Voortreffelijke Puck Pieterse zesde in wereldbekercross

Veldrijden Redactie

Wat goed is komt snel. Dat gezegde lijkt in elk geval op te gaan voor Puck Pieterse die met een zesde plaats in de eerste wereldbekercross in Tábor uitstekend presteerde. Winnaar bij elitevrouwen werd Lucinda Brand, voor haar landgenotes Ceylin Alvarado en Denise Betsema. Bij de mannen hield Lars van der Haar zich goed staande met een vijfde plaats. Een dag eerder was hij nog tweede geworden in Kortrijk. In totaal zijn er vijf wereldbekermanches.

Veel toppers hadden nauwelijks de tijd het parcours in Tsjechië te verkennen omdat ze de dag daarvoor nog in België reden. Om ’s avonds met een privéjet (de Belgen) of gewoon met de auto spoorslags af te reizen naar het voormalige Oostblokland, een slordige 800 kilometer verder. Pieterse had Kortrijk laten schieten om haar krachten te sparen en zich in alle rust te kunnen voorbereiden.

Dat bleek een verstandige beslissing. De Amersfoortse stond zo fris als een hoentje aan de start en was meteen scherp. Dat het bij de vrouwen een Nederlandse aangelegenheid zou worden stond bij voorbaat vast. Toch was de Française Perrine Clauzel het beste weg. Pieterse dook als achtste het veld in en bleef gevrijwaard van een massale valpartij die onder meer haar oude juniorenrivale Shirin van Anrooij met een open wond en een gebroken arm in het ziekenhuis bracht.

Clauzel mocht even van haar leiderspositie genieten en zag vervolgens een heel peloton Nederlandse vrouwen over haar heen denderen. Denise Betsema reed aan kop van het langgerekte lint, waar ook Pieterse nog toe behoorde. Na drie van de zes ronden vertoonde het lint wat scheurtjes. Lucinda Brand probeerde haar landgenotes met een moordend tempo te slopen en dat lukte aardig. Alleen wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado kon bijblijven, zij het op een paar seconden. Betsema, Annemarie Worst en de Hongaarse Blanka Kata Vas  hadden al een wat grotere achterstand terwijl Pieterse en Yara Kastelijn om de zesde plaats duelleerden.

Kleine slippertjes braken Alvarado op, terwijl ze technisch toch onder de besten van het peloton wordt geschaard. Brand moet het juist hebben van haar kracht en vermogen maar toonde in Tábor ook in technisch opzicht met sprongen vooruit te zijn gegaan. Een grote technische bagage heeft ook Pieterse. De pas 18-jarige Amersfoortse moet alleen nog wat sterker worden wil ze echt mee kunnen doen om het podium. Bij het ingaan van de laatste ronde reed ze op de zesde plaats. Kastelijn was teruggevallen, maar de Italiaanse Arzuffi kwam enigszins opzetten. Zou Pieterse het ruim 50 minuten volhouden op topniveau? Ja dus. De renster van Alpecin-Fenix hield de fraaie klassering vast en eindigde op 1.22 van de winnaar. Daarmee bleef ze onder meer de Belgische oud-wereldkampioene Sanne Cant (twaalfde) ruim voor.

Vooraan bouwde Brand haar voorsprong verder uit en Alvarado gaf zich gewonnen. Nummer drie werd Betsema waardoor het opnieuw een oranje podium werd. Vas werd vierde en Worst vijfde.

 

Sterk slot

Lars van der Haar had ook in Kortrijk gereden en daar een goede vorm geëtaleerd. Achter Eli Iserbyt werd hij knap tweede, nog voor Wout van Aert maar voor de Belg was pas zijn eerste optreden in het veld na een ongekend succesvol wegseizoen. In Tabor beperkte Van der Haar zich tot meerijden met de achtervolgers, die op een flinke kloof reden van koploper Michael Vanthourenhout. De Woudenberger kon niet beter en dat gold ook voor Wout van Aert, Toon Aerts en Corné van Kessel. Alleen Iserbyt had energie over, maar hij moest wachten tot zijn ploeggenoot een veilige voorsprong had. Daarna reed hij in een ruk naar hem toe. Toch had Vanthourenhout nog het meeste over en hij won zijn eerste wereldbeker. Iserbyt en Van Aert maakten het Belgisch podium compleet. Van der Haar kende een sterk slot en was met een vijfde plaats de beste Nederlander.