Utrechts sportakkoord als olievlek

Beleid Pim van Esschoten

Twee jaar geleden ondertekenden zo’n honderd sportverenigingen, organisaties en andere partijen het Utrechts sportakkoord. De ambitie: iedereen moet kunnen sporten en bewegen op eigen niveau in een veilig, inclusief en sportief klimaat. Het lokkertje: de subsidie voor goede initiatieven. Vervolgens werden vier ’trekkers’ aangesteld voor evenveel thema’s. Hoe hangt de vlag er nu bij volgens Nelly Voogt, Inge Voorhout, Karin Pannekoek en Amarens Genee? ‘Het begint steeds beter te lopen.’

Inge Voorhout haalt het project NextGen aan, waarmee tennisclub Iduna jeugdleden wil behouden als lid op een leeftijd dat er juist zoveel afhaken. Zèlf blijken jongeren eigenlijk zelden een aanvraag te doen. Toen Inge Voorhout dat hoorde bracht ze met Nelly Voogt een aantal partijen uit het jongerenwerk bijeen. ‘We brengen nu in kaart wat die jongeren willen en ondersteunen ze bij een aanvraag voor subsidie. Daar zijn we nu mee bezig, we zitten er middenin.’

Ook de schoonrijders van de Vechtsebanen hebben zich gemeld voor een subsidie. Een aanvraag uit onverwacht hoek, vindt ook Karin Pannekoek. ‘Zij hebben een creatieve samenwerking gezocht met staatsschool DUO sport om leden te werven.’

Het zijn zo maar wat voorbeelden. Twee jaar na het aarzelend begin zit er schot in de uitvoering van het Utrechts sportakkoord. Aanvankelijk meldden zich vooral die sportclubs zich die altijd wel de weg naar de lokale subsidiepotjes weten te vinden, inmiddels komen er steeds meer. Als een olievlek. Komen ze met ideeën die passen bij het akkoord, kan dat worden beloond met een subsidie. Bovendien zien de vier trekkers steeds meer verbindingen ontstaan tussen verschillende sportaanbieders en andere organisaties. En krijgen ze beter zicht op wat er speelt in de Utrechtse sport.

 

Trekkers zien nieuwe netwerken en verbindingen ontstaan

 

Kaders

Hoe anders was het begin. De trekkers zagen al snel dat ze geen eenvoudige opdracht hadden aangenomen. ‘Veel kaders hadden we niet, behalve dan dat we ervoor moesten zorgen dat organisaties uit de stad aanvragen gingen doen,’ zegt Inge Voorhout. ‘We waren vooral druk met de vraag hoe we dat in hemelsnaam zouden aanpakken? Hoe gaan ze ons vinden? Hoe weten mensen in Utrecht wat dat akkoord is?’

Karin Pannekoek: ‘Dat was onze opdracht ook, maar hoe of wat moesten we echt wel gaan ontdekken, hoor. Wij zelf, maar ook de partijen in de stad.’ Inge Voorhout: ‘We waren zoekende. Nee, dat begrip ‘trekker’ was niet verkeerd gekozen… We moesten het echt zelf aanjagen. Onze eerste stap was in feite dat we alle ondertekenaars van het akkoord zijn gaan bellen. Ze wisten wel ongeveer wat het was, maar hadden geen idee wat ze zelf konden doen.’

Nelly Voogt: ‘Ik denk ook niet dat het akkoord met dat idee is opgesteld. Je hebt vier thema’s en dertien speerpunten; dat zijn de hoofdlijnen. En daar moet je zelf invulling aan geven. Maar hoe? Hoe en met wie kun je samenwerken? Wat kun je verwachten? Waar gaat het over? Er zijn twee mogelijkheden om gebruik te maken van het subsidiebudget. Sportaanbieders kunnen een bedrag van € 750 krijgen voor een initiatief dat binnen de vier thema’s valt (de zogenaamde challenge sportaanbieder). Bij verenigingen gaat het dan al gauw over werving van nieuwe leden, over vrijwilligers en opzetten van nieuw sportaanbod. Dat is concreet. Daarnaast kun je een groter bedrag krijgen als met andere partijen wordt samengewerkt op een bepaald thema (in Utrecht bekend onder de challenge alliantie). Dat is ook waar onze rol met name ligt en dat begint nu steeds meer te lopen.’

 

Samenwerking

‘Het leuke,’ zegt Karin Pannekoek, ‘is toch wel dat je initiatieven uit de stad kan ophalen en belonen. Het komt van onderaf en dus is het iets waar mensen behoefte aan hebben. Het kost alleen tijd om breed te laten zien dat het werkt.’ Nelly Voogt: ‘Verenigingen en andere partijen vinden elkaar nu. Juist die samenwerking die er in zit, vind ik sterk.’

‘Verbindingen, die er eerst niet waren,’ zegt Inge Voorhout. ‘In het welzijn waren er bijvoorbeeld veel eilandjes. Die organisaties houden zich bezig met jongeren, doen vaak iets met sport en bewegen, maar deden dat allemaal op zichzelf. Ze werken nu meer samen en dat is enorme winst. Het is echt een netwerk aan het worden. Ze inspireren elkaar.’

Die samenwerking ziet ze ook bij het pleintjesbasketbal van 3×3 Unites. ‘Dat deed Unites al in Amsterdam en Amersfoort en ik ben met ze gaan kijken wat daarvoor in Utrecht nodig is. Ze werken samen met de basketbalclubs UBall, Cangeroes, de basketbalbond en de buurtsportcoach basketbal. In september vorig jaar zijn ze begonnen en bouwen aan communities rond die pleintjes. Ook hangt er een leadership programma aan; jongeren die tot leader worden opgeleid moeten met allerlei activiteiten die communities bouwen. Zo zijn er wel zes partijen bij betrokken.’

Bij Unites leeft een droom, vertelt Inge Voorhout: ‘Een overdekt veldje. Daar zijn ze ook in Amsterdam mee bezig. Ik denkt dat het er in Utrecht een keer van komt. Ze hebben het er al met sportwethouder Maarten van Ooijen gehad.’

 

Inclusief

Nelly Voogt noemt het onderbrengen van statushouders bij sportclubs als mooi voorbeeld van een challenge vanuit het thema inclusief sporten. ‘USV Hercules, SV Kampong (voetbal en tennis) en atletiekvereniging Phoenix zijn daarmee aan de slag gegaan en dat loopt nu sedert een maand of drie, vier. Onze hoop is dat andere clubs aansluiten. We zijn begonnen met een paar clubs om te zien waar men tegenaan loopt. Hoe zorgen we voor een warm welkom? Wat vergt dat van een club? Als het goed is komt er een soort stappenplan dat andere clubs ook kunnen gebruiken.’

‘Ook mooi is het Nijntje-beweegprogramma voor jonge kinderen. Die leren beweegvaardigheden aan bij een gymvereniging. Kinderen met een handicap leren diezelfde vaardigheden via een fysiotherapeut. Er is nu een samenwerking waarbij we kijken of we die twee groepen samen kunnen brengen. Gymvereniging Sport Vereent in Zuilen is een van de partners, samen met een school voor speciaal onderwijs en een fysio. Dat gaat binnenkort van start.’

Karin Pannekoek ziet met veel plezier hoe Inviplay zich ontwikkelt. Vanuit het sportakkoord is een betaalmodule gebouwd ter aanvulling op dit platform en inmiddels zijn al meerdere Utrechtse sportclubs die dit gebruiken. En sinds begin dit jaar kan via dit platform ook direct een tennisbaan geboekt worden bij aantal tennisclubs. ‘De bedoeling is dat zo een community ontstaat. Dat past ook bij de verenigingen die nadenken over andere vormen van hun lidmaatschap. En we zijn bezig om een digitale strippenkaart te maken zodat jongeren bij verschillende clubs of sporten een keer kennis kunnen maken.’

 

Binnen het sportakkoord werken participanten veel samen

 

Topsport

Bij het thema ‘topsport en talentontwikkeling’ springt de leergang talentcoach er uit, een programma van een jaar dat zich richt op sportcoaches die zich specifiek met jonge talenten bezighouden. Amarens Genee: ‘Daar wilden we echt op inzetten, ook vanuit het Utrecht Talent Center (UTC) waarin zestien Utrechtse clubs en SportUtrecht samenwerken. Met die leergang zit ook een overlap met het thema ‘positieve sportcultuur’. De zestien coaches uit verschillende sporten die in maart zijn begonnen met hun leerjaar, gaan ook bij elkaars sporten kijken. Hans Galesloot en Peter Meurs zijn hier mee begonnen, het ROC heeft klasruimte beschikbaar gesteld en er is samenwerking gezocht met de Motivatiemeesters en de sportpsychologen van Yaap. De bedoeling is dat is dat sportclubs de meerwaarde hiervan zien en zeggen: zo willen we onze talentcoaches opleiden.’

In zekere zin zou ‘talentontwikkeling’ als thema een vreemde eend in de bijt genoemd kunnen worden, al was het maar omdat het pas een jaar geleden werd toegevoegd aan het Utrechts sportakkoord. Voor het UTC was dat een uitkomst. De ideeën die daar al zo lang leefden kwamen niet van de grond omdat er simpelweg nooit geld beschikbaar was. Met het sportakkoord is dat er ineens wel.

Met het UTC was er al een netwerk. Als ‘trekker’ had Amarens Genee dus een minder moeizame aanloop: ‘Ik moest vooral sturen, ja.’ Maar een vreemde eend? Niet volgens de trekkers. De vier thema’s overlappen elkaar, ook dat van ‘talentontwikkeling’. Karin Pannenkoek: ‘En ik vind ook echt dat topsport inspireert.’

Die overlap zorgt er ook voor dat de ‘trekkers’ geregeld aanvragen aan elkaar doorspelen, omdat ze niet bij de juiste persoon zijn binnengekomen. Niet dat dat een probleem is. Nelly Voogt: ‘Uiteindelijk gaat er om dat meer partijen in de stad elkaar weten te vinden. In maart hebben we de ondertekenaars (inmiddels 150) weer benaderd met de vraag hoe we er voor staan. Daar kwam onder andere die gedachte uit voort om jongeren zèlf aanvragen te laten doen.’

 

Uitbreiding

Corona; dát woord was nog niet gevallen. De pandemie en de lockdown legde de sport grotendeels plat in de afgelopen anderhalf jaar. ‘Voor het maken van plannen heeft het ons niet zo dwars gezeten. Dat kan ook online heel goed,’ aldus Karin Pannekoek. ‘Dat was anders bij de uitvoering. Ook als je kijkt naar de energie die je aantreft bij de clubs. Die hadden wel wat anders aan hun hoofd. Uiteindelijk hebben we onze menukaart voor de challenge sportaanbieder uitgebreid en konden er ook aanvragen voor subsidie worden ingediend die met corona hadden te maken.’

Nadeel was vooral dat er minder terecht kwam van de opzet om op de website sportakkoordutrecht.nl de verhalen en foto’s te delen, om te laten zien wat er allemaal gebeurde. Het had een middel moeten zijn om anderen te inspireren. Desondanks zegt Karin Pannekoek: ‘Steeds meer partijen weten ons te vinden en vragen om een gesprek. Ik zou zeggen; bij twijfel, neem contact met ons op. Laat het ons weten.’

Wat de trekkers zelf inspireert is dat er telkens iets ontstaat zodra er mensen bij elkaar worden gebracht. Eigenlijk, zegt Karin Pannekoek, is dat verbinden belangrijker dan het opstellen van een lijstje met successen uit het sportakkoord. ‘Maar goed, dat scoren hoort ook een beetje bij de sport.’

In het budget dat vanuit het Rijk aan Utrecht is overgemaakt zit overigens zeker nog geld. Officieel loopt het Utrechts sportakkoord nog tot en met volgend jaar. En daarna? De nieuwe regering beslist daarover. Karin Pannekoek is er niet gerust op: ‘Het is in dit land niet ongebruikelijk om te stoppen met een initiatief nog voor het een succes wordt. Dit vraagt gewoon tijd. Ook in andere gemeenten heeft het gewoon even geduurd voor zo’n sportakkoord tussen de oren zit.’