De thuiswedstrijd van Gijs Pauw

Sporthistorie Wielrennen Ton de Ruiter

We kennen de beelden uit de Tour de France. Renners met het hoofd onder de dorpspomp, bewoners langs de kant met tuinslangen, coureurs smekend om een druppel water. In de Ronde van Midden-Nederland in 1953 en 1957 was het niet anders.

Gijs Pauw. Foto Wielersport
slogblog/archief Wim van Eyle.

In beide wedstrijden is er een hoofdrol voor thuisrijder Gijs Pauw. In 1953 wordt de Utrechter verslagen door de latere wereldkampioen Rik van Looy. De twee maken deel uit van een kopgroep van vier met ook de Amsterdammer Stolte en de Tilburger Stollen.

De Utrechter komt als eerste het stadion binnen maar verliest met een halve fietslengte van de latere grootheid. Van Looy heeft de laatste 15 kilometer geen meter kop gedaan en gaat Pauw op de baan als een speer voorbij; Pauw wint onderweg vier van de vijf premies. Michel Stolker uit Zuilen wordt negende. Op de stadionbaan wint Nop Koch de stayerswedstrijd over 20 en 10 kilometer met Ben van Leur op de tweede plaats.

Tropische rit

De ronde van 1957 spant de kroon, een tropische rit. Klinkende namen werpen hun fiets aan de kant en duiken kanaal, sloot en rivier in. Vooral op de onbeschutte Lekdijk is het verschrikkelijk. Het asfalt zuigt, het teer smelt. Een kopgroep van 13 rijdt richting Utrecht en heeft het restant van het peloton op meer dan tien minuten gereden. Joop van der Putten vlucht een boerderij in op zoek naar water, Wim Klebach duikt de sloot in en voor Gerrit de Jager, Jan Groot en Wim Gramser ligt het tempo te hoog.
De resterende acht renners gaan voor de prijzen. Gijs Pauw is de snelste en behaalt de mooiste overwinning uit zijn loopbaan. Al bij de marathonpoort ligt Pauw voorop en staat die positie niet meer af. De Limburger Vergoossen wordt tweede, Utrechter Ben Theunisse derde. In de kopgroep rijden ook de latere Tour-renners Ab Geldermans en Coen Niesten. Utrechter Jan Rademakers eindigt op 11 minuten van de kopgroep als negende. De koers wordt gereden met een gemiddelde van slechts 36 kilometer per uur. Van de 180 gestarte coureurs halen er slechts 20 de finish.

Damesfiets

Gijs Pauw krijgt zijn eerste fiets van Jan Fresen, de oprichter van Het Stadion. Volgens eigen zeggen heeft hij meer dan 120 koersen gewonnen. ‘Vaak won je een fiets of een brommer en die werden dan verkocht voor een paar honderd gulden en zo kwam ik goed aan mijn trekken.’

De Ronde van Vlijmen wint hij na pech op een damesfiets. Een koers verkopen vindt de Utrechter geen probleem. ‘Ik zat met Wim van Est en Wout Wagtmans vooruit in de Acht van Chaam. Van Est wilde zo dicht bij huis koste wat het kost winnen, maar hij wist dat ik sneller was. Ik werd netjes derde maar verdiende die dag inclusief de premies bijna 2000 gulden.’
De Utrechter staat bekend als broodrijder. Bij Magneet-Vredestein ontvangt hij 100 gulden maandgeld en 75 gulden voor een overwinning. Bij De Groene Leeuw later een maandgeld van 375 gulden. In een interview zegt hij: ‘Als amateur heb ik nooit iets geslikt, als onafhankelijke wel. Soms hele tubes tegelijk. Je wist niet wat het betekende, iedereen deed maar wat.’
Pauw rijdt twee keer de Vredeskoers, de wedstrijd tussen de hoofdsteden Warschau, Berlijn en Praag. In 1956 wordt hij geselecteerd voor het WK maar moet afzeggen vanwege een hersenschudding. Met Nop Koch, Ben Theunisse, Ben van Leur en de iets jongere Michel Stolker en Lex van Kreuningen bepaalt Gijs Pauw het gezicht van het Utrechtse wielrennen.
Koch is zijn trainingsmaatje. In de Ronde van Tilburg voor profs in 1956 verdelen de twee de buit. Koch wordt eerste en verdient 750 gulden, Gijs Pauw tweede en strijkt 500 gulden op. De organisatoren melden echter dat de kas leeg is en betalen niet uit. De twee Utrechters dienen een protest in bij de wielerunie. Vanaf dat moment worden organisatoren verplicht een bankgarantie voor het prijzengeld af te geven.
Kraanmachinist

In 1955 is de in wijk C opgegroeide renner een seizoen ploeggenoot van de latere tourwinnaar Charly Gaul. Kees Pellenaars vraagt hem voor de Tourploeg maar Pauw weigert. Klimmen kan hij niet. In 1962 stopt Pauw en gaat aan de slag als kraanmachinist, zijn vrouw Willy wordt uitbaatster van café Astrid in hun woonplaats Lichtervelde. Gijs Pauw wordt slechts 64 jaar.