‘We komen tekort voor de internationale top’

Go Robert Jan van der Horst

‘Als je alleen maar wilt winnen, is Go geen goede sport om te beoefenen. Of je moet heel goed tegen je verlies kunnen.’ Sjoerd Kuperus (34) weet het zeker. ‘Want naarmate je beter wordt, ga je vanzelf tegen steeds betere spelers spelen. En daarmee is de kans groter dat je ook wel eens een partij verliest.’ Kuperus, met de Utrechtse bondsvoorzitter Michiel Tel, docent bij en lid van Go Club Utrecht, is één van onze gesprekspartners op de vrijwel verlaten begane grond van het Denksportcentrum in Utrecht.

We schuiven aan bij twee clubgenoten die in de verder verlaten ruimte een partij Go spelen. Terwijl we kijken naar het plaatsen van de stenen onthoudt Kuperus zich van commentaar, een ongeschreven wet in het Go.

 

Studie

Het was zo rond het begin van zijn studie Computerscience dat Kuperus in aanraking kwam met Go. ‘Dat was bij mijn studentenvereniging Biton. Het begon met een onschuldig spelletje spelen, maar ik merkte dat ik het redelijk snel onder de knie kreeg. Op een gegeven moment ging ik met een vriend toernooien af. Het voordeel daarvan is dat je veel speelt. En als je veel speelt word je vanzelf sterker. Bovendien leer je de mensen kennen.’

Kuperus maakte uiteindelijk zijn studie niet af. ‘Maar of dat komt omdat ik te veel Go heb gespeeld, dat durf ik niet te zeggen. Maar het feit dat ik mijn studie niet heb afgemaakt, wil niet zeggen dat ik niet goed terecht gekomen ben. Integendeel. Ik ben nu softwareontwikkelaar.’

 

Amsterdam

Hoewel de ontstaansgeschiedenis van Go, van origine een Chinese sport, maar via Japan bekend geworden in Europa, teruggaat tot ongeveer 2000 voor Christus, wordt de sport in ons land pas sinds de jaren vijftig gespeeld. In 2020 bijvoorbeeld viert de Amsterdamse Go Club het feit dat deze denksport meer dan zestig jaar wordt gespeeld in Nederland, het wordt aangenomen dat de Amsterdamse club één van de oudste is in Nederland.

Amsterdam was ook de plaats waar Kuperus wel eens een toernooi speelde. ‘En op internet, dat kwam toen net een beetje op. Daar kwam ik er ook achter dat ik Go kon spelen in Utrecht en ben toen lid geworden. Dat is nu ruim tien jaar geleden.’

Utrecht volgde redelijk snel het voorbeeld van Amsterdam. ‘Ik denk dat we nu zo’n 50/55 jaar bestaan’, schat penningmeester Huib Olij (65), onze andere gesprekspartner van deze avond, in. ‘Nee, er is geen officiële oprichtingsakte. Misschien vreemd, maar we zijn gewoon gaan spelen. Dat was toen nog in de bar van De Remise aan de Pieter Bothstraat in de wijk Lombok. Ik speelde daar ook schaak.’

Later is de Go Club Utrecht ingetrokken bij de Bridgebond (NBB) aan de Willem Dreeslaan. Olij; ‘En toen de NBB verkaste naar Oog in Al, het huidige onderkomen achter zwembad Den Hommel, zijn we meeverhuisd. Er is toen door de gemeente Utrecht afgedwongen dat de schakers, dammers en Go-spelers maar de helft van de zaalhuur betalen. Waarom? Omdat de gemeente vond dat ook kleinere clubs bestaansrecht hadden. De maandagavond is onze clubavond, belangstellenden kunnen dan binnenlopen en een les volgen. In juli en augustus is het Denksportcentrum gesloten, we spelen dan, ook op maandagavond, in het aanpalende clubhuis van Tennis Club Domstad.’

 

Ranking

Terug naar Kuperus, die met een schuin oog de verrichtingen op het Go-bord naast ons volgt. Hij staat rond de 40e plek op Nederlandse ranglijst en maakt al snel de juiste inschatting wie de partij gaat winnen. Punten voor die ranking verdienen Go-spelers overigens door mee te doen aan toernooien. ‘Als ik tien jaar eerder was begonnen, was ik waarschijnlijk wel veel beter geweest. Dat besef komt natuurlijk achteraf. Maar aan de andere kant hebben we in die eerste jaren zoveel lol gehad. Dat had ik ook niet willen missen. En in Nederland kun je van Go toch niet leven.’

In tegenstelling tot de denksporten schaken, dammen en bridge speelt Nederland geen grote rol in de internationale Go-gemeenschap. Die rol is vooral weggelegd voor China, Japan en Zuid-Korea. Kuperus: ‘Als je bedenkt dat alleen China al 1,4 miljard inwoners telt. Stel dat daarvan één procent Go speelt, dan heb je het al over een fantastisch aantal. Er zijn hele scholen die een opleiding tot Go-speler verzorgen. Vanaf de lagere school worden kinderen met deze sport opgevoed. Nederland komt tekort voor de internationale top; ik denk dat we, mondiaal gezien, nu in de middenmoot zitten. Professionele Go-spelers hebben we niet in Nederland. Europees gezien zijn er misschien een aantal profs in Rusland en Oekraïne, daarmee houdt het wel op.’

Dat het aantal denksporters in Nederland afneemt, verbaast Kuperus niet. ‘Vroeger kende Utrecht wel zeven schaakclubs met elk 200 leden, nu zijn het nog maar drie met 200 leden. Ik denk dat het te maken heeft met de veel kortere tijd die er nog is om te studeren. Studenten hebben het daardoor steeds drukker. Dat gaat ten koste van je vrije tijd. In mijn tijd kon je wel acht jaar over een studie doen, maar die tijd is geweest.’