URC houdt zich goed staande op het hoogste niveau

Rugby Roberto Cancian

Utrechtse Rugby Club (URC) speelde twee weken geleden de laatste wedstrijd voor de winterstop tegen RC ’t Gooi. De 5-17 nederlaag was geen schande aangezien ’t Gooi op de tweede plaats staat achter koploper RFC Haarlem. ‘Ons doel is om bovenaan in het rechterrijtje mee te doen’, gaf Brecht Herremans aan die in de tweede rij speelt bij URC. Na acht wedstrijden, in een competitie waar liefst zestien ploegen aan deelnemen, staat URC op een keurige tiende plaats.

‘Dat is inderdaad bovenaan het rechterrijtje. Wij moeten er wel hard voor bikkelen maar hebben ook grote stappen gemaakt en spelen goede potten rugby’, geeft de 1m98 lange Herremans aan.

 

Bouwen

Het hoogste seniorenteam van het Utrechtse URC speelt in de ereklasse, het hoogste niveau van Nederland en wil daar een ‘blijvertje’ worden. ‘Volgend seizoen wil de bond een nieuwe opzet voor de competitie. Dat is allemaal prima maar om in ene keer van zestien teams terug te gaan naar slechts tien teams in de Ereklasse is roekeloos’, geeft voorzitter Anneke Sliedrecht aan. Zij is naast haar voorzitterschap van URC ook voorzitter van het ereklasse-overleg.

‘Wij willen een goede competitie hebben en daar wordt momenteel onder een groot aantal stakeholders onderzoek naar gedaan. Daar maken spelers, trainers, fans en voorzitters deel van uit. De afspraak is om gedurende het onderzoek niet te sleutelen aan de competitie. Nu is het zo dat de bovenste acht ploegen na de reguliere competitie strijden om het kampioenschap en de onderste acht ploegen spelen tegen degradatie. De afspraak is dat er dit jaar één ploeg zal degraderen.

 

Technisch

Met Luc Visser heeft URC dit seizoen een nieuwe trainer voor het team staan. Een trainer die een goed technisch plan maakt voor URC. ‘Een plan waar het jeugdbeleid ook goed naar voren komt. Van onze jeugdopleiding gaan wij uiteindelijk de vruchten plukken’, weet de voorzitter. ‘Teams als Hilversum kunnen buitenlandse spelers halen uit onder andere Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland, wij hebben die geldstroom niet en moeten het anders doen.’

Bij URC is wel een Zuid-Afrikaan momenteel captain, een rol die Brecht Herremans tot vorig seizoen op zich nam. ‘Dat heeft ook te maken met de uit Zuid-Afrika afkomstige Jacques Snijman. Hij is als assistent-trainer van het eerste team actief. Wij zien een redelijk groeiende enclave van Zuid-Afrikanen in de regio, en wanneer een landgenoot als trainer actief is bij een vereniging in de buurt, is de stap snel gezet. Dat heeft een aanzuigende werking.’

Dat heeft URC voor de jeugd ook. Liefst 60% van de leden is jeugdspeler. ‘Wij willen dan ook vooral naar de toekomst kijken hoe we de jeugd goed kunnen laten doorstromen richting de senioren. Wanneer er zich mogelijkheden voordoen om goede spelers binnen te halen, zullen wij het proberen indien het mogelijk is’, geeft Anneke Sliedrecht aan.

 

Rijnvliet

Dat er momenteel geen derde helft mogelijk is op Sportpark Rijnvliet vindt Brecht Herremans jammer. ‘Dat er gespeeld kan worden is natuurlijk een voorrecht, wel is het nu zo dat na een middagwedstrijd je direct van het sportpark af moet.’ Zo was dat ook na het duel met RC ’t Gooi. ‘Je speelt natuurlijk het liefst met publiek en dat je na de wedstrijd nog een biertje doet met zijn allen. Die gezelligheid is er nu even niet maar het is niet anders.’

Vanaf zijn achtste jaar is hij al bij URC. ‘Ik heb ook even aan judo gedaan maar ik moest een soort van verplicht op rugby omdat mijn ouders ook op rugby zaten’, lacht Herremans.

Hij zegt het als een dolletje want de in Utrecht geboren Herremans vindt het maar wat fijn om de duels iedere keer weer aan te gaan. ‘Ik heb altijd als voorwaartse gespeeld. Vroeger ook al lang tweede rij en als senior als flanker gespeeld. Toen een tijdje naar achteren gegaan maar nu weer tweede rij. Op mijn 17de heb ik de stap naar de senioren gemaakt’, zegt de inmiddels 25-jarige Herremans.

In het dagelijks leven werkt hij op een middelbare school. ‘Ik ben technisch onderwijsassistent en geef ook scheikunde les. Daarin ben ik vooral praktisch bezig.’ Dat doet hij het liefst op het rugbyveld ook. Bezig zijn. ‘Ik ben een speler die de bal graag in de handen wil hebben. Passen, rennen en vaak botsen’, zegt hij dan. Dat hij geen captain meer is, vindt hij aan de ene kant jammer maar anderzijds geeft het hem ook rust. ‘Als captain voel je de verantwoordelijkheid voor het hele team. Nu kan ik mijzelf meer focussen op mijn eigen spel.’

 

Best doen

De aanwezigheid van de nieuwe trainer, zorgt voor een frisse wind. ‘Je wordt niet geselecteerd wanneer je niet je best doet, het is een goede leeromgeving. Mooi wanneer op zaterdag alles op zijn plek valt.’ Op de vraag of hij nog ambities heeft om een stap omhoog te maken, haalt hij zijn schouders op. ‘Mijn broertje heeft nog bij Oranje gezeten, ik was nooit zo fanatiek. Het is supertof bij URC aangezien mijn broertje en neefjes ook in het team zitten.’

Wanneer hij terugdenkt aan zijn mooiste tijd bij URC, dan haalt hij het jaar 2018 naar voren. ‘De promotie met URC naar de ereklasse. In dat jaar eindigden wij ook direct in het linkerrijtje. Dat wij zevende werden van de in totaal zestien ploegen was een hele gave prestatie.’

Voor dit seizoen blijft bovenin het rechterrijtje het doel. ‘Er gaan geruchten dat er wellicht vier ploegen degraderen maar echt duidelijk is dat nog niet’, geeft hij aan. Dat is een klusje voor de voorzitter. Die zegt op haar beurt: ‘Zoals gezegd was er sprake van de degradatie van één team en is er de afspraak dat er gedurende het stakeholderonderzoek geen veranderingen plaatsvinden. De nieuwe opzet, waarin ze de competitie willen terugbrengen naar minder teams, zou vanaf volgend jaar ingaan. Dit jaar is om te bouwen en dat doen we nu dus met URC.’

 

Op zaterdag 8 januari wordt de ereklasse rugby in principe hervat. URC speelt dan om 14.00u een wedstrijd tegen Eemland, dat op de zesde plaats bivakkeert.