Watjescultuur

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Ter hoogte van Hoevelaken, daar ongeveer. 'Watjescultuur, watjescultuur? Wat heb ik nu eigenlijk gezegd? Wat heb ik me allemaal op de hals gehaald?'

Pim van Esschoten
Pim van Esschoten

Met een diepe zucht zal Erik ten Hag verder onderuit zijn gaan zitten. Spijt. En dan is er het besef dat al die aasgieren van die praatprogramma’s op tv nog gaan komen en zakt de coach verder weg. Ook dat nog.

In Zwolle was hij nog vol adrenaline in de bus gestapt, boos over de scheids. Bij de 1-0 van PEC lag Conboy op de grond, volgens de trainer van FC Utrecht was hij zelfs even buiten bewustzijn. Na afloop zette Frank Snoeks van de NOS hem schaakmat. Want Conboy was even later verdraaid snel weer opgelapt. Het viel dus wel mee met die hoofdblessure.

En toen zei hij het, in het nauw gedreven. Dat het Nederlands voetbal kapot gaat aan de watjescultuur. Prima trainer, die Ten Hag. Goed, de resultaten vallen dit seizoen nog wat tegen. Dat zorgt voor druk en voor de rest hebben we allemaal wel eens zo’n prutdag. Dan wil er niks en alles zit tegen. Dat kan. Maar waar kwam ineens die watjescultuur vandaan?

Tijdens de Tour de France vertelde Stef Clement afgelopen zomer dat hij als wielrenner werd betaald om op te staan en door te rijden. En voetballers, zei Clement, worden betaald om te gaan liggen. Zou Ten Hag dat in z’n oren hebben geknoopt, wachtend op het goede moment om het startschot te geven voor een brede maatschappelijke discussie over de watjescultuur die het Nederlandse voetbal kapot maakt?

Wat sneu voor Erik, iedereen haalde de schouders op. Niemand ging in op dat ene woord, he-le-maal niemand.

Wielrenners zijn geen watjes, zeker niet. Maar Stef Clement weet ook wel dat die liggende voetballers allemaal maar spel is. Er moeten scheidsrechters worden  beduveld en wat al niet meer. En zo was het zaterdag in Zwolle ook, uiteindelijk. Eén groot spel. Nog voor Hoevelaken wist Ten Hag ook al; ze waren er niet ingetrapt.