Utrechtse bridgers krijgen oorwassing in meesterklasse

Bridge Redactie

Bridgeclub Oog in Al staat weer met beide benen op de grond. In het laatste weekeinde van de reguliere competitie tuimelden de Utrechtse bridgers hardhandig uit de top-4, waardoor slechts even gedroomd mocht worden van rechtstreekse handhaving in de meesterklasse. BCO viel terug naar de zevende plaats en is veroordeeld tot het spelen van degradatiewedstrijden.

In de degradatiegroep zitten de overige zes teams van de meesterklasse. Zij spelen in het weekeinde van 11 en 12 januari een onderlinge competitie. De beste drie redden het vege lijf, de onderste twee degraderen naar de eerste divisie en de uiteindelijke nummer 8 speelt een promotie/degradatiewedstrijd. De halvefinalisten zijn ’t Onstein 1 (met Simon de Wijs uit Doorn), ’t Onstein-2 (met Tim Verbeek uit Driebergen), landskampioen Het Witte Huis plus verrassend Theseus uit Tilburg.

Het had zo mooi kunnen zijn voor BC Oog in Al. Na twee van de drie te spelen weekends stonden de Utrechtse bridgers heel knap op de vierde plaats. Maar zaterdag gingen in twee van de drie wedstrijden alle eieren van het rek. Tegen de finalisten van vorig jaar ’t Onstein en Het Witte Huis kwam pijnlijk het krachtsverschil aan het licht tussen clubspelers en bridgeprofs. BCO kreeg zware nederlagen te incasseren, scoorde bijna geen punten en zag de zo begeerde vierde plaats uit het vizier verdwijnen. Op zondag ging het niet veel beter, sterker, BCO gleed steeds verder naar onderen al zijn de verschillen gering. Het Utrechtse zestal Wubbo de Boer-Agnes Snellers, Rob van den Bergh-Ricardo Westerbeek en Tom van Overbeeke-Ernst Wackwitz scoorde uiteindelijk 167,54 wedstrijdpunten uit 18 wedstrijden, een gemiddelde van 9,31. Nummer 4 ’t Onstein-2 haalde een gemiddelde van 10,59.

In de eerste divisie kunnen de Utrechtse teams geen potten breken. Star-1 staat in de subtop, Star-2 net boven de rode streep en BCO-2 dik in de gevarenzone.