WK-goud glipt Schippers en consorten door de vingers

Atletiek Hans van Ommeren

Nog honderd meter waren Dafne Schippers, Jamile Samuel, Nadine Visser en Naomi Sedney verwijderd van goud op de WK estafette. Maar bij de laatste wissel van de 4x100m ging het mis. Sedney moest inhouden, stond bijna stil en het uiteindelijke brons was een troostprijs. Een historische prestatie leverden de Nederlandse mannen op de 4x400m. Met overmacht wonnen ze de wereldtitel. De vrouwen, met Femke Bol, stelden teleur met een vierde plaats.

Op de finaledag van de WK estafette waren de omstandigheden in het Poolse Chorzów verre van ideaal. Het was koud en regenachtig en de tijden waren dan ook minder dan een dag eerder toen een grote Oranje-equipe aantoonde dat atletiek in Nederland floreert. Op individuele onderdelen, maar ook op estafettenummers. Nederland verschijnt op de Olympische Spelen in Tokio met liefst vijf ploegen in de arena. Op de 4x100m en de 4x400m hebben zowel de mannen als de vrouwen een startbewijs veroverd en dat geldt eveneens voor het gemengd team op de 4x400m.

 

Lastige discipline

Goed wisselen is van levensbelang op een estafettenummer. Het maakt deze discipline erg lastig, je moet het stokje niet laten vallen en het moet bovendien overgedragen worden in een speciale zone. Gebeurt het te laat dan volgt onverbiddelijk diskwalificatie. De Nederlandse slotloopster op de 4×100 meter Naomi Sedney vertrok te vroeg en moest vervolgens inhouden om het stokje nog tijdig te pakken te krijgen van Nadine Visser. Sedney stond bijna stil voordat ze aan haar race kon beginnen en dat kostte Nederland de wereldtitel. Daarvoor verliep de race nagenoeg perfect. Startloopster Jamile Samuel wisselde heel goed op tweede loopster Dafne Schippers en de Utrechtse lanceerde op haar beurt uitstekend Nadine Visser. Tot de laatste wissel dus mislukte. Sedney had overigens de plaats ingenomen van Marije van Hunenstijn.

Nederland greep het brons, op een paar duizendsten van het zilver dat naar Polen ging. Tot hun eigen verbazing werden de Italiaanse vrouwen wereldkampioen. Toch heeft het Nederlandse sprintkwartet zonder meer potentie. Enkele toplanden ontbraken in Polen, zoals de Verenigde Staten en Jamaica maar een foute wissel is zo gemaakt en een olympische medaille is dan ook zeker geen utopie.

Bij de Nederlandse mannen ging er op de sprint nog meer mis. Ze namen te veel risico’s en de laatste wissel ging helemaal de mist in. Nederland haalde de finish niet en dat gold voor meer landen. Zuid-Afrika werd verrassend wereldkampioen.

 

Langere afstanden

Op de langere estafettenummers werd veel verwacht van de Nederlandse teams, die zowel bij de mannen als bij de vrouwen Europees kampioen indoor waren geworden. Maar het ging niet goed met de vrouwen die weer met beide benen op de grond staan. Femke Bol was nu niet de slotloopster maar de nummer drie en dat lijkt geen verbetering. De Amersfoortse komt beter tot haar recht wanneer ze op het eind kan jagen op concurrentes. Nu begon ze na Eva Hovenkamp en Lisanne de Witte als zesde aan haar rondje. Bol  maakte wel wat goed en gaf het stokje als vierde over aan Lieke Klaver die meteen naar de tweede plek snelde maar op het eind weer terugviel. De tijd van 3.30.12 was ook een stuk langzamer dan een dag eerder (3.28.40) al waren de omstandigheden zoals gezegd een stuk veel slechter geworden.

In tegenstelling tot de vrouwen maakten de mannen het wel waar. Jochem Dobber, Liemarvin Bonevacia, Ramsey Angela en Tony van Diepen wonnen afgetekend goud en lijken een serieuze medaillekandidaat in Tokio.

De gemengde estafetteploeg verscheen niet in de sterkste opstelling. Zo deden Femke Bol en Lieke Klaver niet mee omdat minder dan twee uur daarna hun eigen 4×400 op het programma stond. Ook de beste mannen spaarden zich voor hun eigen nummer, en zoals later zou blijken, met succes. Nederland eindigde kansloos als achtste.