Wethouder Paulus Jansen blikt terug (2): wachtlijsten blijven pijnpunt

Beleid Pim van Esschoten

Paulus Jansen (SP) deed het vier jaar zonder extra geld voor de sport. Evengoed kreeg de sportwethouder tijdens de verkiezingsavond van de VSU in februari applaus voor zijn werk in de afgelopen vier jaar. Een terugblik in twee afleveringen. In deel 2 over wachtlijsten, tarieven en een vliegwiel. En over een beetje chagrijn, maar geen jaloezie.

Meer ruimte voor eigen initiatief onder sportclubs. Het is een van de zaken waar Paulus Jansen de afgelopen vier jaar op inzette. ‘Dingen mogelijk maken op het gebied van accommodaties, zelfbeheer, vergunningen,’ zoals de scheidende wethouder het verwoordt. ‘Ik heb steeds de houding gehad; ik hoor graag wat je van plan bent. Al heb ik geen centen, ik wil toch kijken wat er mogelijk is. Dat heeft voor mijn gevoel goed gewerkt. De clubs die dat wilden kregen de kans. Het zorgt voor beter gebruik van de accommodaties. Kijk naar sporthal Lunetten, waar ik overigens zelf al jarenlang badminton, dat nu in beheer is van de basketbalclubs. De bezettingsgraad is verbeterd, die sombere gang is gewit, de horecaruimte opgeknapt.’

Wat Jansen betreft mag ook Sporthal Galgenwaard in eigen beheer worden gegeven van enkele grote gebruikers. ‘We moeten ze dat vertrouwen geven, ook al worden er bij zo’n groot complex wel wat ambtenaren zenuwachtig van.’

Soms peuterde hij toch wat extra geld los bij zijn medewethouders, waarmee bijvoorbeeld twee hockeyvelden in Rijnvliet werden betaald. ‘We zijn ook druk doende met de ontwikkeling van het gebied in het noorden van Zuilen, samen met de gemeente Maarssen. Daar liggen wel 15 voetbalvelden en veel blijft ongebruikt. Met de opbrengst van de verkoop van twee velden gaan we kunstgrasvelden aanleggen, een veld voor American football, een kanocircuit en een Lint zoals in Leidsche Rijn. Voor informele sporters dus.’ En de sport maakte gebruik van de gelden voor verduurzaming van wethouder Lot van Hooijdonk. ‘Dat zorgt voor lagere energietarieven bij de clubs.’

 

Dilemma

Het probleem van de wachtlijsten bleef echter. ‘Zal dat ooit worden opgelost,’ vraagt Jansen zich af. ‘Er zijn vier razend populaire tennisverenigingen met wachtlijsten, terwijl tien andere in feite een ledentekort hebben. Je moet het kunnen spreiden.’

Dat is echter geen beloning voor de clubs met die wachtlijsten, die het goed doen, innovatief en vernieuwend zijn. ‘Dat is het dilemma,’ zegt Jansen. ‘Maar in het oosten van de stad kan ik wel twéé woonwijken slopen om meer velden neer te leggen. Dat is ook niet de oplossing. Je kunt kijken op de kaart van Utrecht wat je wil, die ruimte is er niet.’

‘Verdelen zit ‘m ook in de sporten onderling. In Leidsche Rijn zijn wachtlijsten bij hockey, voor veel andere sporten geldt dat niet. Ik ben wethouder van kleine sporten. Korfbal, mooie sport. Uniek toch, dat gemengde? Ik zie een groot voordeel in een breed sportaanbod; voor elk wat wils. De combinatiefunctionarissen kijken steeds beter naar het individu en wat die wil. Niet langer iedereen richting één sport duwen. En zo moet het ook. Wil je kinderen aan het sporten krijgen moet je kijken naar het kind. Niet naar het belang van de club in de wijk.’

 

‘Het was eerst de hel op aarde,
een jaar later valt de stilte op’

De meeste discussie ontstond rond de tarieven voor sportaccommodaties. De inzet van Jansen was om een einde te maken aan de ‘eigen regelingen’ die veel clubs met de gemeente hebben afgesloten in het verleden. Zo ontstond een historisch gegroeide wirwar van afspraken. Bovendien wilde hij een betere bezetting van de daluren en het verschil in tarieven tussen veld- en zaalsporten enigszins wegtrekken.

Jansen: ‘We hebben ons best gedaan die vele, eigen regelingen recht te trekken. We zijn supervoorzichtig begonnen, maar zelfs clubs die er drie euro op achteruitgingen waren ontevreden.’

De voorstellen zetten inderdaad kwaad bloed bij de veldsporten. ‘Het was de hel op aarde, maar een jaar later valt de stilte op. En de zaalsporten hoorde je natuurlijk niet over hun voordeel.’

De zaalsporten zijn in de afgelopen tientallen jaren steeds meer gaan betalen ten opzichte van de veldsporten. Het was voor Jansen onmogelijk om de zaalhuur zo te laten zakken dat het hetzelfde niveau van de veldsporten bereikt zou worden. ‘Dan heb je het over miljoenen euro’s. We hebben juist gekozen voor een voorzichtig begin en hopen op een vliegwieleffect. Want met betere bezetting van velden en zalen kunnen de tarieven omlaag. Dat is het idee. Ik hád ook geen geld, het moest wel zo. Ik wilde het draagvlak houden, want ik had minder voorzichtig kunnen inzetten. Maar ik begrijp ook wel dat elke veldclub voor z’n hachie knokt.’

 

Goedkopere daluren

Essentieel in de wijziging van de tarieven zijn relatief goedkope huurprijzen voor de daluren, overdag dus. Kritiek bij clubs is dat dan de trainers en begeleiders niet beschikbaar zijn. ‘Misschien moeten ze een andere groep trainers vinden,’ zegt Jansen. ‘Ik ben er van overtuigd dat er een ontwikkeling op gang gaat komen met die goedkopere daluren. Het kwartje moet misschien nog vallen, maar er gaan nieuwe vormen ontstaan. De groep gepensioneerden wordt steeds groter, mensen werken meer op andere tijden. Ondernemers, éénpitters en noem maar op gaan het sportaanbod vergroten.’

De tijd zal leren of het vliegwiel van Paulus Jansen in de afgelopen, schaarse jaren voor de sport is gaan draaien. Feit is dat zijn opvolger Maarten van Ooijen (CU) aan de slag kan met een nieuw coalitieakkoord dat aanzienlijk sportvriendelijker is. En veel van wat D66, GroenLinks en CU voor hebben met de sport komt overeen met wat Jansen de afgelopen periode in gang heeft gezet. Nu wél met geld.

Van enige jaloezie, laat staan frustratie, wil Jansen echter niets weten.

 

Lees hier het eerste deel van het interview met Paulus Jansen, over de Tour en de Vuelta, maar ook over de waarde van de sport in alle rangen en standen.