt:

– hogere prijs voor buitensportvelden

– wedstrijdtarief voor voetbal en hockey blijft ongeveer gelijk

– betaling per trainingsuur (maandag tot en met vrijdag) met aftopping op 25 trainingsuren per veld per week

– gesplitst tarief voor verenigingen die voor wedstrijden samen gebruikmaken van dezelfde sportvelden naar aandeel van gebruik

– iedere vereniging betaalt bij het gebruik van de sportvelden dezelfde prijs bij het doen van dezelfde sport

De nieuwe tarieven gelden voor een periode van vier jaar. Overigens vallen zwembaden en atletiekbanen niet onder binnen- of buitensporten, voor die accommodaties gelden andere karakteristieken.

 

Betaalbaarheid

De tariefsaanpassing is budgettair neutraal, het is geen bezuiniging, benadrukken de voorstanders. ‘Uiteindelijk draait het allemaal om de betaalbaarheid van álle sporten.’

Kritici wijzen erop dat het clubleven nog altijd het hart van de sport vormt. ‘Die sport levert een prachtige bijdrage aan de sociale, vitale en fitte samenleving. Je zou dan graag zien dat de Utrechtse politiek wat ruimhartiger voor de sport is. Sport en bewegen worden steeds populairder; meer dan zes op de tien Nederlanders doen het (minstens) eens per week. Dat is goed nieuws, maar juist de verenigingen staan onder druk. Die druk komt van alle kanten en zeker via tariefsverhogingen.’