Topsport bijna ondenkbaar zonder LOOT-faciliteiten

Varia Ted Vermeulen

Hoe doen die topsport(st)ers dat toch? Aan het einde van de tienerleeftijd of aan het begin van de twenty's tot de wereldtop behoren in een bepaalde tak van sport. Op welke leeftijd beginnen die talenten met hun specialiteit, hoe veel trainingsarbeid wordt er geleverd en hoe wordt dat gecombineerd met de algemene ontwikkeling en de leerplicht in Nederland (tot 16 jaar)? Neem Dafne Schippers, wereldkampioene 200 meter sprint. Dacht zij, toen ze de school verliet: ‘Laat ik eens lekker gaan rennen, misschien is dat wel iets voor mij?’

Uiteraard niet. Topsporters tonen al op jonge leeftijd speciale aanleg voor een bepaalde tak van sport. De één doet daar niets bijzonders mee, gaat op een vereniging en kiest verder voor een maatschappelijke opleiding. De ander wil graag de top van de wereld bereiken of in ieder geval het hoogst haalbare en een behoorlijke opleiding volgen via een zogenaamde LOOT-school.

Maar wat is LOOT? LOOT staat voor stichting Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport. Het is een stichting die nauw samenwerkt met het NOC*NSF en ook door de nationale sportkoepel leerlinggebonden wordt gesubsidieerd. Daarnaast betalen de LOOT-leerlingen, naast de normale schoolgelden, met 150 euro op jaarbasis een bescheiden bijdrage, waarmee de drie LOOT-begeleiders van de school aan de slag kunnen om de lessen zo prettig en flexibel mogelijk te laten verlopen.

Op een Topsporttalentenschool krijgen toptalenten in sport de kans om hun topsportcarrière te combineren met hun schoolcarrière. Eén van de 30 Topsporttalentenscholen (TTS) van de Stichting LOOT is het Leidsche Rijn College in Utrecht en wij spreken met Mark Coeymans, coördinator LOOT. ‘Wij faciliteren een vmbo-, havo- of gymnasium-opleiding gecombineerd met sport.’

De LOOT-leerlingen worden wat sport betreft in het eerste jaar zo veel mogelijk aan elkaar gekoppeld. Coeymans: ‘We proberen dan bij voorbeeld een paar badmintonners en een paar turners bij elkaar in één klas te plaatsen, zodat ze wat steun aan elkaar hebben en met elkaar kunnen optrekken.’

In het tweede jaar worden de leerlingen gespreid en wordt in overleg met de leerling en de ouders onder andere de vrijstelling van lessen bepaald en het lesrooster besproken. Daarbij staat de sport centraal staat, met de school daar omheen.

Coeymans: ‘Niet dat de school minder belangrijk is want dat diploma moet wel worden gehaald, maar de sport staat centraal. Wij zien graag dat de leerling hier voor een (bijvoorbeeld) havo-opleiding binnenkomt en met het havo-diploma weer vertrekt. Laat dat helder zijn.’

Op een reguliere middelbare school is het vaak lastig om sport te combineren met school zonder dat de resultaten er onder lijden. Op een Topsporttalentenschool krijgen topsporters de mogelijkheid om het schooldiploma, op het voor hun hoogst haalbare niveau, te halen. Náást alle trainingsarbeid die verricht moet worden.

Waarom een Topsporttalentenschool met LOOT-faciliteiten? Topsport vraagt veel tijd vanwege trainingen, wedstrijden en vooral reizen. Reizen naar trainingen, wedstrijden, toernooien, maar ook vaak buitenlandse reizen.

Zo haalde het 14-jarige schaaktalent en leerling van het Leidsche Rijn College Casper Schoppen, recentelijk zijn titel van internationaal meester (IM) tijdens een meerdaags toernooi in het Oostenrijkse Graz. Zonder een aangepast lesrooster is dat ondenkbaar. Opmerkelijk bij Schoppen is overigens, dat hij geen vrijstelling van lessen heeft.

Een Topsporttalentenschool houdt rekening met de sportactiviteiten van de leerling door extra faciliteiten aan te bieden. Welke faciliteiten je krijgt, hangt af van wat je als sporter nodig hebt. De scholen passen maatwerk toe voor elke sporter. Voor school is daarbij het belangrijkst dat je een goed schooldiploma haalt. Maar dat moet dan wel samengaan met goede prestaties en het ontwikkelen van je sportcarrière.

Wat zijn die faciliteiten precies?

Sebastiaan Verschuren. Foto: Leidsche Rijn college

Een flexibel lesrooster dat ruimte laat voor trainingen en wedstrijden; (gedeeltelijke) vrijstelling van bepaalde vakken; uitstel of vermindering van huiswerk; voorzieningen om achterstanden, veroorzaakt door afwezigheid ivm trainingen en wedstrijden, weg te werken; uitstel of aanpassing van repetities en/of schoolonderzoeken; begeleiding van een LOOT-begeleider; gespreid examen over twee schooljaren (indien gewenst en/of noodzakelijk).

Wanneer wordt een talent eigenlijk een LOOT-leerling? De sportbonden werken met talentenprogramma’s. Binnen dit talentenprogramma zijn er voor de allerbesten drie statussen te bemachtigen. Die van belofte, nationaal talent en internationaal talent. Ben je door de bond officieel aangewezen als rechthebbende op één van deze statussen, dan kan je bij een Topsporttalentenschool een LOOT-status aanvragen.

Een status bij de nationale bond die is doorgegeven en officieel is gemaakt door plaatsing op de topsportmonitoringslijst, geeft de mogelijkheid op een LOOT-status op een Topsporttalentenschool. ‘Maar alles gaat alleen door, als je óók aan de toelatingseisen van de schoolopleiding voldoet‘, aldus  Coeymans.

‘Wij werken niet alleen samen met sportbonden maar ook met sportorganisaties zoals de Balance Tennis Academy (BTA)

Xan de Waart. Foto: Leidsche Rijn College

in De Meern, Skate United Midden Nederland, gespecialiseerd in de verdere ontwikkeling van schaatstalenten en die 24-26 maart deelnemen aan het EK-shorttrack in Hasselt (B), de basketbalopleiding UBALL met Jaco Fritz als aanstormend talent en recentelijk zijn wij een overeenkomst aangegaan met Turn4U, de overkoepelende Utrechtse organisatie voor de turntopsport. De turnsters Pleun Reinders, Sanne Zijlstra en Roos Jonker werken hier aan hun maatschappelijke- en (hopelijk) topsportcarrière.‘

De turnsport wordt bij het NOC*NSF aangemerkt als sport met een A-status (een sport, waarin Nederland bij Olympische Spelen kansrijk is voor een medaille). Coeymans: ‘Dus met zo’n samenwerking zijn we als Topsporttalentenschool heel blij.’

Landelijk bekende ex-LOOT leerlingen zijn onder anderen Inge de Bruijn, Irene Wüst, Epke Zonderland, Ranomi Kromowidjojo, Sven Kramer en Max Verstappen. Zij beoefenen een individuele tak van sport. Maar ook Robin van Persie en Klaas Jan Huntelaar profiteerden als teamsporters van de faciliteiten die een LOOT-opleiding biedt.

Welke  echte topsporters heeft het Leidsche Rijn College nu eigenlijk inmiddels afgeleverd? Coeymans:  ‘In onze eregalerij staan onder meer Dafne Schippers (atletiek), Lisa Bunschoten (snowboarding), Xan de Waard (hockey ), Sebastiaan Verschuren (zwemmen) en Lindsey Weerdenburg (karate).

Van Weerdenburg noemt Coeymans met opzet als laatste, zegt hij met gepaste trots. ‘Want zij heeft voor een noviteit gezorgd. Lindsey is meer dan 10 jaar lid geweest van de nationale karateselectie, grossierde in nationale titels, behaalde een gouden medaille op een Europeees Kampioenschap en veroverde een bronzen plak tijdens een wereldkampioenschap. Zij heeft een eigen karateschool opgericht, Karate Team Utrecht genaamd, en zich met die school gevestigd hier in het College Leidsche Rijn, waar zij zelf haar LOOT-opleiding voltooide. Zij is niet alleen eigenaar, maar ook de hoofdtrainer. Heel apart.’

Het Leidsche Rijn College huisvest bijna 1600 leerlingen, waarvan er ongeveer 70 een LOOT-opleiding volgen. Basketbal levert het grootste aantal leerlingen (37), maar ook tennis (7), schaatsen (7) en voetbal (7) scoren goed. ‘Een LOOT-opleiding is geen simpele opleiding’, besluit Coeymans, ‘de leerling moet namelijk het maximale uit zichzelf halen en de docenten moeten voorkomen dat er nèt geen overbelasting is op school en nèt geen overbelasting in de sport.‘

 


 

Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie!