Utregse toestanden blikt terug op zwarte episode FC Utrecht: ‘Wonder dat de club nog bestaat’

Sportboek en -film recensie Hans van Ommeren

Het is zomer 2007. Ben Swagerman is met zijn gezin niet thuis. Dat is maar goed ook want een horde FC Utrecht-aanhangers dat zich Gewapend Front Utreg noemt, bekladt het huis van het lid van de Raad van Commissarissen en tekent er een galgje op. De machtsstrijd tussen de RvC en het kamp Jan-Willem van Dop, algemeen directeur van de betaald voetbalorganisatie, is in volle hevigheid losgebarsten. Niet veel later wordt Van Dop geschorst door de RvC. Hij weigert te vertrekken en een kort geding is het resultaat.

Rob van Scheers, Utrechter en voetballiefhebber, beschrijft in Utregse toestanden, Een koningsdrama in de Galgenwaard,  jarenlang wanbeleid dat culmineert in een (mislukte) couppoging in het najaar van 2007. In de aanloop naar die zwarte episode in de geschiedenis van de 50-jarige fusieclub praat Van Scheers uitvoerig met verschillende personen die een tijdje de scepter zwaaiden. Zoals Jan van de Kant, voorzitter en vice-voorzitter van 1995-2003. De eigenaar van een stukadoorsbedrijf in Bunnik deed het besturen er eigenlijk bij als hobby. Voetballiefhebber, romanticus, supporter, maar zeker geen manager die een strak financieel regime hanteert. ‘Je wilt met z’n allen presteren, loopt samen een tunnel in en dan is er geen weg meer terug.’

 

Bulldozer

Dan is Martin Sturkenboom uit geheel ander hout gesneden. Een bulldozer met menselijke trekjes, noemt Van Scheers hem. De geboren Utrechter bivakkeert tweemaal in de frontlinie. Eerst is hij in de jaren negentig de mede-opsteller van een reddingsplan, waarbij hoofdsponsor AMEV in de buidel moet tasten maar wel de voorzitter (Hans Herremans) mag leveren. Het lukt, de club kan verder en Sturkenboom belandt als dank bij het grof vuil wanneer de nieuwe zitplaatsen op het pluche worden verdeeld. Tot zijn verrassing wordt hij later – in 2002 – gevraagd om de boel te saneren. De schuldenlast is inmiddels opgelopen tot 40 miljoen euro.

Opnieuw gaat Sturkenboom met succes te werk. Hij weet steun te verwerven van de gemeente en laat bij zijn vertrek drie jaar later een financieel gezonde BVO achter. Dan wordt als algemeen directeur een, op papier, zwaargewicht aangetrokken. Jan-Willem van Dop, gepokt en gemazeld bij Feyenoord. Sturkenboom geeft hem bij zijn afscheid een advies mee: ‘Wees op je hoede als het gonst in de stad.’

Er komt een nieuwe hoofdsponsor, Phanos, een familiebedrijf dat groot geworden is in vastgoed. Directeur Geert Ensing heeft ambitieuze plannen. Hij wil de club kopen voor 1 euro, het stadion tegen de vlakte gooien en langs de A-2 een nieuwe voetbaltempel doen verrijzen. De plannen stuiten op verzet van de gemeente en de RvC en worden een splijtzwam binnen FC Utrecht. Het gonst in de stad, als nooit tevoren. Wanneer de twee kampen rollebollend over de straat gaan mag de rechter een oordeel vellen. De sfeer is grimmig, onverzoenlijk. Jan-Willem van Dop wordt in het gelijk gesteld, exit de RvC en interim-directeur Broos Schnetz die met gevoel voor humor constateert: ‘Het waren vier fantastische dagen.’

 

Paul Verhoeven

Van Scheers, die naam maakte als biograaf van filmregisseur Paul Verhoeven, beschrijft de periode dat de club tot op het bot verdeeld was tot in detail, met bijna in bloed gedoopte pen. Maar niet alleen 2007, ook de jaren daarvoor ogen bestuurlijk als één grote klucht met thrillerachtige aspecten. Niet voor niets rollen er in elk tijdvak wel wat lijken uit de kast.

Het is smullen voor wie van intriges, gekonkel, enorme ego’s en grootheidswaanzin houdt. FC Utrecht is als een labyrint waarin je heel gemakkelijk kunt verdwalen. Er doemt een beeld op  van een onthutsend amateurisme. En toch, toch is er ook het familiegevoel, van warmte, van sociale betrokkenheid, stelt de in de jaren negentig tot perschef pro deo gebombardeerde Harry van Dam. Nadat er een officiële persvoorlichter, Richard van Elsacker, was aangesteld bleef hij met zijn zoontjes nog steeds welkom in Galgenwaard. Lang duurde het overigens niet met die vaste kracht, uiteraard doken weer nieuwe schulden op en de man werd prompt wegbezuinigd.

Het is een wonder dat de club nog bestaat, concludeert Rob van Scheers. Dat is zonder meer ook de verdienste van de huidige suikeroom Frans van Seumeren die in 2008 zijn intrede deed. Een keiharde zakenman, maar ook iemand die als een kind kan genieten.


Utregse toestanden, een koningsdrama in Galgenwaard
Auteur: Rob van Scheers
Uitgever: De Kring
Paperback, 224 pagina’s, 19,99 euro