Wethouder Paulus Jansen blikt terug (1): ‘Sport verbindt mensen’

Beleid Pim van Esschoten

Paulus Jansen (SP) deed het vier jaar zonder extra geld voor de sport. Evengoed kreeg de sportwethouder tijdens de verkiezingsavond van de VSU in februari applaus voor zijn werk in de afgelopen vier jaar. Een terugblik in twee afleveringen. Over de Tour en de Vuelta, maar ook over de waarde van de sport in alle rangen en standen.

Foto: SP

In zijn laatste weken in functie vermaakte Paulus Jansen zich nog met bezoekjes aan de Lint-Wurmpie Run, reed mee in de Classico Giro (‘110 kilometer, makkie, twee vingers in de neus’) en was bij de Beach Tour, het opwarmertje voor de EK beachvolleybal (‘dat wordt een leuke happening’).

Paulus Jansen (64) kijkt toch al terug op vier jaar wethouderschap vol mooie sportevenementen. Het grand départ van de Tour de France natuurlijk, maar ook de EK voetbal voor vrouwen, het Tata Steel schaaktoernooi met Magnus Carlsen, de NK atletiek met polsstokhoogspringen in het centrum van de stad. En de Vuelta a Espana is al bijna binnen.

‘In Brabant ziet het er goed uit, de provincie Utrecht is akkoord en het commitment van het private deel ligt er. Het draagvlak onder de bevolking is ook groot, blijkt uit een enquête onder de bevolking in Brabant en Utrecht. Laatste eis van de gemeenteraad in Utrecht is een risicoparagraaf. Dat willen we goed geregeld hebben en niet achteraf nog een rekening ontvangen. Dat gaf na de Tour de France chagrijn. De gemeente is dan het vangnet. We waren de klos.’ Eind augustus, rond de start van de Vuelta 2018, maakt de organisatie bekend of de start in 2020 naar Utrecht gaat.

 

Teamwork

Hij spreekt met veel enthousiasme over Tour en Vuelta, hoewel die evenementen niet in zijn portefeuille zaten. Jansen: ‘Het is teamwork. Ik heb er geen problemen mee dat een ander de kar trekt. Ik heb me als sportwethouder gericht op de side events voorafgaande aan de Tour. De stemming zat er al goed in toen we die ploegenpresentatie hadden op het Lepelenburg, twee dagen voor de tijdrit. Die honderd dagen vooraf waren prachtig, met die optocht door de stad. Fantastisch. En ik heb me ook in het zweet getrapt in de Domkerk, spinning met orgelmuziek erbij.’

 

‘Voor mij was sport
de hoofdprijs’

 

In de meer dan tien jaar lobby bij de ASO in Parijs voor het binnenhalen van de start van de Tour waren het steeds de burgemeester en de sportwethouder geweest die op pad waren gegaan. Toen het nieuwe college vier jaar geleden aantrad nam Jeroen Kreijkamp (D66, stadsmarketing) die rol over. Jansen eiste het niet op. ‘Je bent al blij dat je sport krijgt. Ik was weliswaar de enige van de nieuwe wethouders die het wilde, maar voor mij was dat de hoofdprijs.’

Voor een wethouder is sport veel meer dan mooie evenementen naar de stad halen waar veel mensen plezier aan beleven. Het draait vooral om het sporten van de Utrechters zelf en die veelheid aan verenigingen. ‘Je hebt te maken,’ zegt Jansen, ‘met veel vrijwilligers die met hart en ziel zijn verknocht aan hun club. Ik durf de stelling aan dat sport – in een stad als Utrecht – nummer één is in het verbinden van mensen. Meer dan cultuur. In de sport gaat het om heel veel verschillende mensen, uit alle wijken en rangen en standen. Dat vind je in TivoliVredenburg niet zo sterk terug als in de sport.’ Bovendien: ‘Steek tien euro in de sport en het levert je tien euro gratis gezondheid op. En een tientje welzijn cadeau.’

Het is helder, Jansen is overtuigd van de waarde van sport. Maar toen hij vier jaar geleden aantrad als wethouder, lag er een coalitieakkoord (GroenLinks, D66, VVD, SP) dat nauwelijks aandacht gaf aan sport en ook geen extra geld wilde steken in sport. Het stiefkindje op de begroting dus? Maar dat beeld nuanceert Jansen: ‘We steken 100 euro per inwoner per jaar in de sport, 35 miljoen in totaal.’

 

Magere jaren

Toch ontkent Jansen ook niet dat het magere jaren waren voor de sport. ‘Daar kwam nog een financiële erfenis bij; de bezuinigingen uit de Voorjaarsnota van 2013, die een jaar later pas werden geïmplementeerd. Dat gaf chagrijn, was lastig. Het college dat nu aantreedt heeft wat dat betreft financieel de wind in de rug.’

Hij stapte er destijds toch in. Jansen: ‘Als je in de bouw werkt – zo ben ik begonnen – moet je heel zuinig zijn om te overleven als bedrijf. Ik heb gezegd: geld dat ik niet heb ga ik niet uitgeven. Als mensen met een mooi idee bij me kwamen, zei ik ook dat ik geen centen had. Maar ik wilde wel kijken wat ik misschien in de toekomst kan doen. Ik wilde alleen niks beloven. De roeibaan, bijvoorbeeld, kost tien à twintig miljoen euro. Dan beloof ik niets als ik het geld toch niet heb. Ondertussen zijn we in polder Rijnenburg bezig door iets te combineren met het zogenoemde energielandschap.’

 

Vrijdag deel 2: wachtlijsten blijven pijnpunt