Veenendaler Lennard Hofstede balanceert tussen hoop en vrees

Wielrennen Redactie

Lennard Hofstede werd in november 2020 op het schild gehesen door Jumbo-Visma. De Veenendaler zorgde ervoor dat in de laatste etappe van de Vuelta leider Primož Roglič niet de eindzege kwijtraakte. Hofstede nam de ploeterende Sloveen op sleeptouw en hield het verlies binnen de toegestane marge. Nu balanceert Hofstede tussen hoop en vrees. Rijdt hij volgend seizoen nog voor de Nederlandse topploeg of moet hij weg?

Bij Jumbo-Visma is nagenoeg het hele plaatje wel ingevuld voor volgend seizoen. Met de komst van Dylan van Baarle (INEOS Grenadiers) en Wilco Kelderman (BORA-hansgrohe) behoudt de equipe een Nederlandse bloedgroep, al zullen de kopmannen in de grote ronde, de Deense Tourwinnaar Jonas Vingegaard en Primož Roglič, van buitenlandse signatuur zijn.

Hofstede is een gewaardeerde helper in de bergen maar kwam dit seizoen nauwelijks in actie. Hij weigerde zich in de wintermaanden te laten vaccineren tegen het coronavirus, waarna de ploegleiding besloot hem niet op te stellen in wedstrijden. Hij ging ook niet mee op trainingskamp en moest hopen op een versoepeling van de regels.

Toen de pandemie wat verflauwde kreeg hij toestemming op 17 maart te starten in de Franse eendagskoers Grand Prix de Denain. Het werd een drama. De 27-jarige Veenendaler, vorig jaar nog genomineerd bij de plaatselijke sportverkiezingen, kwam zwaar ten val op de kasseien en brak daarbij zijn bekken en op meerdere plaatsen zijn enkel.

Na een langdurige revalidatie maakte hij eind juni zijn rentree bij het NK wielrennen (47ste) en reed onder meer afgelopen zaterdag de Baskische klassieker Clásica San Sebastian (niet uitgereden).