Vrouwenvoetbal in de regio

Voetbal Jurgen van Teeffelen

Het Nederlandse vrouwenvoetbal zit in de lift. Terwijl de Oranje Leeuwinnen de zilveren medaille wonnen bij de wereldkampioenschappen in Frankrijk, ziet de KNVB het aantal vrouwelijke leden aanhoudend stijgen. Hoe verloopt de opmars van het vrouwenvoetbal in de provincie Utrecht?

De KNVB mag zich gelukkig prijzen met de toegenomen aantrekkingskracht die voetbal op meisjes en vrouwen in ons land uitoefent. Zonder hen zou het ledenaantal van de voetbalbond er de laatste jaren namelijk niet zo stabiel uit hebben gezien als nu het geval is. In het seizoen 2017-2018 telde de KNVB 1.209.193 leden, een lichte daling van -0,69% ten opzichte van een seizoen eerder. Terwijl het aantal mannelijke leden met ruim 12 duizend afnam, meldden zich meer dan vierduizend meisjes en vrouwen als nieuw lid aan.

Het betekent een groei van het aantal vrouwelijke leden met 2,8% naar een recordaantal van 158.353. Daarmee is de voetbalbond nog niet de sportbond met de meeste vrouwelijke leden, zoals manager vrouwenvoetbal van de KNVB Kirsten van de Ven trots in de media suggereerde (de tennisbond telde in 2017 bijvoorbeeld nog ruim 260 duizend vrouwelijke leden), maar wél als het om teamsporten gaat: zo zijn er momenteel meer meisjes en vrouwen die voetballen dan dat er op hockey zitten.

 

Historische prestatie

Het is een historische prestatie want de voetbalsters moesten van ver komen: hoewel in 1955 de Algemene Damesvoetbalbond werd opgericht duurde het tot 1971 voordat de KNVB het vrouwenvoetbal officieel erkende en in haar programma opnam. Ruim vijfduizend actieve voetbalsters werden destijds geregistreerd. Ze waren allen ouder dan 18 jaar want pas vanaf 1979 konden meisjes lid worden van de KNVB. Tien jaar later stond de teller op ongeveer 60 duizend vrouwelijke leden; de laatste twintig jaar is dit aantal nog eens twee-en-een-half keer gestegen.

Deze groei zit hem vooral in de jeugd. Want waar dertig jaar geleden vrouwen vooral na hun 18e een balletje bij de voetbalvereniging gingen trappen, gebeurt dat momenteel veel eerder: twee-derde van de vrouwelijke leden van de KNVB is jonger dan 18 jaar (bij de mannen is dit fifty-fifty). Ondanks die prominente groei blijven de meiden in het voetbal echter nog flink achter op de jongens. In vergelijking met bijvoorbeeld hockey, waar 70% van de jeugdleden meisjes zijn, ligt dit percentage stukken lager in het voetbal (8% bij onder 7 (o7), 11% bij o9, 14% bij o11, 18% bij o13, 19% bij o15 en o17, 17% bij o19, 10% bij senioren).

 

Regionale verschillen

Ook in de provincie Utrecht krijgt het vrouwenvoetbal steeds meer voet aan de grond. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen de 26 gemeenten die Utrecht telt. Koplopers zijn Eemnes en Lopik, waar 1 op de 5 voetballers een meisje of vrouw is. Het is ongeveer twee keer zoveel als er in Amersfoort, Nieuwegein, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal rondlopen. Bij de clubs komen we een aantal echte vrouwenvoetbal bolwerken tegen, zoals Saestum, Sporting ’70 en Desto. Studentenvoetbalvereniging Odysseus ‘91 is de regionale voetbalclub met de meeste vrouwelijke leden, 41,5%. Opvallende afwezige: FC Utrecht.

 

Percentage vrouwelijke voetballers per gemeente

Amersfoort10.8
Baarn13.8
De Bilt13.2
Bunnik13.9
Bunschoten14.5
Eemnes20.0
Houten17.0
IJsselstein12.9
Leusden16.2
Lopik20.7
Montfoort15.9
Nieuwegein10.2
Oudewater14.7
Renswoude18.5
Rhenen14.5
De Ronde Venen16.9
Soest12.3
Stichtse Vecht11.9
Utrecht12.6
Utrechtse Heuvelrug10.3
Veenendaal9.2
Vianen12.0
Wijk bij Duurstede13.7
Woerden12.7
Woudenberg13.0
Zeist12.7
Cijfers: KNVB, seizoen 2016-2017

 


Ook de politiek mengt zich

Van onze redactie

Ten tijde van het WK deed Utrechts GroenLinks-raadslid Julia Kleinrensink in een column een oproep aan FC Utrecht om het vrouwenvoetbal weer op te pakken. “Utrecht is een stad waar meer vrouwen dan mannen wonen en waar vrouwenvoetbal de snelst groeiende tak van sport is. Maar Utrecht kent geen professioneel vrouwenvoetbal. En – wat mij nog meer verbaast – het kent alleen een talentprogramma voor jongens, niet voor meisjes. Er zijn veel meisjes met talent in voetbal en zij verdienen net als jongens de kans om dit te ontwikkelen. Door ook meisjes toe te laten in het talentprogramma wordt het normaal dat zowel meiden als jongens sporten. Sterker nog, door jongens en meisjes samen te laten voetballen ontwikkelen beiden zich sneller volgens de KNVB. Een win-win voor iedereen dus. En talentontwikkeling zorgt voor nieuwe heldinnen, zoals Shanice van de Sanden voor de Utrechtse meisjesteams. Deze rolmodellen inspireren volgende generaties meisjes om te gaan sporten en hun talenten te ontdekken.”

Ze nodigt de club uit de Domstad uit zich aan het eigen manifest te houden waarin de club stelt ‘We moeten groeien. Trots zijn. Op wat we zijn en waar we naartoe kunnen groeien. Dat gaat niet vanzelf, daar is toewijding voor nodig. (…) FC Utrecht staat midden in de samenleving. Wij zijn oprecht betrokken bij alles wat om ons heen gebeurt.’ Het raadslid en tevens woordvoerder Sport besluit haar column: “Beste FC Utrecht, jullie eigen manifest spreekt over ‘er met het hart vol voor te gaan’. Maak dit waar door vrouwen dezelfde mogelijkheden te geven en voetbal voor iedereen te laten zijn. Ontwikkel een visie op de Eredivisie voor vrouwen en start alvast met het openstellen van het talentprogramma voor meisjes. Zorg dat Utrecht trots kan zijn. Want Utrecht verdient haar eigen Utrechtse Oranje leeuwinnen.”

Via de Telegraaf liet FC Utrecht vervolgens weten na te denken over de mogelijkheden van vrouwenvoetbal: ‘Het is misschien mogelijk om samen te werken met amateurclubs in de omgeving of om samen een talentenprogramma voor meisjes te ontwikkelen. We zitten in de startfase. We onderzoeken hoe we een vorm van vrouwenvoetbal kunnen starten zonder dat het sneuvelt vanwege financiën.’