Vuisten

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Nu zijn het helden. Moedige mannen, strijders voor een rechtvaardige zaak. Echter, toen Tommie Smith en John Carlos met hun medailles om de nek naar het Amerikaanse volkslied luisterden met hun vuisten in de lucht, brak de pleuris uit. Het is deze week vijftig jaar geleden.

Het jaar 1968 was toch al ongekend heftig met de moorden op Robert Kennedy en Martin Luther King, de rellen vele Amerikaanse steden, het studentenoproer in Parijs en de Russische tanks die de Praagse Lente vermorzelden. Ook in Mexico Stad braken aan de vooravond van de Olympische Spelen hevige rellen uit met vele doden.

En toen waren daar Smith en Carlos, met hun gebalde vuisten. Als leden van de Olympic Movement for Human Rights hadden ze maandenlang nagedacht over wat ze zouden doen als ze in Mexico op het podium zouden staan. Want ze wilden minstens iets doen. Op dat podium werden ze dan wel geëerd als Amerikaan, eenmaal thuis waren ze weer tweedehands burgers. ‘In Mexico sprintten we, thuis moesten we kruipen,’ zei Tommie Smith in 2004 tijdens een reünie van de mannen van die OMHR in Sacramento. Het werden dus die twee vuisten, een even stil als krachtig statement uit solidariteit met de verdrukte Afro-Amerikanen in eigen land. Carlos zei in 2004: ‘Het was een daad van liefde voor onze mensen. Rauwe liefde, maar liefde.’

In het stadion al werden de twee uitgefloten. De volgende dag werden ze uit Team USA gegooid. En in de VS zelf wachtten nigger Smith en nigger Carlos bedreigingen, dagelijks. Ook hun (witte) hoofdcoach Payton Jordan ontving die, vertelde hij in 2004, omdat hij achter zijn atleten was blijven staan. Head coach or dead coach, Jordan mocht kiezen. Carlos zei: ‘Het is al een doodsbedreiging om als zwarte te worden gebóren in de VS.’

Smith en Carlos hadden in 1968 geen respect getoond voor de nationale vlag, zo luidde het verwijt door de hele Amerikaanse samenleving. Smith in 2004: ‘Geen respect? Het is ook mijn vlag, maar juist die vlag respecteert mij niet volledig.’

Carlos en Smith bleven jarenlang verguisd, konden amper een normaal leven opbouwen, maar zijn inmiddels opgenomen in de Hall of Fame van de Amerikaanse sporthistorie. Geëerd en gerespecteerd. Toch knielt een halve eeuw later Colin Kaepernick vooraf aan een wedstrijd in de NFL bij het volkslied. Opnieuw een stil protest om dezelfde redenen als Smith en Carlos destijds. Met dezelfde heftige reacties.

Zouden wij ook, hier achter de duinen, over vijftig jaar even weinig zijn opgeschoten met het debat rond zwarte piet?