Voetballen als steuntje in de rug

Voetbal Eddy Steenvoorden

Voetballen en het Leger des Heils. Die combinatie klinkt niet als de meest vanzelfsprekende. Maar iedereen uit de maatschappelijke opvang kan via het Leger des Heils een balletje trappen. Sterker nog: de zorgaanbieder heeft een breed scala aan sport- en beweegactiviteiten.

Meedoen aan een WK voetbal, wie wil dat niet? Jasper Lamboo was vorig jaar keeper bij de Homeless World Cup, het WK voor mensen uit de maatschappelijke opvang. De deelname bezorgde hem een onbeschrijflijk goed gevoel, zegt Jasper. Hij ziet de opening met koning Willem Alexander op het Amsterdamse Museumplein nog haarscherp voor zich. Tijdens de warming-up neemt de koning een paar penalties. Eentje gaat er strak in de kruising. Daarna ziet de Koninklijke doelpuntenmaker Jasper in actie tijdens de eerste partij. “Na afloop zei de koning dat hij blij was dat hij geen penalty tegen mij hoefde te nemen!”

Nederland won de titel niet, maar dat is ook niet het belangrijkste bij het WK. Alles draait uiteindelijk om de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers. Hetzelfde geldt in Utrecht, waar twee keer per week zo’n 20 tot 30 voetballers onder begeleiding van buurtcoach Kees Grovenstein trainen op het Cruyff Court in Ondiep. “Ik beschouw het als een uitdaging voor een sfeer te zorgen waarin iedereen zich thuis voelt en ieder op zijn eigen manier zijn of haar talenten kan ontdekken, niet als voetballer maar als mens.”

 

Dutch Street Cup

De spelers doen mee aan de Dutch Street Cup, een straatvoetbalcompetitie tussen Nederlandse steden die sinds 2008 wordt georganiseerd. De competitie komt voort uit de Dutch Homeless Cup, een initiatief van de daklozenkrant Straatnieuws. “Toen het Leger des Heils als partner aansloot, groeide het aantal deelnemers enorm en daarmee nam ook de maatschappelijke betekenis toe.”

Het Leger des Heils is zich de afgelopen jaren steeds meer gaan richten op sporten en bewegen. Het idee daarachter is even simpel als doeltreffend: of het nu om volleybal, kickboksen of voetbal gaat, sporten is altijd een gezonde manier om de vrije tijd te gebruiken, het versterkt de sociale contacten en geeft de deelnemers het gevoel nuttig bezig te zijn.

“En iedereen kan meedoen, van hostelbewoners tot sociaal kwetsbaren. Deelnemers komen ook van andere organisaties binnen de maatschappelijke opvang, zoals Lister en Altrecht,” zegt afdelingsmanager sport & vrije tijd Ramona Hermes.

Oorspronkelijk was het de ambitie deelnemers binnen korte tijd weer een actieve rol op de arbeidsmarkt te laten innemen, maar dat bleek volgens Ramona te hoog gegrepen. “Reïntegratie is wel iets dat we altijd in ons achterhoofd houden, maar we kijken goed naar welke stappen iemand in zijn eigen tempo kan zetten. Deelnemers die bijvoorbeeld zelf trainer of coach wil worden, bieden we scholing aan zodat ze vervolgens kunnen kijken wat ze daar eventueel verder mee kunnen en willen.”

Stappen maken de voetballers zeker. Melissa Baade bijvoorbeeld, leerling op het ROC Midden Nederland, sloot 2,5 jaar geleden als een schuw vogeltje aan bij de groep van Kees. Thuis liep het mis omdat haar ouders allebei aan de drugsverslaafd waren. Melissa raakte aanvankelijk, zegt ze zelf lachend, geen bal. Maar dit jaar werd ze al geselecteerd voor de Homeless World Cup in Glasgow. “Ik was in het begin verlegen en stil, maar hier kon ik mezelf zijn en ging mijn mond na verloop vanzelf open. Ik heb een leuke groep mensen om me heen. Je mag fouten maken en dat geeft zelfvertrouwen. Als ik sip ben en ga voetballen, voel ik me gelijk beter.”

 

Twintig jaar op straat

Jasper deelt haar mening. Hij leefde twintig jaar lang op straat als drugsverslaafde. Via het Centrum Maliebaan kwam hij in aanraking met het straatvoetbal. “Ik zit in de schuldhulpverlening en leef op het minimum, maar ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Dit is voor mij waardevoller dan een gewone voetbalclub, vooral vanwege de positieve sfeer en de mogelijkheid om verhalen uit te wisselen.”

Hij is langzaam op de weg terug. Droomt af en toe van ‘een schoorsteentje en een gezinnetje met een kindje’. Hoopt voorzichtig op een baan, als de tijd rijp is. Momenteel probeert hij als vrijwilliger bij het Leger des Heils patiënten op de psychiatrie-afdeling aan het bewegen te krijgen. “Ik zou mijn ervaringsdeskundigheid in de toekomst graag vaker inzetten en mensen duidelijk willen maken welke rol sport kan spelen in een herstelproces.”

Kees geniet zichtbaar van de verhalen van zijn spelers. Hij ziet ze opbloeien, mede dankzij zijn inspanningen. Heldere afspraken zijn volgens hem absoluut voorwaarde voor het creëren van een klimaat waarin iedereen gedijt. Maar toch gaat het niet altijd van een leien dakje.

Soms ontstaan er bijvoorbeeld spanningen omdat sommige spelers vooral gezelligheid zoeken en anderen vooral willen winnen. “Maar dat is ook weer interessant, want dan heb je een aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan.”

 

Laagdrempelig sportcentrum

Af en toe komen ‘zijn’ voetballers in actie tegen een ‘gewoon’ voetbalteam. “We werken nog niet samen met andere sportaanbieders, maar dat willen we wel gaan proberen. Daarmee wordt de stap naar een voetbalclub ook kleiner.” Lacht: “Het zou mooi zijn als andere verenigingen zeggen: hé, dat is een leuke speler, die willen we wel hebben.”

Maar ook zonder die samenwerking is hij al blij met wat er de afgelopen jaren tot stand is gebracht in Utrecht. In het begin moesten Ramona en hij er heel hard aan trekken, maar inmiddels loopt de organisatie gesmeerd, met dank aan de medewerking van de voetballers zelf. Stiekem kijken de buurtcoach en de manager verder. Ze dromen al van een laagdrempelig sportcentrum dat onderdak biedt aan een heleboel sport- en beweegactiviteiten van het Leger des Heils. Ramona: “De komende tijd gaan we de haalbaarheid daarvan bekijken.”

 

 

Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie