‘Wij willen allang geen roeibaan meer die alleen geschikt is voor wedstrijden’

Roeien Robert Jan van der Horst

Het was een belangrijke en bewogen week voor het Utrechtse roeien. Maandag 21 februari tekenden de Utrechtse clubs Orca, Triton en Viking een convenant met de gemeente waarin de clubs zich committeren aan het onderkomen De Driewerf en het Merwedekanaal als trainingswater. Officieel het heet: ‘Met het zetten van de handtekeningen bekrachtigen de gemeente en de roeiverenigingen afspraken om het roeien voor de stad Utrecht te behouden.’

Dezelfde maandagavond was er in het kader van de verkiezingen een debat tussen raadskandidaten over het roeiwater. De politici van de toekomst gaven daarbij veel steun aan een roei-accommodatie in Rijnenburg. De volgende ochtend kwam het bericht dat Anne de Lange (57) roeiclub Rijnenburg had opgericht en op 23 februari werd een ontwerpstudie openbaar die in opdracht van de gemeente is opgesteld door advies- en ontwerpbureaus PosadMaxwan en Goudappel.

 

Groei
Het roeien is in beweging, zo lijkt het. Ook de stad Utrecht groeit uit z’n jasje, en zal blijven groeien, en daarmee neemt de behoefte om te recreëren toe. Ook op het water. En onder die dagjesmensen hebben de in totaal circa 3000 roeiers in hun bewegingen op het water danig te lijden. De traditionele roeiverenigingen aan de Verlengde Hoogravenseweg (De Driewerf) zien het met argusogen aan. Het convenant moet borgen dat de gemeente in de toekomstplannen rekening houdt met de roeiers, onder meer door het aantal te bouwen bruggen te beperken en pijlers daarvoor achterwege te laten.

Het leidde tot lichte euforie bij de verenigingen. Niet echter bij Anne de Lange, initiatiefnemer van roeiclub Rijnenburg en een autoriteit in de Utrechtse roeiwereld. ‘Convenant is een groot woord voor een intentieverklaring.’ Daar wil de eigenaar van de website NLroei.nl en voormalig roeimedewerker van het zelfstandige Utrechts Nieuwsblad het eigenlijk bij laten. Ook bij de ontwerpstudie plaatst hij de nodige vraagtekens, maar daarin is hij openhartiger. Als voorzitter van Watersportbaan Midden-Nederland, een stichting waarin de drie Utrechtse roeiverenigingen hun krachten bundelen, hadden De Lange en zijn collega’s een andere plek en een ander soort baan voorgesteld.

Het door Watersportbaan Midden-Nederland voorgestelde plan voor een roeibaan in de nog te ontwikkelen polder Rijnenburg.

De door Watersportbaan Midden-Nederland voorgestelde baan zou een soort ovaal moeten worden. De Lange: ‘Het noordelijke deel is wat breder, circa 70 meter; op dat deel kunnen (internationale) wedstrijden worden gehouden. De rest is ongeveer 28 meter breed. Het geheel is 4,5 kilometer lang, met eenrichtingsverkeer. Toeval of niet, dat is ook de lengte van het huidige roeitraject op het Utrechtse gedeelte van het Merwedekanaal. Het grote voordeel van ‘Roeirondje Rijnenburg’ is dat er zonder nodeloos te moeten stoppen continu doorgeroeid kan worden.’

 

Mishaal
De verkeerde baan, en ook nog eens de verkeerde plek is beoordeeld in het Rijnenburgonderzoek, vervolgt De Lange. ‘Om in roeitermen te spreken, het is een forse mishaal om het roeirondje niet direct mee te nemen. Wij willen allang geen baan meer die alleen geschikt is voor wedstrijden. Roeiclub Rijnenburg, Orca en Triton en de Stichting Watersportbaan Midden-Nederland willen een extra trainingsaccommodatie. De inkt van het convenant was nog niet droog, of we krijgen dit gemankeerde onderzoek in de bus. Ik wil niet cynisch doen over de intentieovereenkomst die de drie verenigingen met de wethouders sloten. Je moet echter continu blijven opletten. Er kan wel eens wat misgaan in de gemeentelijke beleidsfabriek. Maar geen paniek: er komt een herkansing.’

Waar De Lange c.s. een ovale baan voorzagen (‘je hoeft dan niet te stoppen, je kunt door blijven roeien’) zo voorziet de studie van PosadMaxwan en Goudappel in een rechte baan van 2200 meter, gelegen op een hoog punt in de voor huizenbouw te ontwikkelen polder Rijnenburg. Die ligt onmiddellijk ten zuidwesten van het knooppunt Oudenrijn. De A12 en de A2 vormen de noord- en oostgrens van dit gebied. In het zuiden grenst Rijnenburg aan de gemeente IJsselstein. De Meerndijk met daarover de N228 van De Meern naar Gouda is de westgrens.

Daarnaast is de gemeentelijke baan verkeerd gesitueerd, denken De Lange c.s. ‘Een roeibaan leg je aan op het laagste, ofwel ‘diepste’ punt, niet op het hoogste punt. Het Waterschap, geen onbelangrijke factor in de besluitvorming rond de ontwerpplanen, heeft al gereageerd en is het met ons eens. Als je water in een noodgeval niet naar het Amsterdam-Rijnkanaal kunt overpompen, na bijvoorbeeld overvloedige regenval zoals in Limburg, dan moet dat naar een buffer bij het laagste punt. Als er woningbouw gepleegd wordt, zal het bebouwde oppervlakte deels gecompenseerd moeten worden met nieuw water. Het ene of het andere plan maakt overigens wat oppervlakte betreft niet zoveel uit. In beide gevallen gaat het om meer dan 22 hectare. Dat is voldoende voor ons trainingswater en de verschillende bufferfuncties zijn prima met roeien te combineren. Daar word ik zeker enthousiast van, want meeliften op externe financiering is voor de roeisport cruciaal.’

 

Roeiclub

Logo van Roeivereniging rijnenburg. Ontwerp: Gerard van der Krogt.

De eerste reacties na de ‘lancering’ van roeiclub Rijnenburg waren positief, weet De Lange. ‘We willen een brede roeivereniging worden, voor iedereen toegankelijk, voor burgers en studenten en vertegenwoordigd in alle leeftijdscategorieën. Zowel mannen als vrouwen, jongens als meisjes, hetero’s en homo’s en genderneutraal. ‘Misschien moeten we dan wel drie kleedkamers bouwen.’

Roeiclub Rijnenburg moet niet alleen plaats bieden aan alle kleuren, geaardheden en geslachten, maar ook aan de ongeveer 175 wedstrijdroeiers die die de traditionele Utrechtse roeiverenigingen rijk zijn. En die, vanwege de drukte niet terecht kunnen op het water van het Merwedekanaal. De Lange: ‘Die moeten nu uitwijken naar Vianen. Logistiek niet handig, en er zijn nog geen faciliteiten bovendien.’

Initiatiefnemer Anne de Lange denkt dat roeiclub Rijnenburg een succes kan worden. En graaft voor die onderbouwing van die gedachte in zijn geheugen. ‘Als jochie van amper 15 jaar oud woonde ik in Lelystad, een stad in de drooggelegde polder Flevoland. Het was er kaal en er was veel water. Toen er een roeivereniging werd opgericht, was ik na een paar maanden van de partij. Tot mijn verbazing werden niet alleen roeiers lid van die club, maar ook mensen die mee wilden helpen in de organisatie, met het bouwen van een loods of als bestuurslid. Die vonden het leuk een nieuwe vereniging op te tuigen. Dat is ook waarom ik denk dat mijn plan kans van slagen heeft. Trouwens, die roeiclub in Lelystad floreert nog steeds: Pontos, opgericht op 25 april 1978.’

De Lange mikt op een ledental van 250, daarnaast is er dus roeiwater genoeg voor de gemiddeld 175 wedstrijdroeiers van Orca en Triton (beide studentenverenigingen) en een stuk of 30 junioren van Viking. ‘Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de helft van het aantal geroeide kilometers op het Merwedekanaal, dus daar neemt de drukte dan flink af. Maar er moet ook voor worden gewaakt dat het in Rijnenburg niet te druk wordt, want dan zijn de wedstrijdroeiers wederom de pineut.’
Wie zich nu, geheel vrijblijvend, wil aanmelden kan terecht op info@NLroei.nl en in een later stadium op RoeiclubRijnenburg.nl. Naar verwachting zullen in 2024 spijkers met koppen kunnen worden geslagen. De Lange: ‘Denk aan inschrijving bij de Kamer van Koophandel, aanmelding bij de bond en het financiële aspect. De verwachting is dat we dan in 2026 operationeel zouden kunnen zijn.’