Veenendaal wil zoveel mogelijk mensen laten sporten en bewegen

Beleid Roberto Cancian

Het sportakkoord Veenendaal is tot stand gekomen in samenwerking met sportaanbieders, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de gemeente Veenendaal. ‘In het sportakkoord Veenendaal zijn gezamenlijke ambities uitgesproken voor 2020 tot en met 2023. Ambities die ertoe moeten leiden dat inwoners van Veenendaal (nog) meer gaan sporten en bewegen’, geeft wethouder sport Martijn Beek in het vierde en laatste deel van deze serie aan.

‘We willen dat de inwoners van Veenendaal met plezier gaan en blijven sporten en bewegen, dat er een veilig en duurzaam sport- en beweegaanbod is dat aansluit op de wensen en mogelijkheden van de inwoners van Veenendaal.’

In het sportakkoord van Veenendaal wordt dan ook ingezet op de vier thema’s inclusief sporten & bewegen, een leven lang vaardig in bewegen, vitale sport & beweegaanbieders en duurzame sportinfrastructuur. Van de 67.000 inwoners neemt 78% deel aan sport en beweegactiviteiten weet de wethouder. Hier scoort de gemeente Veenendaal goed mee, want het landelijk percentage van de bevolking dat wekelijks sport ligt op 54%. ‘Wij willen graag naar de 80%. Wij zijn dan ook blij dat veel mensen lid zijn gebleven van hun vereniging en dat sponsoren betrokken zijn gebleven bij hun club in de afgelopen periode.’

 

Start

Op 20 januari 2020 is het Veenendaalse sportakkoord afgetrapt met een kick-off bij voetbalbalvereniging De Merino’s. Tussen de 60 en 70 deelnemers van 35 sportaanbieders en maatschappelijke organisaties hebben destijds deelgenomen. Tijdens een werkconferentie, een maand later, zijn ambities verder uitgewerkt. De vier thema’s werden naar aanleiding van die bijeenkomsten vastgesteld. Net als in Amersfoort, had ook Veenendaal juist een beleidskader sport opgesteld en ook hier was de overlap met de landelijke ambities uit het sportakkoord groot. De gemeente Veenendaal wil de twee dan ook blijven combineren: ‘Veel breedtesport, het inspireren van sporters, waarderen van vrijwilligers en uniek sporten in de regio aanbieden, dat blijven onze speerpunten. Bijvoorbeeld ruimte bieden voor mensen met een beperking, zorgen voor voldoende bewegingsruimte en de omgeving daarop aanpassen.’

 

Veenendaal wil ook dat meer kinderen aan de beweegrichtlijnen voldoen. ‘Wij willen dat iedereen van jongs af aan voldoende beweegt en motorisch ontwikkeld is en zo plezier beleeft aan sporten en/of bewegen. Motorische vaardigheid zorgt samen met het samen zijn en samen sporten voor meer plezier in sport en bewegen.’ Het bewegen in de buitenlucht wordt gestimuleerd onder het motto ‘het is leuk en uitdagend om buiten te spelen’. Buiten spelen, bewegen en/of sporten draagt bij aan verbinding in de wijk, sociale contacten en een gezonde levensstijl en krijgt onder het sportakkoord meer aandacht. Het openstellen van schoolpleinen en sportverenigingen, ook buiten de reguliere tijden, moet daaraan bijdragen. Daarnaast wil de gemeente bekende Veense sporters inzetten om vooral het plezier in bewegen te laten zien en daarmee een brede doelgroep enthousiasmeren.

 

Proces

Wethouder Beek, die naast sport ook verantwoordelijk is voor de dossiers jeugd, burgerparticipatie, WMO, welzijn, volksgezondheid, wijkgericht werken en ook nog wijkwethouder Noord is, laat weten dat zijn stad er voor kiest voor breed in te steken op sport en bewegen. ‘We zijn destijds begonnen met een kerngroep die is aangesteld om sturing te geven. De regie ligt nu bij Sportservice Veenendaal, de uiteindelijke verantwoording bij ons als gemeente. Wij krijgen het budget van het Rijk en zetten dat door naar de kerngroep die bepaalt hoe het besteed wordt aan de hand van afspraken in het sportakkoord.’ Sportservice Veenendaal zorgt dus voor de uitvoering van het beleid, beheer en exploitatie. ‘Met de Sportservice, onze beleidsmedewerker sport en de adviseur lokale sport is er professionele capaciteit beschikbaar om de mensen die de kar willen trekken te ondersteunen, mogelijk ‘handjes te bieden’ en/of uitvoering te geven aan beschreven programma’s en activiteiten.’ De adviseur lokale sport werkt namens de gezamenlijke sport (NOC*NSF, sportbonden, NL Actief) en zorgt voor de verbinding tussen de vraag vanuit sportaanbieders en het aanbod vanuit de sport.

 

Resultaten

Veenendaal telt bijna zeventig sportverenigingen die vijftig verschillende sporten aanbieden en waar zo’n tienduizend vrijwilligers actief zijn. Tot aan 2020 was er weinig of geen samenwerking op de Veenendaalse sportmarkt, iets waar de gemeente verandering in wilde aanbrengen. Het sportakkoord wordt nu gezien als een stimulans om bestaande samenwerking tussen de verenigingen verder uit te bouwen, te versterken en nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan tussen sportaanbieders onderling en tussen sportaanbieders en welzijns- en gezondheidsorganisaties, het onderwijs, het bedrijfsleven en de gemeente Veenendaal. Beek: ‘Er is meer beweging in gekomen en dus ook samenwerking ontstaan. De gezamenlijke inbreng is groter geworden wat op de lange termijn voor duurzame verstandhoudingen zal zorgen.’

Ook ziet de wethouder een rol voor de sport op andere domeinen. Zo is het thema Duurzame sportinfrastructuur één van de vier thema’s binnen het raadsprogramma 2018-2022, met als kernambitie ‘Veenendaal heeft in 2050 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond’. ‘De doelstelling is dat Veenendaal dan net zoveel energie gebruikt als opwekt en daarmee energieneutraal is. Maatschappelijke instellingen, waaronder ook de sportaanbieders, worden gestimuleerd hiermee aan de slag te gaan’, geeft Martijn Beek aan.

 

Toekomst

Alle sportaanbieders in Veenendaal zijn financieel en organisatorisch toekomstbestendig en verzorgen een passend, bereikbaar, betaalbaar en veilig aanbod stelt de wethouder. ‘Zij doen dit in samenwerking met leden van hun eigen organisatie of samen met andere sportaanbieders, door kennis en expertise te delen en uit te wisselen.’ Daarbij is de waardering van vrijwilligers van groot belang. Dat gebeurt door middel van training, ondersteuning en opleiding, wat ook in de toekomst niet zal veranderen. Beek constateert met trots dat zijn gemeente goed inhaakt op de actualiteit en zich flexibel toont bij verandering. ‘Door de coronaperiode zijn mensen meer gaan wandelen, een bootcamp door Veenendaal haakte daar op in. Met een QR-code konden geïnteresseerden buiten blijven sporten.

De landelijke trend dat sport en participatie meer individueel wordt zien we ook in onze stad. Dat is echt van de laatste tijd. Door buiten mogelijkheden aan te bieden om te sporten en sportvelden op bepaalde tijden open te stellen voor iedereen, worden sociale contacten toch onderhouden en wordt er in hele kleine groepjes gesport.’ De laatste vijftien maanden kon er nauwelijks in groepsverband worden gesport, vooral niet door volwassenen. Maar dat er helemaal niets mogelijk was, daar wil de wethouder niets van weten. ‘Ik tennis altijd en dat kon nog redelijk lang doorgang vinden. Daarnaast heb ik een racefiets gekocht, dat waren bijna de enige uitjes die er waren op sportgebied.’

De gemeente ziet dat het klad er ook soms in kan komen. ‘De laatste tijd zien we dat het vele fietsen en wandelen toch weer wat afneemt. De ‘Veense ommetjes’, mede ook door Sportservice Veenendaal geïnitieerd, zijn een antwoord daarop. Enerzijds is het wandelen in een groepje een leuke afleiding en tevens een uitdaging richting een andere vrijetijdsbesteding.

In deze tijd zie je dat sport veel meer is dan alleen maar presteren. Voeding, beweging en een gezonde levensstijl die altijd aan verandering onderhevig is, zijn onderwerpen waar we ook de komende tijd volop aandacht aan zullen schenken.’