Voetbal op en over het randje

Sporthistorie Voetbal Ton de Ruiter

Een Duits haantje is namens FC Utrecht de voorste. Andreas Ludwig krijgt 5 februari tegen Heerenveen de rode kaart. Het is de honderdste voor de club sinds de invoering van het gekleurde karton in de eredivisie in 1972. Honderd rode kaarten voor FC Utrecht. Een record aantal.

Dat de jubileumkaart in de Domstad valt is geen toeval. Met elf wondervoetballers win je geen wedstrijd. Voetbal op en soms over het randje hoort bij de Utrechtse mentaliteit, zo bewijst de geschiedenis.

Vriendschap is de kracht van landskampioen DOS in 1958, maar het is ook de combinatie van een aantal begenadigde voetballers met een vijftal dat het van knokken moet hebben. Trainer Daan van Beek is een liefhebber van mooi voetbal, maar als hij verantwoordelijk is voor de samenstelling van het Utrechts elftal kiest hij naast kunstschilders voor de huisschilders Job Gademans, Wim van Arnhem, Joop Jochems, Martin Okhuijsen en Ben Aarts.

Velox speelt in de jaren zestig het fraaiste voetbal in de stad. Leen Morelisse, Wim Adelaar, Frans Geurtsen en Willem van Hanegem mogen voorin lekker ‘pielen met de bal’ tot het speeltje hen van de voet springt. Drie mannen van graniet, Wim van Arnhem, Ben Aarts en Joop Jochems zorgen dat de bal heroverd wordt en permitteren zich daarbij veel.

De voetballers ‘van hier’ staan in de jaren vijftig en zestig dan ook niet bekend als lieverdjes. ‘Okkie, Okkie, pak hem nog een keer’, is de oproep van het Utrechtse publiek aan de spijkerharde verdediger van de kampioensploeg Martin Okhuijsen om handelend op te treden.

Jacques Westphaal spuugt als speler van Excelsior Gerrit Krommert in het gezicht, een jaar later zijn ze ploeggenoten. ‘Bij Westphaal was de tegenstander in levensgevaar,’ zegt Ton van der Linden. ‘Ik was net hersteld van een knieoperatie. We speelden in Noorwegen met DOS een vriendschappelijke wedstrijd, ik kreeg een paar schoppen van zo’n verdediger. Westphaal zei: ‘Dat is onze beste voetballer, die is net aan zijn knie geholpen. Als je hem nog een keer schopt, ruim ik je op.’ Tien minuten later lag die Noor op een brancard.

 

Rouwdouwers

Het verandert niet in de jaren zestig. Scheidsrechter Leo Horn zegt tegen Joop Rooders als hij invalt: ‘Zo ben jij er ook weer. Een verkeerde beweging en je bent er weer uit.’ De verdediger van DOS heeft dan nog geen bal geraakt. Veelzeggend is ook het citaat van Eddy Achterberg bij zijn overgang van DOS naar FC Twente:

‘Bij DOS was ik zo’n beetje het zwarte schaap geworden. Tussen rouwdouwers als Aarts, Rooders en Veenstra was ik het voetballen verleerd en meegegaan in een verkeerd soort fysiek voetbal. Eerst schoppen en dan pas voetballen, was bijna mijn tweede natuur geworden.’

Twente-trainer Kees Rijvers geeft hem deze boodschap mee: bij de eerste gele kaart krijg je een boete, bij de tweede kun je vertrekken. Of het om de punten gaat of vriendschappelijk is,  maakt niet uit. Als DOS tegen Spartak Praag speelt maakt Achterberg het heel bont door naar de keeper te trappen. Een vechtpartij is het gevolg. Als de gemoederen zijn gesust, boort ‘de keu’ de volgende speler in de grond.

Kinderspel vergeleken met de gebeurtenissen bij DOS – Penarol in mei 1960. Het moet de grootste matpartij op een Utrechts veld ooit zijn geweest.

Louis van de Bogert wordt getrapt en slaat terug. Krommert komt hem te hulp en wordt neergeslagen. De schade: een dik scheenbeen bij Van der Linden, twee losse tanden bij Krommert, beschadigd middenhandsbeentje bij Koole, een diepe snijwond bij Voges, een bloedneus bij Van de Bogert.

Utrechtse supporters met losse handjes krijgen een proces verbaal. Met gummiknuppels veegt de politie het terrein schoon. Een politiemotor met zijspan voert een charge uit op het stadionplein en baant zo een weg voor de bus met Zuidamerikaanse voetballers.

Als Ben Aarts met DOS de derby tegen Elinkwijk speelt constateert hij na afloop: ‘Ik heb de naam maar die lui kunnen er ook wat van.’ Willem van Hanegem krijgt 12 wedstrijden schorsing voor een grove charge tegen RBC en zegt: ‘Ik was in die periode vaker toeschouwer dan speler.’

In de krant van april 1960 staat het bericht dat Elinkwijker Frank Mijnals van de rechter 75 gulden boete krijgt of vijftien dagen hechtenis wegens mishandeling van MVV-back Maas. Volgens de Elinkwijker heeft de MVV-speler het eerst geslagen.

 

Klodder

Waarmee gezegd is dat het patent op harde voetbal niet bij DOS alleen ligt. Willem van Hanegem, opgegroeid in Utrecht, krijgt in dienst van Feyenoord op 13 augustus 1972 de eerste gele kaart. André Hulshorst is de eerste speler van FC Utrecht die met een rode kaart wordt weggestuurd.

Het gebeurt op 3 april 1974 in de halve finale van de beker tegen NAC op neutraal terrein in Den Bosch. In competitieverband krijgt Joop Wildbret op 3 december 1978 uit tegen VVV de eerste rode kaart in de geschiedenis van FC Utrecht. Scheidsrechter Henk van Ettekoven stuurt de libero weg. Let wel: de eerste zes jaar na de invoering (in 1972) krijgt FC Utrecht geen enkele rode kaart. Scheidsrechter strooien minder met rood dan nu.

Joop van Maurik krijgt een klodder in het gezicht en klaagt bij de scheidsrechter. Die heeft niets gezien. ‘Dan hoop ik dat je zo ook niets ziet.’ De spuwende speler loopt de volgende dag op krukken.

Het kon allemaal omdat de spiedende camera’s van de televisie nog niet massaal aanwezig zijn. Een elleboog, een klap, een grove charge, alles wordt in beeld gebracht en talloze keren herhaald. Wie over het randje gaat, wordt gepakt. Grensrechters zijn gepromoveerd tot assistent-scheidsrechter en doen meer dan vlaggen bij een ingooi.

Meer dan de helft van de 100 rode kaarten incasseert FC Utrecht dan ook in de nieuwe eeuw. Zondag 22 april 2007 krijgt middenvelder Jean-Paul de Jong thuis tegen PSV tot grote vreugde van het publiek zijn 83e gele kaart en passeert Barry van Galen. Gregoor van Dijk is topscorer in de eredivisie met zeven rode kaarten, deels verzameld bij FC Utrecht.

De technische leiding van nu volgt hem overigens op de voet. Erik ten Hag en zijn assistent Jean-Paul de Jong krijgen in hun loopbaan ieder zes rode kaarten. In het seizoen 2007-2008 boekt FC Utrecht een record: 70 kaarten, 66 keer geel, 4 keer rood. De scheidsrechters zoeken de club vanwege kritische opmerkingen van trainer/analist Willem van Hanegem, zo gelooft men.  Opvallend is dat FC Utrecht een seizoen later geen enkele rode kaart incasseert.

Als de beschuldigende opmerking richting de arbitrage geholpen heeft dan is het van korte duur, want tussen augustus 2011 en juni 2014 – drie seizoenen – moeten 17 FC-spelers voortijdig vertrekken. Bij dat tempo is de 100 rap een feit.