Voetbalhelden van de stad (3)

Sporthistorie Voetbal Ton de Ruiter

Scheidend Oranje speler Wesley Sneijder mag zich recordinternational noemen na 134 wedstrijden voor het nationale elftal. Welke Utrechtse voetballers gingen de speler uit Ondiep voor? Een introductie in een acht-delige serie op deze website. Vandaag deel 3 over Henk Temming, Louis van den Bogert en Cor Luiten.

Henk Temming (17 november 1923 – 23 april 2018)
Viermaal wordt de middenvelder opgeroepen voor het Nederlands elftal, maar speelminuten krijgt de DOS-speler niet. Bij de Olympische Spelen van 1948 is hij reserve van de voetbalploeg en wacht in Utrecht tevergeefs op een telefoontje. Henk Temming komt niet verder dan het B-elftal.

 

In de oorlog debuteert hij in het eerste van DOS tegen HBS, de geel-zwarten winnen met 8-1. Negentien jaar later verlaat Temming de club na zo’n 450 competitiewedstrijden in het eerste team. In 1954 kiest de latere eigenaar van een sportzaak aan de Sint Jacobsstraat voor een kortstondig avontuur bij de Utrechtse profclub, waarvoor hij eenmaal scoort. Temming wordt een seizoen eerder met DOS kampioen van de Eerste Klasse en moet in de nacompetitie met de vier kampioenen alleen Eindhoven voor laten gaan. In 1958 viert de robuuste halfspeler – inmiddels 34 jaar – met DOS de nationale voetbaltitel.

Temming is de man van het afstandsschot, de vrije trappen en penalty’s.  Alleen Eddy Pieters Graafland houdt van hem een strafschop. In 1960 tekent Temming – volle neef van Louis van den Bogert – een contract bij Velox. Als hij de teleurstelling ziet bij spelers die daardoor het zakcentje als semiprof mislopen, levert hij onder applaus zijn contract in en gaat als amateur aan de slag. Voor Velox maakt hij drie doelpunten in de Tweede Divisie.

Louis van den Bogert (14 februari 1924 – 20 november 2002)
Louis van den Bogert gaat in 1954 spelen voor de profclub Utrecht en moet na het kortstondige avontuur zijn loopbaan verplicht voortzetten bij Elinkwijk. Het uitstapje blijft beperkt tot één seizoen.

 

Met de DOS viert Van den Bogert twee kampioenschappen. In 1954 het kampioenschap van de Eerste Klasse en in 1958 de landstitel. Hij blijft DOS als speler trouw tot zijn 38e en is 19 seizoenen een vaste keus. Zijn werk bij de club zit er dan nog niet op. Geel-zwart kan zich maar moeizaam handhaven in de Eredivisie en doet vanaf 1966 vier seizoenen met succes een beroep op hem als redder in de nood. In de laatste wedstrijd van DOS in het betaalde voetbal – uit tegen FC Groningen in 1970 – zit Van den Bogert op de bank.

Drie keer speelt hij in het Nederlands elftal, drie keer wordt verloren. Bij zijn debuut in Rotterdam wordt het 6-7 voor de Belgen. Een goede dag is het toch voor de Utrechter want in ruil voor een gratis kaart zorgt de eigenaar van een woninginrichting voor nieuwe meubeltjes. Herman Kuiphof noemt Van de Bogert in zijn verslag een tactisch onderlegde middenvelder die echter te weinig scoort. Dat klopt wel. Zijn broer Joop (5 treffers in de Eredivisie) en de jong omgekomen Ries (4 treffers) scoren meer dan de 3 treffers van Louis in zes jaar Eredivisie.

Cor Luiten (3 april 1929 – 8 november 1978)
De concurrenten voor de vleugelpositie in Oranje spelen als prof in het buitenland en worden niet geselecteerd voor de nationale voetbalploeg. Vier keer in 1953 en 1954 wordt een beroep gedaan op Cor Luiten, de flits van DOS. Een winstpremie zit er voor de buitenspeler niet in. In de laatste interland voor de invoering van het betaalde voetbal, op 24 oktober 1954 tegen België in Antwerpen, valt Luiten twee minuten voor het einde in.
Kort na de oorlog debuteert  hij op 16-jarige leeftijd in het eerste van DOS. Luiten wordt met de geel-zwarte vriendenploeg kampioen van de Eerste Klasse in 1954 en landskampioen in 1958. Als aangever van Dirk Lammers en Ton van der Linden heeft hij een belangrijke rol, maar ook zelf weet Luiten de weg naar het doel te vinden. Zijn belangrijkste voorzet op 18 juni 1958 bereikt Ton van der Linden die DOS vervolgens tegen Sportclub Enschede de landstitel bezorgt. In de Eredivisie maakt hij 75 doelpunten in 220 wedstrijden.

Op 33-jarige leeftijd stapt Luiten over naar Sportclub Enschede. In dienst van de Twentse club breekt hij een been in een duel met Rinus Schaap. Na een jaar in het oosten keert Luiten terug bij DOS en sluit in 1964 zijn loopbaan af. Hij is later bestuurslid technische zaken bij FC Utrecht. Op 49-jarige leeftijd overlijdt Luiten aan een hersenbloeding.

Lees hier de reeds gepubliceerde delen van de serie.