UZSC klaar voor het nieuwe seizoen

Waterpolo Roberto Cancian

De waterpolovrouwen van UZSC uit Utrecht spelen momenteel de bekercompetitie na maanden geen officiële pot te hebben gespeeld. ‘Fijn om weer te kunnen spelen, ondanks de ongewone situatie’, geeft trainer Joachim de Ruijsscher (44) aan. In augustus van 2020 begon hij officieel als trainer bij de vrouwen van UZSC na in een eerdere periode al successen te hebben behaald met de mannen. ‘UZSC is een leuke vereniging met veel vrijwilligers waar zowel aandacht is voor topsport als voor de breedtesport.’ Volgend weekend gaat de competitie verder.

Hij volgde Gerrit-Jan Schothans op als trainer bij het eerste vrouwenteam van de Utrechtse Zwemclub Star Combinatie. Met de UZSC mannen won De Ruijsscher in het seizoen 2016/2017 de triple: het landskampioenschap, de Supercup en de ManMeer-Cup. ‘Een mooie herinnering en dat is bij de club ook blijven hangen. Zij weten wat ze aan me hebben, maar toch ben ik niet over één nacht ijs gegaan voordat ik deze stap heb gemaakt.’

De Ruijsscher is dankbaar en blij dat er weer gespeeld kan worden. Eerst staan de bekerwedstrijden op het programma en vanaf 13 februari zal ook de competitie weer doorgang vinden. ‘Toch heeft het ook wel voor een dubbel gevoel gezorgd; er zijn immers veel anderen die niet mogen spelen. Dat morele dilemma hebben wij uitgebreid gesproken. De meiden vonden het lastig dat zij de kans krijgen om dat stuk van hun leven weer op te pakken, terwijl de rest van de wereld plat ligt. Het voelt als een grote verantwoordelijkheid hoe wij daar mee omgaan. Wij moeten ons committeren en de stappen en voorschriften volgen. Daar zitten ook disciplinaire maatregelen aan verbonden wanneer er niet serieus mee om wordt gegaan’, aldus de oefenmeester.

 

Selectie

Omdat andere teams nog niet mogen trainen en spelen, heeft De Ruijsscher de beschikking over meer badwater en ruimere aanvangstijden. Daarnaast heeft hij de beschikking over een grote selectie met veel jong talent. ‘Het is prettig dat Sarah Buis, Dagmar Genee en Amarens Genee zijn gebleven en met een aantal talenten die op de Academie zitten hebben we een hele leuke groep. Met 23 tot 24 meiden hebben wij op een hoog niveau kunnen trainen, de selectie is nu echter teruggebracht naar 13 tot 15 speelsters.’ Niet iedereen bleef. Hij moest Vivian Sevenich zien vertrekken naar het Spaanse CN Mataro en Sabrina van der Sloot zien terugkeren naar Sabadell. Daar tegenover staat de terugkeer van Esther Scheij, die bij PSV speelde. ‘Ik heb iedereen er graag bij, maar ik weet niet of iedereen gaat spelen. Speelsters moeten het ook als kans zien dat ze dan volgend seizoen wel spelen. Ze weten zelf ook wel of ze al ver genoeg in hun ontwikkeling zijn.’

Bij UZSC willen ze vooral lekker het water in om te doen waarvoor getraind wordt: wedstrijden spelen. ‘Hoe lang alles mogelijk is en doorgaat, weet niemand. Wij hebben hier ook in een bubbel gezeten om zo voorzichtig mogelijk te zijn. De club heeft veel moeite gedaan om alles te regelen. Op de vrijdag, 24 uur voor de wedstrijd, wordt er getest en weten we waar we aan toe zijn. Professor dr. Hoepelman (tevens voorzitter) die werkzaam is in het UMC, begeleidt dat proces. Hij is ook altijd goed bereikbaar bij vragen.’

 

Top vier

‘Vanaf dag één dat we mogen trainen zit er een gigantische energie in de selectie. Het was natuurlijk lastig om in kleine groepjes te trainen aangezien waterpolo bij uitstek een contactsport is. “Eindelijk mochten we weer met elkaar in duel in het water”, zeiden ze. In het bekertoernooi is de doelstelling om zo ver mogelijk te komen. Wat betreft de competitie moet een plek in de top vier haalbaar zijn voor ons’, geeft Joachim de Ruijsscher aan. Hij is tevreden over de voorbereiding. ‘In de trainingen en oefenwedstrijden komt onze kwaliteit goed naar voren, maar naast ons zijn er de nodige ploegen, zoals DONK, Polar Bears en De Zaan, die veel internationals in het water hebben liggen.’ Dat een aantal speelsters er deze periode niet bij was vanwege het Olympisch Kwalificatie toernooi in het Italiaanse Triëst (zie kader red.), daar klaagt De Ruijsscher niet over. ‘Andere spelers konden daardoor hier in het Nederlandse water laten zien wat ze kunnen.’

 

Ervaring

De Ruijsscher, die als tiener al training gaf en als speler successen vierde met De Zijl uit Leiden en AZC uit Alpen aan de Rijn, staat voor het eerst voor een vrouwenselectie. ‘In mijn geboorteplaats Leiden heb ik wel de meisjes getraind van het RTC, maar als hooftrainer heb ik voornamelijk mannenteams getraind. De uitdaging zit er dan ook in om nu een vrouwenteam goed te trainen en te coachen.’ De grootste verschillen kan hij wel benoemen. ‘Mannen zijn vaak wat korter door de bocht en bij de vrouwen zit de samenwerking met een groep er wat meer in. Het halve metertje naar links of rechts kan echt het verschil maken. Het spel netjes neerleggen zit er bij hen wat beter in.’

Op de vraag of hij de successen kan herhalen zoals hij die met de mannen neerzette, reageert De Ruijsscher met een glimlach. ‘Dat zou super zijn. We gaan het zien, laat de competitie maar beginnen’, geeft de vorig jaar naar Utrecht verhuisde coach aan.

Op 13 februari staat de competitiewedstrijd van UZSC Da1 om 19.05 gepland tegen PSV. UZSC speelt in het eigen Krommerijn bad in Utrecht.