The Wanderers strijken nu neer op Dijnselburg

Cricket Robert Jan van der Horst

Van uitstel komt geen afstel. Dat geldt tenminste voor Bobby Jainarain en zijn mannen. Zij vierden in juni alsnog het in augustus 2018 behaalde kampioenschap van de overgangsklasse. Met uiteraard een hapje en een drankje. ‘En tegelijkertijd volgden we de WK-wedstrijd India – Pakistan (één van de meest extreme en intense sportwedstrijden waar het de rivaliteit betreft tussen twee ploegen) op grote schermen.’

De vlotte babbelaar en enthousiaste Jainarain (49) is een graag geziene gast in de kolommen van de Utrechtse Sportkrant. Een perfecte pr-man voor zijn clubs eveneens. We spraken hem vorig cricketseizoen over het eerste team van HMS Cricket. Zo halverwege het seizoen 2018 achtten we de ploeg geen grote kanshebber voor de titel, maar daar moesten we medio augustus op terug komen na het behaalde kampioenschap.

Veel is sindsdien veranderd voor het succesvolle team. Een groter veld – belangrijke voorwaarde van de cricketbond KNCB om in de eerste klasse te mogen uitkomen – kwam er niet op de accommodatie aan de Zuilenselaan in Utrecht. Jainarain: ‘Terwijl dat makkelijk had gekund.’ Maar de gemeente wilde niet drie clubs faciliteren – een cricketveld vraagt specifiek onderhoud – en adviseerde Jainarain aansluiting te zoeken bij de gevestigde cricketorde in Utrecht: Hercules (speelt dit seizoen in de overgangsklasse B) en Kampong (hoofdklasse). Maar wie de verhoudingen in het Utrechtse cricket zelfs maar een beetje kent, weet dat dat geen optie is.

 

Sportcultuur

Het korps van Jainarain bestaat vooral uit Indiase, Pakistaanse, Hindoestaanse en Surinaamse spelers met een eigen sportcultuur en een eigen beleving. Dat laatste uit zich vooral in de heerlijke gerechten die tijdens de lunch en langs de lijn kunnen worden genoten en zijn bereid in de eigen keuken. Jainarain c.s. is al met al vooral een bonte verzameling spelers die zich niet makkelijk laat inpassen in de meer traditionele Nederlandse clubs.

Maar omdat opgeven eveneens geen optie was, moest Jainarain spoorslags op zoek naar een nieuwe accommodatie. En die werd op de valreep gevonden in Zeist. ‘Dat was medio februari. Ik wist dat er nog een pitch – zeg maar het slagperk – lag bij voetbalvereniging Zeist. Daar werd vroeger, op sportpark Dijnselburg, ook cricket gespeeld. Ik heb toen navraag gedaan en het bleek mogelijk om daar, na een aantal aanpassingen, te gaan spelen. Het was wel kort dag, maar om buiten de regio Utrecht te gaan spelen of aan te haken bij een andere club, daar voelden we niet zoveel voor.’

 

Lees hier deel twee van het interview met de Centurions.