Voetnoot

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Het fijne van deze landstitel was vooral dat iedereen een stevig glas heeft gedronken. Ga er maar van uit dat de nodige Kampongers knap aangeschoten wat later dan afgesproken zijn  thuisgekomen. Het moet zelfs niet worden uitgesloten dat wat Utrechtse hockeyfans volslagen blauw op zoek zijn gegaan naar een gesloten café. Tevergeefs.

Pim van Esschoten

Zo hoort het.

En gelukkig zei niemand die ene zin die Nederland máándenlang moest aanhoren. Een zin uit Rotterdam, die klonk alsof Feyenoord een soort recht op de landstitel zou hebben.

Hier komt ‘ie.
Hou je vast.
We hebben er 18 jaar op moeten wachten.
Guttegut.
Achttien jaar wachten. In Rotterdam.

Arme mensen in Apeldoorn. Of in Groningen, Breda, Den Haag, Maastricht. Hoe lang wachten die al? En wat te denken van ons Utrecht, dat de ene na de andere topvoetballer voortbracht en toch voor het laatst nog eens kampioen werd in een de tijd dat FC Utrecht nog DOS heette en er een veter in de bal zat. Niemand zeurt daarover, niemand daalt na afloop van een nederlaag tegen Excelsior – om zo maar iets te noemen – snikkend van verdriet de tribunes af.

Wel als je van Feyenoord bent, het heilige Feyenoord. Voor Feyenoorders is De Kuip een kathedraal en wordt elke contractspeler uit een vissersdorp gezien als Jezus.

Feyenoorders wachten 18 jaar op een nieuw wonder.

Wachten brengt geen succes. Bouwen wel. Dat Kampong 32 jaar geleden voor het laatst de landstitel pakte is een voetnoot. Meer niet. Verrassend was het zeker, die titel. Uitgerekend in een seizoen waarin het om hing of de play-off’s überhaupt werden gehaald, beleefde Kampong een opleving in de beslissende weken in mei.

Ineens paste de puzzel, ineens was daar ook een blauw legioen aan fans. En echt, je wist even niet wat je hoorde bij de poort aan de Laan van Maarschalkerweerd, afgelopen woensdag bij het eerste duel uit de best-of-three tegen Rotterdam. ‘Sorry, uitverkocht’.

De champagne spoot zaterdag alle kanten op, na afloop van de tweede zege na shoot-outs. Je dacht aan David Harte en zijn hoofdrol in de beide duels, vooral die fabuleuze safe op de strafbal van Jeroen Hertzberger.

Je herinnerde je die twee woorden in het Nederlands die de Ierse goalie in oktober sprak, na een minder goede start in de competitie. Harte vertelde dat de ploeg op de goede weg was, hij twijfelde niet over de afloop. Hij zei: ‘Komt goed.’