Wielrennen is meer dan gewoon hard fietsen

Wielrennen Redactie Utrechtse Sportkrant

Wielrennen is verbonden smeden met vijanden en ze weer verbreken, het juiste materiaal kiezen, toneelspelen, je voordeel doen met de weersomstandigheden. Welke capaciteiten hebben de verschillende renners en hoe komt het eindklassement tot stand? Als je een beetje weet hoe het werkt, is zelf wielrennen en ernaar kijken nog veel leuker.

Algemeen klassement: Na optellen van de tijden/bonificaties van de ploegentijdrit, de bonusseconden en de tijden van de etappe wordt een individueel klassement opgesteld.

Jongerenklassement: Op basis van het algemeen klassement wordt een klassement gemaakt van alle deelnemers in de categorie U23.

Bergklassement: tijdens de wedstrijd worden zes premiesprints voor het Bergklassement verreden, na resp. 28,2 km (Pyramide van Austerlitz), 43,9 km (Ruiterberg), 60,2 km (Amerongse Berg), 85,0 km (1e passage Grebbeberg), 113,3 km (2e passage Grebbeberg) en 117,1 km (Paardenveld). Vijf verschillende beklimmingen zijn genomineerd voor het bergklassement. De beklimmingen zijn ingedeeld in dezelfde categorie. Bij elke sprint: voor de eerste drie aankomenden resp. 3, 2 en 1 punt.

Strijdlust: tijdens de wedstrijd wordt door de aanwezige pers de meest strijdlustige renner aangewezen.

Tussensprints: Tijdens de wedstrijd zijn er drie tussensprints. Bij elke sprint kunnen de eerste drie renners respectievelijk 3, 2 en 1 bonusseconden verdienen voor het algemeen klassement.

Sprint 1: 60,2 km (Amerongse Berg) – Valt samen met sprint voor bergprijs.

Sprint 2: 113,3 km (2e passage Grebbeberg) – Valt samen met sprint voor bergprijs.

Sprint 3: 179,8 km (1e passage finish)

Finish: Bij de finish kunnen de eerste drie renners respectievelijk 10, 6 en 4 bonusseconden verdienen voor het algemeen individueel klassement.

 

Na afloop worden de volgende personen op het podium op de Orteliuslaan gehuldigd:

De nrs. 1, 2 en 3 in de individuele uitslag.

De winnaar van het Bergklassement.

De meest strijdlustige renner.

De winnaar van het algemeen klassement

 

Leiderstruien worden uitgereikt aan de leider in het algemeen klassement en het jongerenklassement. In het geval een renner in het bezit is van beide truien zal de tweede in de stand van het jongerenklassement deze trui in de wedstrijd dragen.

 

Punten

Punten per etappe (UCI schema)

Positie 1: 7 punten

Positie 2: 3 punten

Positie 3: 1 punt

 

Punten voor algemeen klassement

Positie 1: 40 punten

Positie 2: 30 punten

Positie 3: 25 punten

Positie 4: 20 punten

Positie 5: 15 punten

Positie 6: 10 punten

Positie 7: 5 punten

Positie 8-10: 3 punten

De leider van het algemeen klassement krijgt 1 punt per dag.

 

Tijdschema

De reële tijden van de ploegentijdrit worden alleen gebruikt voor de uitslag van de etappe. In het schema staat de omrekening voor het algemeen klassement.

Het schema geeft de maximale achterstand aan. In het geval dat de reële achterstand kleiner is dan de achterstand weergegeven in het schema zal de reële tijd worden gebruikt voor het algemene klassement.

Voorbeeld: Team wordt derde in de uitslag van de ploegentijdrit met een achterstand van 6 seconden. Voor het algemeen klassement zal deze 6 seconden worden toegekend en niet de 9 seconden van het schema.

 

In een overzicht:

Positie 1: 0 seconden

Positie 2: + 5 seconden

Positie 3: + 9 seconden

Positie 4: + 12 seconden

Positie 5: + 14 seconden

Positie 6: + 16 seconden

Positie 7: + 18 seconden

Positie 8: + 20 seconden

Positie 9: + 22 seconden

Positie 10: + 24 seconden

Positie 11: + 26 seconden

Positie 12: + 28 seconden

Positie 13: + 30 seconden

Positie 14: + 32 seconden

Positie 15: + 34 seconden

Positie 16: + 36 seconden

Positie 17: + 38 seconden

Positie 18: + 40 seconden

Positie 19: + 42 seconden

Positie 20: + 44 seconden

Positie 21: + 46 seconden

Positie 22: + 47 seconden

Positie 23: + 48 seconden

Positie 24: + 49 seconden

Positie 25: + 50 seconden