Utrecht slaat dubbelslag voor ambitieuze sporters

Beleid Peter de Jong

De stad Utrecht blaast natuurlijk al langer zijn partijtje mee in sportief Nederland. Denk aan atletiekheldin Dafne Schippers, de fraaie vierde plaats van FC Utrecht in de eredivisie en de nationale kampioenschappen van de waterpoloërs van UZSC en de hockeyers van Kampong. Maar Utrecht, de stad van de talentontwikkeling, wil méér. Donderdagavond sloot Hanneke van der Marel, directeur van Vereniging Sport Utrecht (VSU) een tweetal contracten die een topsportcarrière voor de ambitieuze, sportieve Utrechtse jongens en meiden dichterbij zullen moeten brengen, met name de waterratten onder hen.

Allereerst het contract met de nationale sportkoepel, de NOC*NSF. De VSU (lees: Utrecht) is nu één van de zeven Regionale Topsport Organisaties in Nederland. Er zal intensief worden samengewerkt met het NOC*NSF om in de komende olympische cyclus (Tokio 2020) ervoor te zorgen dat Utrechtse talenten, coaches en topsporters het beste uit zichzelf kunnen halen. De volgende doelstellingen staan daarbij centraal: de Nederlandse sportambitie om bij de top 10 van de wereld te horen, organisatie-ontwikkeling topsportcentra, opleiding tot topsporter en loopbaanbegeleiding.

Het tweede contract sloot Van der Marel met de technisch directeur van de nationale zwembond (KNZB), Andre Cats. Onderwerp: het Nationaal Topsport Centrum Waterpolo (NTC). Een toptrainingscentrum waarin de vrouwenselectie van Nederland een fulltime programma draait. Hier bereiden de Oranje-selectie zich voor op het komende WK dat volgende week begint, maar uiteraard ook op de toernooien erna, met als kers op de taart de Olympische Spelen in Tokio in 2020.

Aan Marieke Dijkstra, VSU afdeling topsport, tegelijkertijd topsportmanager bij het NTC, de vraag waar die samenwerking nu precies toe leidt.

 

Wat doet het VSU namens Utrecht nu precies voor het waterpolo?

‘De waterpolovrouwen timmeren flink aan de weg. Ze zijn tweede geworden op het EK en WK en hebben de Olympische Spelen van Rio helaas op een haar na gemist. Daarvoor willen zij zich op het aankomende WK graag revancheren. Wij richten ons op de zogenoemde lifestyle- en studiecoaching. We zitten met iedere sporter om de tafel. En niet alleen met de huidige selectie, maar ook met de aankomende talenten.’

 

Stel, ik ben een jonge ambitieuze Utrechtse waterpoloster, wat kun je dan voor me betekenen?

‘We gaan met je praten: wie ben je, waar loop je tegenaan, voor welke studie kies je, hoe gaat het met de studieplanning, daar helpen we bij. Wij willen ervoor zorgen dat de persoon die voor ons zit, nog meer een topsporter wordt. En er tegelijkertijd voor zorgt dat zijzelf haar topsport carrière uitstippelt, maar ook haar maatschappelijke carrière daarna. Dat is ook belangrijk.’

 

Dat klinkt behoorlijk psychologisch allemaal.

‘Ha, ik heb ook psychologie gestudeerd. Maar op het moment dat iemand bijvoorbeeld in verband met faalangst een sportpsycholoog nodig heeft, dan faciliteren we dat. Hetzelfde geldt voor een voedingsdeskundige, een woning, een gesprek met de school waar de sporter studeert. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat de sporter zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen.’

 

Utrecht geeft subsidie, maar de waterpolovrouwen trainen volgens mij in Zeist?

‘Dat heeft een historische reden. De KNZB exploiteert daar een zwembad. Maar er wordt hier in Utrecht ook getraind. De meiden zitten hier ook op school en wonen in de buurt.’

 

Is het programma gekoppeld aan succesclub UZSC?

‘Nee, het is echt een nationale aangelegenheid. Er spelen wel een aantal dames bij UZSC maar dat staat daar los van.’

 

We spraken ook nog maar even met een van de andere contractpartijen van de avond Eric Lenselink van NOC*NSF.

Wat is jullie belang bij een contract met Utrecht?

‘Wij werken graag samen met gemeentes om talenten te ontwikkelen. Wij dienen in heel Nederland een structuur neer te leggen om de sport op een zo hoog mogelijk plan te krijgen. We hebben twee doelstellingen. We willen zoveel mogelijk medailles pakken en zoveel mogelijk mensen aan het sporten te krijgen. Wij willen de top 10 halen in het landenklassement van de Olympische Spelen.’

 

Is dat niet te ambitieus voor een klein land als Nederland?

‘Op de Winterspelen van Sotsji waren we vijfde, dankzij het schaatsen. Bij de Zomerspelen is dat moeilijker, daar doen veel meer landen aan mee. Maar het is haalbaar. Er zijn altijd 5, 6 landen die ver boven ons eindigen, maar als het mee zit, dan kan het lukken. Kijk maar eens naar de waterpolovrouwen, die gaan misschien weer een medaille halen op het WK en later de Olympische Spelen.’

 

Maar in Nederland zitten kinderen steeds vaker achter de computer en wordt er op scholen veel te weinig gegymd.

‘Dat is waar. We steunen dan ook de gymleslobby. Gymnastiek is heel belangrijk. Bewegen is cruciaal voor het kind. Kinderen bewegen minder en ze worden gemiddeld ook zwaarder. Daar moet iets aan worden gedaan. Iedereen weet dat sporten een positieve invloed op je geeft, zowel fysiek als mentaal. Er wordt momenteel onderzoek gedaan of kinderen beter kunnen leren terwijl ze bewegen. Dus al dribbelend met de bal de tafels uit je hoofd leren. Heel interessant. En in Amerika hebben ze een vergelijkend onderzoek gedaan met twee klassen van een school, de ene klas zat in de schoolbanken, de andere klas kreeg staand les. Je raadt het al, de staande klas had 20% minder overgewicht.’