Wilco Kelderman klimt een plaats na slagveld op Mont Ventoux

Wielrennen Redactie

Wilco Kelderman had nog nooit de Ventoux beklommen tot aan de top, zei hij voor de start van de elfde Touretappe tegen Studio Sport-verslaggever Han Kock. Woensdag werd hij in een klap ontgroend. De Barnevelder verloor een beetje tijd op klassementsleider Tadej Pogačar maar rukte op naar plaats zes. Een schitterende solo van Wout van Aert deed alle misère bij zijn ploeg Jumbo-Visma - met het vertrek van Primož Roglič als dieptepunt - voor even vergeten.

De elfde etappe van Sorgues naar Malaucène telde vijf beklimmingen waarvan de laatste twee tot de verbeelding spraken. Beide malen ging het om dezelfde berg, de mythische Mont Ventoux. Eerst nam het Tourpeloton de ‘kale berg’ via de ‘gemakkelijke’ kant vanuit Sault (22 km aan gemiddeld 5 procent), de tweede keer betrof het de traditionele beklimming die begint in Bedoin (21,5 km aan 7,5 procent. De aankomst lag niet op de top, maar na een afdaling in Malaucène.

Het werd een slagveld. Bauke Mollema had lange tijd goede vooruitzichten op de ritzege als een van de beste klimmers in de kopgroep, maar kon Wout van Aert niet volgen. De Belg werd de verrassende winnaar van een gedenkwaardige etappe. Gedenkwaardig omdat een veldrijder van nature alle klimmers in de luren legde maar ook omdat in de slotfase Pogačar even kraakte. Hij werd op de proef gesteld door een actie van de jonge Deen Jonas Vingegaard. Maar Pogačar haalde hem in de afdaling weer bij in het gezelschap van Richard Carapaz en Rigoberto Uran, concurrenten van Kelderman. Die gaf 18 seconden op het trio toe, maar passeerde als nummer negen van het dagklassement – op 1,56 van Van Aert –  Enric Mas en staat nu zesde. Met nog steeds perspectief op meer.