Truus

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Het is allemaal vlakbij. De zin uit de proloog van het boek van historicus Jessica van Geel over verzetsvrouw Truus van Lier grijpt je al meteen bij de strot. Ze zal niet meer loslaten. Van Lier niet, Van Geel niet.

Een slordige 35 jaar geleden werd in Utrecht een straat genoemd naar de rechtenstudente (en lid van UVSV), die in september 1943 hoofdcommissaris Kerlen doodschoot voor zijn woning aan het Willemsplantsoen en een maand later in concentratiekamp Sachsenhausen werd gefusilleerd, 22 jaar oud. Opvallend weinig was destijds over haar bekend. Wat ook opviel was dat voor de Truus van Lierlaan een weg werd uitgezocht in een tochtig en verlaten stuk stad achter de Jaarbeurs.

In 2004 plantte Tommie Hendriks, Utrechter met een warm hart voor zijn stad, narcissenbollen in het talud van de Catharijnesingel. Sindsdien bloeien daar jaarlijks de letters TRUUS. Binnenkort komt daar ook een standbeeld van haar, nabij de plek van de dodelijke schoten. En er is het (aangrijpende, beklemmende en ontroerende) boek van Jessica van Geel. Ze schreef Truus van Lier tot leven.

Straks, op het Domplein op 4 mei, zal ik weer mijn stille saluut brengen aan Frank. Jaren geleden viel zijn vakantie in de bossen bij Arnhem samen met de kampen van mijn basketbalcluppie. Frank, every inch a gentleman met een snorretje à la David Niven, bezocht er jaarlijks zijn oude kameraden die op het Airborne War Cemetery begraven zijn. Parachutist Frank had het allemaal overleefd, van Noord-Afrika, de opmars in Italië en Normandië tot Market Garden. Eerlijk gezegd vertelde hij niet veel meer. Te moeilijk voor hem, wellicht. Te bescheiden misschien.

Zo troffen we elkaar jaarlijks op de camping. Tot ik het verband zag. Dat onze kolderieke kampen, met zo’n tachtig Utrechtse belhamels en alle kattenkwaad, niets dan vrijheid verbeeldden. Juist die vrijheid waarvoor hij en zijn kameraden hadden gestreden. Waren gesneuveld.

Die gedachte was er deze week weer. Want wandelend over de Prins Hendriklaan, langs de panden die zo’n prominente rol in het verhaal van Truus van Lier spelen, kom je als vanzelf uit in het Wilhelminapark. Hier draaft, zwoegt, bootcampt, voetbalt, frisbeëet half oost-Utrecht zich fit. Aan het einde van de middag worden hier de flessen ontkurkt en de bbq’s aangestoken. Allemaal jonge mensen, studenten zoals Truus van Lier. Ze vieren het leven. Alles in ‘vrolijkheid, vrijheid en vreugde’, zoals in het clublied van UVSV.

Het is zo verdomd dichtbij.


Lees ook: