Voetbalstad Groningen komt van koude kermis thuis

Sporthistorie Voetbal Hans van Echtelt

Het is een sombere dag voor het voetbal in het noorden van Nederland. We schrijven 24 mei 1970, de dag waarop de stad Groningen z’n eredivisieclub verliest. GVAV degradeert naar een lager niveau. Verantwoordelijk voor dat feit is DOS-aanvaller Leo van Veen die met een zondagsschot de schier onpasseerbare Tonny van Leeuwen verrast. Niet Utrecht maar Groningen moet het voorlopig zonder topvoetbal stellen.

Dit weekeinde, zaterdag om precies te zijn, staan FC Groningen en FC Utrecht om half zeven tegen elkaar en er zullen maar weinig toeschouwers in het Noordlease stadion (voorheen Euroborg) zijn die destijds ook van de partij waren in het degradatieduel tussen GVAV en DOS. Alleen verstokte supporters van de Kanaries zullen de elf namen kunnen opsommen die in 1970 voor de niet verwachte ontsnapping zorgden in het hoge noorden.

Die elf waren: Henk van Ledden, Thijs Wijngaarden, aanvoerder Johan Plageman, Hans de Weerd, Ed van Stijn, John Steen Olsen, Jan van Renswouw, Ton Nieuwenhuys, Leo van Veen en Hans Visser.

Van Veen kan zich ‘de belangrijkste goal uit zijn loopbaan’, zoals hij zelf formuleert, nog goed herinneren. ‘We hadden een half uur gespeeld en waren goed uit de startblokken gekomen. John Steen Olsen ging op het middenveld een combinatie aan met Hans Visser. Die laatste probeerde op het doel te schieten, maar zijn inzet werd geblokkeerd. De bal caramboleerde voor mijn voeten en ik bedacht me geen moment. Van zo’n vijf meter voor het strafschopgebied haalde ik uit en voelde meteen dat ik de bal goed geraakt had toen die los van m’n schoen kwam. Doelman Tonny van Leeuwen, toch een klassekeeper, had er geen antwoord op.’

 

Kermis

Dat DOS redelijk ontspannen aan de wedstrijd begon, had alles te maken met de ‘uiterst gebrekkige’ voorbereiding. Om zich van top tot teen te kunnen focussen op het beslissende duel met GVAV was de ploeg een dag eerder neergestreken bij Hotel Karsten op de Brink in Norg. Maar toen de spelersbus daar arriveerde merkte voorzitter Willem Kernkamp tot zijn ontsteltenis, dat er een kermis aan de gang was op het plein voor het hotel.

Ondanks het feit dat de kamers van de spelers aan de achterkant waren ingedeeld, was het een gigantisch lawaai dat tot ver in de nacht duurde. Van Veen: ‘We zijn toen maar met z’n allen een tijd de kermis opgegaan en hebben in allerlei attracties gezeten. Iedereen was die wedstrijd van de volgende dag een poos vergeten. Ook tijdens het ontbijt de volgende ochtend hadden we het enkel nog maar over wat we op die kermis hadden beleefd.’

Het gevolg was dat de spelers redelijk ontspannen in de bus stapten richting Groningen. Bij toeval kruisten beide spelersbussen elkaar bij het binnenrijden van het toenmalige Oosterpark-stadion. ‘Die spelers van GVAV hadden zich waarschijnlijk een dag lang voorbereid op Schiermonnikoog en zaten met bleke bekkies achter het raampje van de bus. Wij waren nog uitgelaten van die kermis en toonden geen spoortje van angst of krampachtigheid. We hadden al een mentale voorsprong genomen, terwijl de wedstrijd nog moest beginnen’, zo blikt Leo van Veen ruim 45 jaar later terug op de meest belangrijke confrontatie uit het bestaan van het Utrechtse voetbal. DOS moest immers winnen om niet te degraderen en een mogelijke fusie zou zeker in de ijskast belanden wanneer de ploeg die middag niet had gewonnen in Groningen.

Door die 0-1 kwam de stad Groningen letterlijk van een koude kermis thuis. Het zou voor de ‘Trots van het Noorden’ overigens maar een jaar duren voordat weer eredivisievoetbal gespeeld kon worden. En DOS zou dankzij de treffer van Leo van Veen samen met Elinkwijk en Velox binnen enkele maanden tot fusieclub FC Utrecht gesmolten worden.

 

Wat is wijsheid?

Vandaag de dag heeft zowel Groningen als Utrecht een stabiele eredivisieclub in huis, zodat komende zaterdag in een totaal andere sfeer gevoetbald kan worden dan destijds in 1970. Van Veen heeft desondanks nog een overpeinzing in petto. ‘Je vraag je af in hoeverre een voorbereiding op een wedstrijd altijd maar door een trainer bloedserieus moet worden genomen. Wij kregen destijds door die kermis in Norg precies de goede prikkel om een dag later goed te presteren, terwijl onze tegenstander zich waarschijnlijk op een veel gedegener manier had voorbereid. Zeg maar wat wijsheid is, misschien moeten we soms die zaak wat meer relativeren.’