Trainer Sijtze Wobbes zit bij CJVV gebeiteld

Voetbal Marcel Koch

Sijtze Wobbes past bij CJVV als mayonaise bij patat. Tenminste al acht seizoenen lang brengt hij de club met zijn inbreng op smaak. De chemie tussen hoofdtrainer en club leidde vorig seizoen tot een hoogtepunt met de promotie naar de tweede klasse. Het technische hart van de club wreef zich in de handen van genoegen. Wobbes - in het seizoen 2015/2016 ook kampioen met de geelzwarten - was nog immer de juiste man op de juiste plaats.

De trainer, wiens 21-jarige zoon Gijs ook voor CJVV uitkomt, gaat inmiddels zijn achtste seizoen in bij de Amersfoorters. ‘Of het bestuur uit mijn hand eet?’, herhaalt Wobbes de vraag terwijl hij vanuit de kantine een blik werpt over de kunstgrasaccommodatie aan de Rubensstraat. ‘Zeker niet! Ik moet ook gewoon kwaliteit leveren. Maar dat ik hier veel waardering voel mag duidelijk zijn’.

 

Liefdesverklaring

Wobbes was in het verleden al eens eerder langere tijd (5 jaar) als trainer verbonden aan de Christelijke Jongelieden Voetbal Vereniging. En voor de volledigheid: de voormalig beroepsmilitair was er ook zeven jaar jeugdtrainer en kwam als speler acht seizoenen uit voor het eerste elftal. Zonder overdrijving kun je stellen dat Wobbes een kind van de club is.

Maar kom bij de Amersfoorter, van Groningse afkomst, niet aan om zijn warme band met CJVV poëtisch te duiden. Dus antwoordt hij zonder een tel na te denken ontkennend op de vraag of zijn hart geelzwart kleurt. En van een liefdesverklaring met de 102-jarige Amersfoortse voetbalvereniging, die in de stad een positieve uitstraling heeft, is al evenmin sprake. Wobbes verwoordt de langdurige relatie met zijn werkgever liever zo: ‘Ik voel me zeer thuis en betrokken bij deze club, dat is ontegenzeglijk waar, maar het had in principe net zo goed een andere club kunnen zijn. Met AFC Quick 1890, waar ik vijf jaar heb gewerkt, had ik net zo’n goede klik. Kijk, ik ben niet een trainer die zich bij een club uitsluitend over het eerste team bekommert en als een haas er vandoor gaat als een wedstrijd of een training ten einde is. Ik ga volledig op in het clubleven, heb oog en aandacht voor de jeugd, drink na afloop aan de bar een drankje met de supporters. Overigens verwacht CJVV die betrokkenheid en interesse ook van me en terecht.’

 

Mismatch

Wobbes spreken we op de dag dat Chelsea en Red Bull Leipzig hun trainer al na een handvol wedstrijden hebben ontslagen. Bij de (top) amateurs kan het tegenwoordig ook snel gaan – de trainer als zondebok aanwijzen. Wobbes: ‘Je merkt dat het ongeduld bij clubs steeds groter wordt. Hoewel op ons niveau prestaties eerder wenselijk zijn dan puur noodzakelijk.’ En toch. De Amersfoorter ervoer zelf ook een vroegtijdig congé, nota bene bij CJVV in zijn eerste termijn. ‘Ik had destijds al aangegeven dat ik aan het eind van het seizoen zou vertrekken’, blikt Wobbes terug. ‘Maar een overambitieus bestuurslid vond het nodig om mij weg te sturen. Dat gaf een heel apart gevoel. Achteraf hoorde ik dat de club spijt had dat ze hun oren hadden laten hangen naar die persoon. Dat CJVV later weer bij mij aanklopte zegt genoeg.’

Maar soms kan er sprake zijn van een mismatch. Wobbes doelt op zijn periode bij ASC Nieuwland, fusieclub uit Amersfoort-Noord. ‘Met de club was ik een tweejarig contract overeengekomen, maar na één seizoen zag ik het niet meer zitten. Met de spelersgroep had ik geen problemen, daar lag het niet aan, maar het was vooral de clubcultuur waar ik mij niet prettig bij voelde. Waar dat precies aan lag, kan ik moeilijk omschrijven.’ Meteen doet hij toch een poging. ‘De wijze waarop men daar met elkaar omging, was niet de mijne. De klik die ik nodig heb om te presenteren, voelde ik daar jammer genoeg niet en dan kun je maar beter afscheid van elkaar nemen.’

 

Prestatiegericht

Bij zijn komst naar sportpark Vermeerkwartier in 2015 trof Wobbes een heel ander CJVV aan dan nu. ‘Van een prestatiegerichte beleving was geen sprake. Niet bij jeugd, niet bij het eerste elftal. En ook niet op bestuurlijk niveau. Kortom, het hoefde allemaal niet zo nodig.’

Wobbes zorgde voor een andere mentaliteit bij de club. Maar niet alleen hij, zegt hij met nadruk. Samen met de inzet van Paul Richard en Wilfred Riesveld, die de jeugdafdeling stevig onder handen namen, kreeg CJVV langzamerhand in alle geledingen meer spirit. ‘De afgelopen jaren hebben we veel aandacht besteed aan onze jeugdafdeling en dat werpt zijn vruchten af, zie het kampioenschap van vorig seizoen’, stelt Wobbes die zichzelf desgevraagd als opbouwtrainer kwalificeert. ‘Los van het eerste elftal houd ik me nadrukkelijk met de doorstroom van de oudste jeugdtalenten bezig. Ik vind dat mooi werk, ja. Jongens beter maken, ze laten geloven in hun kwaliteiten. Daarvoor sta ik met alle plezier op het veld.’

‘Door talenten vanaf een jaar of 16 geregeld mee te laten trainen met het eerste en mee te laten spelen in oefenwedstrijden kunnen ze vast aan het niveau wennen en houd je ze bovendien gemotiveerd. Tegelijkertijd hopen we met deze aanpak te voorkomen dat ze al vlot naar Spakenburg of IJsselmeervogels trekken. Bij CJVV willen we graag presteren met eigen jongens.’ Wobbes ziet met vertrouwen het nieuwe seizoen tegemoet. ‘Hoewel we drie basisspelers zijn kwijtgeraakt door studie en werk, is de basis stabiel. We hebben, zo schat ik in, genoeg kwaliteit om zorgeloos mee te draaien in de tweedeklasse. Nog een stap hoger is op dit moment geen reële gedachte.’

Rest nog één vraag: is zijn zoon Gijs ook blij dat zijn vader dit seizoen wéér voor de groep staat? ‘Ja hoor, vooral omdat hij weet dat hij met mij een goede trainer heeft, zeg ik maar even heel onbescheiden. Mijn oudste zoon Bas, die in de vierde divisie bij Hoogland speelt, heb ik ook onder mijn hoede gehad, in mijn periode bij AFC Quick 1890. Ik zie veel van mezelf terug bij beiden. Ze zijn bezeten van het spelletje, hebben de absolute wil om te winnen en zijn in het veld behoorlijk emotioneel aanwezig.’